DEN HAAG, 15 juli 2026 – De NAVO-landen hebben tijdens de top in Ankara afgesproken om in 2026 gezamenlijk 70 miljard euro aan militaire steun, materieel en trainingen voor Oekraïne beschikbaar te stellen. De bondgenoten willen in 2027 minimaal een vergelijkbaar steunniveau handhaven.
De NAVO-top vond op 7 en 8 juli plaats in de Turkse hoofdstad. De Nederlandse delegatie bestond uit minister-president Rob Jetten, minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Defensie Dilan Yeşilgöz-Zegerius. Het kabinet stuurde het verslag van de bijeenkomst op 14 juli naar de Tweede Kamer.
Hogere militaire steun aan Oekraïne
De 32 bondgenoten bevestigden tijdens de top hun langdurige steun aan de vrijheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Europese NAVO-landen en Canada betalen inmiddels het grootste deel van de militaire hulp aan het land.
Nederland benadrukte dat de financiële lasten evenwichtiger over de Europese bondgenoten moeten worden verdeeld. De Nederlandse bijdrage voldoet volgens het kabinet in 2026 en 2027 al aan het aandeel dat op basis van de omvang van de economie wordt verwacht.
Daarnaast trekt Nederland 35 miljoen euro uit voor NAVO-projecten op het gebied van militaire trainingsfaciliteiten, medische ondersteuning en bescherming tegen drones. Ook ondertekenden Nederland en Oekraïne een overeenkomst die structurele samenwerking bij de productie van drones en ander defensiematerieel mogelijk moet maken.
De NAVO noemde Rusland opnieuw de belangrijkste langdurige bedreiging voor de veiligheid in het Euro-Atlantische gebied. De bondgenoten wezen ook op de dringende behoefte aan aanvullende lucht- en raketverdediging voor Oekraïne.
Europese defensie-uitgaven stijgen fors
De Europese NAVO-landen en Canada hebben hun investeringen in de belangrijkste defensietaken in 2025 met meer dan 139 miljard dollar verhoogd. Volgens de NAVO worden de hogere budgetten gebruikt voor extra militaire capaciteit, een sterkere defensie-industrie en een betere voorbereiding op langdurige dreigingen.
Nederland bevestigde tijdens de top dat de defensie-uitgaven stapsgewijs moeten doorgroeien naar 3,5 procent van het bruto binnenlands product in 2035. Daarnaast zijn bredere investeringen nodig in infrastructuur, weerbaarheid en veiligheid. Daarmee moet Nederland voldoen aan de totale NAVO-afspraak van 5 procent.
Het kabinet wil de nieuwe norm wettelijk vastleggen door de Wet financiële defensieverplichtingen aan te passen. Hogere budgetten moeten volgens Nederland snel worden omgezet in inzetbaar materieel, munitievoorraden, militair personeel en productiecapaciteit.
Nederland sluit nieuwe defensieovereenkomsten
Nederland ondertekende tijdens het NATO Summit Defence Industry Forum meerdere overeenkomsten met andere bondgenoten. Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaan gezamenlijk nieuwe amfibische transportschepen aanschaffen. Hiervoor is aan Nederlandse zijde tussen 1 miljard en 2,5 miljard euro gereserveerd.
Met Duitsland wordt gewerkt aan Europese productiecapaciteit voor Stinger-luchtdoelraketten. Ook wordt onderzocht of AMRAAM-raketten gezamenlijk kunnen worden geproduceerd. Nederland, Duitsland, Polen en Zweden willen bovendien de eerste Europese onderhoudsfaciliteit voor verschillende PAC-3-raketten oprichten.
De PAC-3 wordt gebruikt door het Patriot-luchtverdedigingssysteem. Door onderhoud in Europa uit te voeren, moeten raketten sneller beschikbaar zijn en wordt de afhankelijkheid van capaciteit buiten Europa kleiner.
Verder investeert Nederland met tien NAVO-partners in GlobalEye-radarvliegtuigen. Deze toestellen moeten de huidige AWACS-vloot van het bondgenootschap vervangen. Ook wordt gewerkt aan een multinationaal satellietnetwerk voor het sneller en veiliger uitwisselen van militaire gegevens.
Defensie-industrie moet sneller produceren
De NAVO-landen kondigden in Ankara voor meer dan 50 miljard dollar aan nieuwe gezamenlijke aankopen aan. Het gaat onder meer om luchtverdediging, langeafstandswapens, drones, inlichtingencapaciteit en moderne digitale systemen.
De bondgenoten willen productiebelemmeringen verminderen en defensiebedrijven nauwer bij gezamenlijke projecten betrekken. De NAVO presenteerde daarnaast nieuwe maatregelen voor samenwerking met de industrie en voor het versnellen van technologische innovatie.
Nederland wil 10 procent van de defensie-uitgaven besteden aan innovatie. Bedrijven en kennisinstellingen moeten daardoor eerder worden betrokken bij de ontwikkeling van onder meer kunstmatige intelligentie, drones, satelliettechnologie en toepassingen die zowel militair als civiel bruikbaar zijn.
Volgens de NAVO is voor de komende vijf jaar bovendien meer dan 40 miljard dollar voorzien voor de ontwikkeling en aanschaf van technologie tegen vijandelijke drones.
Meer aandacht voor hybride en cyberdreigingen
Tijdens de top is ook gesproken over sabotage, cyberaanvallen, desinformatie en andere hybride dreigingen. De NAVO wil de strategie uitvoeren die tijdens de top van 2025 in Den Haag werd vastgesteld.
Nederland draagt sinds eind juni met enkele cyberdeskundigen bij aan een internationaal initiatief om de cyberweerbaarheid van Oekraïne te verbeteren. De inzet is voorzien voor een periode van anderhalf jaar en wordt betaald door het Defensie Cyber Commando.
Daarnaast sloot Nederland zich aan bij een Noors initiatief om de maritieme samenwerking tussen Europese bondgenoten en Canada te versterken. Daarbij ligt de nadruk op de veiligheid van de Atlantische Oceaan en de verdediging van het Oostzeegebied.
Europese bondgenoten willen ook meer investeren in langeafstandswapens waarmee doelen op grote afstand nauwkeurig kunnen worden geraakt. Deze zogenoemde Deep Precision Strike-capaciteiten moeten de afschrikking en verdediging van het NAVO-grondgebied versterken.
Samenwerking met landen buiten Europa
Tijdens de top overlegden de ministers van Buitenlandse Zaken met Bahrein, Koeweit, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Daarbij stonden de spanningen in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de internationale veiligheid centraal.
De ministers van Defensie spraken daarnaast met Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea. Ontwikkelingen in de Indo-Pacifische regio hebben volgens de bondgenoten steeds vaker gevolgen voor de Europese en Noord-Amerikaanse veiligheid.
De slotverklaring van Ankara benadrukt de eenheid van de NAVO, de collectieve verdediging onder artikel 5 en de noodzaak van een sterkere Europese bijdrage binnen het bondgenootschap. Ook hybride dreigingen, instabiliteit en strategische concurrentie blijven onderdeel van de veiligheidsaanpak.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



