DEN BOSCH, 10 augustus 2026 – Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft op 10 augustus 2026 uitspraak gedaan in een verontrustende ontuchtzaak binnen de muren van een forensisch psychiatrische instelling. Een inmiddels 43-jarige vrouw is in hoger beroep schuldig bevonden aan het meermaals plegen van ontucht met een cliënt die als patiënt aan haar professionele zorg was toevertrouwd.
Relatie met een kwetsbare TBS-patiënt
De veroordeelde vrouw was ten tijde van het strafbare feit als persoonlijk begeleider en sociotherapeut werkzaam bij een zogeheten buitenhuis van een TBS-kliniek. Op deze locatie verblijven kwetsbare patiënten met een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek op strafrechtelijke titel. Het slachtoffer was een 22-jarige jongeman waaraan destijds een TBS-maatregel met voorwaarden was opgelegd naar aanleiding van een eerder gepleegd zedendelict.
Volgens het gerechtshof was de verdachte via het patiëntendossier volledig op de hoogte van de specifieke problematiek en seksuele driften van de patiënt. Ondanks een eerder disciplinair traject vanwege ontluikende gevoelens voor de man, zocht de vrouw toch weer het initiatief en volgden er seksuele handelingen, waaronder zoenen en orale bevrediging.
Misbruik van overwicht en afhankelijkheid
De verdediging van de vrouw had nog gepleit voor vrijspraak, omdat de seksuele handelingen op basis van vrijwilligheid en wederzijds verlangen zouden zijn gebeurd. Het hof veegde dit verweer resoluut van tafel. Louter door het bestaan van een hulpverleningsrelatie, het forse leeftijdsverschil van maar liefst 19 jaar en de zware forensisch-psychiatrische achtergrond van de patiënt, was er overduidelijk sprake van een sterke afhankelijkheidsrelatie. Het karakter van vrijwilligheid vervalt hiermee volledig. Het hof rekent het de vrouw bovendien zwaar aan dat zij, in plaats van de man te beschermen, uitsluitend haar eigen verlangens vooropstelde en daarmee een grens overschreed.
Taakstraf en strikt beroepsverbod
In tegenstelling tot de eerdere uitspraak van de rechtbank in Limburg, oordeelde het gerechtshof dat een zwaardere straf gepast is. De vrouw is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van vijf jaar. Tevens heeft het hof als extra bijzondere voorwaarde een beroepsverbod opgelegd. De veroordeelde mag gedurende haar proeftijd van vijf jaar in het geheel geen werkzaamheden meer verrichten als sociaal therapeutisch medewerker, of een vergelijkbare functie bekleden binnen de gezondheids- en maatschappelijke zorg.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



