Dinsdag 3 november 2026 kan een datum worden die Donald Trump nog jarenlang zal achtervolgen. De Amerikanen kiezen tijdens de midterms een nieuw Huis van Afgevaardigden en een deel van de Senaat. Stel dat de Republikeinen daarbij een historische afstraffing krijgen. Dat de Democraten niet alleen het Huis terugveroveren, maar ook de meerderheid in de Senaat grijpen. Voor veel Amerikanen zou dat voelen als een einde aan de vrijwel onbeperkte politieke speelruimte van Trump. Maar ik vrees dat juist dan het gevaarlijkste hoofdstuk van zijn presidentschap kan beginnen.

Want wie denkt dat Donald Trump na een vernietigende verkiezingsnederlaag rustig achter zijn bureau in het Oval Office gaat zitten om na te denken over wat er is misgegaan, kent zijn politieke geschiedenis slecht. Trump is een man die zich zelden gewonnen geeft, die tegenslagen regelmatig verklaart vanuit vermeend verraad en die politieke conflicten bij voorkeur persoonlijk maakt.

En precies daar schuilt het gevaar van de komende twee jaar.

Een president die na de midterms zijn politieke macht ziet afbrokkelen, maar nog altijd de sleutels van het Witte Huis in handen heeft. Een president die niet opnieuw gekozen kan worden, maar wel tot 20 januari 2029 beslissingen kan nemen met gevolgen voor honderden miljoenen mensen.

Een dolle stier in een porseleinkast. En die porseleinkast is niet alleen Amerika, maar de hele wereld.

Wraak als politiek instrument

Trump heeft gedurende zijn politieke carrière herhaaldelijk laten zien hoe weinig geduld hij heeft met mensen die hem publiekelijk tegenspreken. Voormalige medewerkers, politieke rivalen, rechters, journalisten en zelfs partijgenoten die niet volledig achter hem staan, kunnen rekenen op harde aanvallen.

Stel dat hij na 3 november wordt geconfronteerd met een Democratische meerderheid in beide kamers van het Congres. Een meerderheid die onderzoeken aankondigt naar zijn regering, ministers oproept voor verhoren en mogelijk nieuwe stappen zet om zijn macht te beperken.

Dan ontstaat een politieke situatie waarin Trump iedere dag opnieuw kan worden herinnerd aan zijn nederlaag.

De verleiding zal groot zijn om terug te slaan. Niet noodzakelijk met één spectaculair besluit, maar met een aanhoudende stroom van maatregelen, politieke aanvallen, dreigementen en confrontaties.

Het ministerie van Justitie kan opnieuw een rol gaan spelen in politieke conflicten. Federale instanties kunnen onder druk komen te staan om onderzoek te doen naar personen of organisaties die Trump als vijand beschouwt. Bestuurders van Democratische staten kunnen geconfronteerd worden met ruzies over subsidies, regelgeving en bevoegdheden.

Niet alles wat een president wil, is wettelijk toegestaan. Maar zelfs wanneer rechters maatregelen uiteindelijk tegenhouden, kunnen maandenlange juridische procedures en bestuurlijke onzekerheid veel schade veroorzaken.

De importtarieven kunnen door het dak gaan

En dan is er zijn favoriete economische wapen: importtarieven.

Trump beschouwt invoerheffingen niet uitsluitend als instrument om Amerikaanse bedrijven te beschermen, maar ook als middel om andere landen tot concessies te bewegen. Handelspolitiek is in zijn benadering een onderhandeling waarin de Verenigde Staten hun economische gewicht maximaal moeten inzetten.

Een zware verkiezingsnederlaag zou deze aanpak verder kunnen verharden.

Stel dat Europa weigert mee te werken aan een nieuw Amerikaans voorstel over defensie-uitgaven of handelsvoorwaarden. Wat weerhoudt Trump ervan opnieuw met uitzonderlijk hoge importtarieven te dreigen?

Nederlandse landbouwproducten, Duitse auto's, Europese machines, Franse luxeartikelen en Chinese elektronica kunnen allemaal onderwerp worden van nieuwe handelsconflicten.

De economische gevolgen kunnen enorm zijn. Amerikaanse consumenten betalen immers een belangrijk deel van de rekening wanneer geïmporteerde producten duurder worden. Ondernemingen krijgen te maken met stijgende kosten, verstoorde toeleveringsketens en onzekerheid over toekomstige investeringen.

Trump heeft inmiddels bovendien ervaren dat zijn bevoegdheden niet onbeperkt zijn. Het Amerikaanse Hooggerechtshof maakte in februari 2026 een einde aan het gebruik van een bepaalde noodwet voor zijn importheffingen. Toch bestaan er andere handelswetten waarmee een president nieuwe tarieven kan opleggen, zij het onder aanvullende voorwaarden.

Juist die mogelijkheden maken het scenario van een nieuwe handelsoorlog zo serieus.

En wie denkt dat Europa buiten schot blijft omdat het een historische bondgenoot van Washington is, moet zich afvragen hoeveel waarde die bondgenootschappen hebben wanneer economische druk opnieuw het belangrijkste onderhandelingsmiddel wordt.

Oekraïne dreigt de hoogste prijs te betalen

Maar het grootste gevaar van een gefrustreerde Trump ligt misschien wel in Oekraïne.

Terwijl Europa al jaren probeert Rusland economisch en militair onder druk te houden, laat Trump steeds opnieuw zien dat hij de relatie met Vladimir Poetin anders benadert dan veel Europese regeringsleiders.

Zijn doel is een einde aan de oorlog. Dat klinkt aantrekkelijk, want niemand kan bezwaar hebben tegen vrede. Maar de vraag is onder welke voorwaarden die vrede tot stand moet komen en wie uiteindelijk de rekening betaalt.

Stel dat Trump na een grote verkiezingsnederlaag besluit dat hij niets meer wil weten van langdurige Amerikaanse steun aan Oekraïne.

Geen nieuwe Amerikaanse militaire hulp vanuit de programma's waarover hij beslissingsruimte heeft. Geen aanvullende toezeggingen voor luchtverdediging. Beperkingen op de levering van onderdelen, wapensystemen en andere militaire middelen. Mogelijk zelfs minder samenwerking bij het delen van militaire inlichtingen.

Niet al deze maatregelen kan hij zonder het Congres doorvoeren. Toch beschikt de Amerikaanse president over aanzienlijke invloed op de uitvoering van militaire steun en de diplomatieke koers.

Voor Oekraïne zou grote onzekerheid over Amerikaanse leveranties een rampzalige ontwikkeling kunnen zijn. Het land is voor belangrijke onderdelen van zijn luchtverdediging en militaire ondersteuning afhankelijk van westerse samenwerking.

En Rusland? Dat zou een dergelijke ontwikkeling waarschijnlijk verwelkomen.

Poetin hoeft dan niet noodzakelijk meer te winnen op het slagveld. Hij hoeft vooral te wachten tot de internationale steun aan Oekraïne verzwakt.

Sancties tegen Rusland op de schop

Nog zorgwekkender is wat er met de economische sancties tegen Rusland kan gebeuren.

Trump heeft in oktober al laten zien bereid te zijn de uitvoering van nieuwe sanctiewetgeving op te schorten. Hij gebruikte daarvoor een uitzonderingsmogelijkheid in de wet en verwees naar het Amerikaanse nationale belang en de onderhandelingen over vrede.

Dat is geen theoretisch voorbeeld. Het is een besluit dat daadwerkelijk is genomen.

Wat gebeurt er wanneer hij na een zware nederlaag besluit de economische druk op Moskou nog verder te verminderen?

Bestaande sancties kunnen waar de wet ruimte biedt worden versoepeld. Nieuwe uitzonderingen kunnen worden verleend. De handhaving van bepaalde maatregelen kan minder prioriteit krijgen. Russische ondernemingen en financiële instellingen zouden daardoor mogelijk opnieuw gemakkelijker toegang krijgen tot internationale handelsstromen.

Een volledige opheffing van alle sancties kan Trump niet zomaar zelfstandig regelen. Verschillende beperkingen zijn wettelijk vastgelegd en ook het Congres heeft daarin een stem.

Maar hij hoeft niet alle sancties af te schaffen om de druk op Rusland aanzienlijk te verminderen.

En terwijl de Europese Unie probeert de Russische oorlogseconomie verder te verzwakken, zou Washington juist een tegenovergestelde koers kunnen inslaan.

De vraag is dan hoe lang Europa die economische druk zelfstandig kan volhouden en welke politieke en financiële offers daarvoor nodig zijn.

De NAVO wordt een onderhandelingskaart

Ook de NAVO zou in een bijzonder moeilijke positie terecht kunnen komen.

Trump heeft jarenlang kritiek geuit op Europese landen die volgens hem onvoldoende aan hun eigen verdediging bijdragen. Vanuit Amerikaans perspectief is het begrijpelijk dat bondgenoten eerlijker moeten bijdragen aan de gezamenlijke veiligheidskosten.

Maar een fundamenteel verschil bestaat tussen onderhandelen over defensie-uitgaven en twijfel zaaien over de vraag of de Verenigde Staten hun bondgenoten daadwerkelijk zullen verdedigen.

Een gefrustreerde president zou opnieuw kunnen dreigen Amerikaanse troepen uit Europa terug te trekken, militaire samenwerking te verminderen of bondgenoten minder zekerheid te bieden over Amerikaanse steun.

Voor landen als Polen, Estland, Letland en Litouwen zijn dat geen abstracte politieke discussies. Hun veiligheid hangt in belangrijke mate samen met de geloofwaardigheid van de NAVO.

Wanneer die geloofwaardigheid afneemt, kan Rusland proberen de verdeeldheid binnen het bondgenootschap verder uit te buiten.

Europa krijgt dan mogelijk te maken met een Amerikaanse president die het bondgenootschap niet uitsluitend als veiligheidsorganisatie ziet, maar steeds vaker als instrument om economische en politieke concessies af te dwingen.

Ook de Amerikaanse economie kan het slachtoffer worden

De ironie is dat een dergelijke confrontatiepolitiek niet alleen Europa, Oekraïne en andere Amerikaanse bondgenoten zou raken.

Ook de Amerikaanse bevolking kan zwaar worden getroffen.

Wanneer importtarieven stijgen, worden veel goederen duurder. Wanneer handelspartners terugslaan met tegenmaatregelen, raken Amerikaanse exporteurs markten kwijt. Wanneer bedrijven niet weten welke regels volgende maand gelden, stellen zij investeringen uit.

En wanneer de president voortdurend in conflict is met het Congres, kunnen begrotingsonderhandelingen vastlopen en dreigen langdurige sluitingen van federale overheidsdiensten.

De gewone Amerikaan die op Trump stemde omdat hij lagere prijzen, economische zekerheid en meer banen verwachtte, kan uiteindelijk zelf de gevolgen ondervinden.

Daarmee ontstaat een bijzonder wrange situatie: een president die na een verkiezingsnederlaag besluit harder te vechten tegen zijn politieke tegenstanders, terwijl de kosten van die strijd terechtkomen bij de mensen die hij zegt te vertegenwoordigen.

Een Democratisch Congres is geen automatische redding

Natuurlijk staat Trump niet boven de wet. De Amerikaanse grondwet kent een systeem van machtenscheiding waarin het Congres en de rechterlijke macht belangrijke tegenmachten vormen.

Een Democratische meerderheid zou onderzoeken kunnen starten, ministers onder druk kunnen zetten en via begrotingswetten proberen bepaalde beleidskeuzes tegen te houden.

Ook Republikeinse parlementariërs kunnen zich tegen Trump keren wanneer zij vinden dat hij te ver gaat, bijvoorbeeld bij het terugschroeven van Oekraïense steun of het versoepelen van sancties tegen Rusland.

Maar dat systeem werkt niet automatisch.

Een president kan wetten met een veto blokkeren. Hij kan binnen bestaande wettelijke bevoegdheden zelfstandig besluiten nemen. En hij kan procedures vertragen, politieke conflicten vergroten en de publieke opinie tegen andere instituties proberen te mobiliseren.

Bovendien zullen Democraten niet over ieder onderwerp dezelfde opvattingen hebben. Ook onder Republikeinen bestaan grote verschillen over handel, buitenlandse politiek en de verhouding met Rusland.

Een verkiezingsnederlaag kan Trump dus aanzienlijk verzwakken, maar hem niet machteloos maken.

Misschien ontstaat juist daardoor de gevaarlijkste combinatie: minder politieke steun, maar nog altijd voldoende bestuurlijke macht om grote internationale problemen te veroorzaken.

Wat als Trump juist compromissen sluit?

Er bestaat ook een ander scenario. Een president die na een nederlaag beseft dat zijn mogelijkheden zijn beperkt en besluit compromissen te sluiten om nog iets van zijn politieke agenda te verwezenlijken.

Dat zou voor Trump een pragmatische keuze kunnen zijn. Hij kan proberen zijn economische beleid veilig te stellen, internationale overeenkomsten te sluiten en zijn politieke nalatenschap vorm te geven.

Ook zijn eigen partij kan hem daartoe bewegen. Republikeinen die in 2028 opnieuw verkiezingen willen winnen, hebben er weinig belang bij wanneer de laatste twee jaar van het presidentschap volledig worden gedomineerd door politieke chaos.

Dat tegenbeeld verdient aandacht. Niemand kan op 31 oktober met zekerheid voorspellen hoe Trump op de verkiezingsuitslag zal reageren.

Maar de mogelijkheid van een pragmatische koers neemt de risico's van een verdere escalatie niet weg.

Zeker niet wanneer een president een verkiezingsnederlaag beschouwt als persoonlijk onrecht in plaats van als een normale democratische correctie.

Twee jaar waarin de wereld de rekening kan krijgen

Voor Europa is het onverstandig om rustig af te wachten wat er op 3 november gebeurt.

Europese regeringen moeten zich voorbereiden op verschillende scenario's: een president die verzwakt maar pragmatisch verder regeert, een langdurige politieke patstelling in Washington of een nieuwe periode van agressieve handelspolitiek en diplomatieke confrontaties.

Daarbij moet Europa vooral voorkomen dat de veiligheid van Oekraïne, de Europese economie en de geloofwaardigheid van de NAVO volledig afhankelijk blijven van dagelijkse beslissingen in het Witte Huis.

De geschiedenis leert dat politieke macht niet uitsluitend wordt bepaald door hoeveel steun een leider nog heeft. Soms wordt macht juist op de meest confronterende manier gebruikt wanneer iemand het gevoel krijgt dat die steun hem wordt afgenomen.

Een grote Democratische overwinning kan de macht van Trump beperken. Ze kan onderzoeken mogelijk maken en belangrijke grenzen trekken aan zijn binnenlandse beleid.

Maar ze kan niet voorkomen dat hij tot januari 2029 president blijft.

En dat is precies de ongemakkelijke gedachte waarmee Europa rekening moet houden.

Het zou goed kunnen dat een verslagen Trump besluit zijn resterende termijn te gebruiken om de wereld te laten zien dat hij nog altijd de machtigste man in Washington is.

Met importtarieven, diplomatieke dreigementen, onzekerheid over Oekraïne en een mogelijke versoepeling van sancties tegen Rusland als instrumenten.

Niet omdat dit scenario vaststaat. Maar omdat de gevolgen van zo'n koers te ernstig zijn om haar bij voorbaat uit te sluiten.

De midterms kunnen een einde maken aan de Republikeinse meerderheid in het Congres. Ze maken geen einde aan het presidentschap van Donald Trump.

En wie een dolle stier in de porseleinkast ziet staan, doet er verstandig aan niet pas over de schade na te denken wanneer het eerste servies op de vloer ligt.