ARNHEM โ De Stichting werkgroep milieuzorg Apeldoorn is er niet in geslaagd om het Openlucht Filmfestival 2026 via een juridische spoedprocedure tegen te houden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland in Arnhem heeft op 10 augustus 2026 geoordeeld dat het bezwaar van de stichting tegen de verleende evenementenvergunning onvoldoende kans van slagen heeft. Daarmee mag het populaire filmevenement, dat gepland staat van 14 tot en met 22 augustus 2026 op de Veluwe, vooralsnog gewoon doorgaan.
Natuur vormt geen weigeringsgrond voor vergunning
De kern van het geschil draaide om de natuurbelangen in en rondom het evenemententerrein. Het filmfestival vindt namelijk plaats in een bosrijke omgeving midden in het kwetsbare Natura 2000-gebied de Veluwe. De stichting stelde dat het evenement mogelijk schadelijke gevolgen zou hebben voor de natuur en beschermde diersoorten. Zij betoogden dat de burgemeester van Apeldoorn in zijn besluitvorming onvoldoende had onderbouwd of en hoe hij de eventuele ecologische effecten had afgewogen.
De voorzieningenrechter stelde de stichting echter in het ongelijk en oordeelde dat het natuurbelang in dit specifieke vergunningstraject geen enkele rol mag spelen. Volgens de rechter volgt de beoordeling van een evenementenvergunning strikt de kaders van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente. De APV bevat geen grond om een vergunning te weigeren op basis van potentiรซle natuurschade. De rechter benadrukte dat het vergunningenstelsel voor evenementen in het leven is geroepen om de gemeentelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van openbare orde en veiligheid te waarborgen, niet voor de bescherming van de natuur.
Milieubescherming valt onder Omgevingswet
De stichting wees nog op het feit dat in de evenementenvergunning specifieke voorschriften zijn opgenomen, zoals de verplichting om een dassenburcht af te schermen tegen licht en geluid. Hoewel de rechter zich kon voorstellen dat dit tot verwarring leidde, maakte zij duidelijk dat deze afspraken tussen de gemeente als grondeigenaar en de vergunninghouder voortkomen uit een algemene zorgplicht en officieel geen deel uitmaken van de vergunning zelf
De voorzieningenrechter adviseerde de stichting tot slot dat de juiste juridische route voor de bescherming van de gebieden en soorten via de Omgevingswet verloopt. Gedeputeerde Staten is hiervoor het bevoegde gezag. In theorie kan de stichting via dat kanaal alsnog een handhavingsverzoek indienen als zij van mening is dat er verbodsbepalingen ten aanzien van de natuur worden overtreden.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


