BRUSSEL – Wat begon als een Europese maatregel tegen goedkope producten uit China, ontwikkelt zich tot een miljardenbron voor de Europese begroting. Uit een intern document van de Europese Commissie, ingezien door persbureau Reuters, blijkt dat Brussel vanaf 2028 jaarlijks ongeveer zes miljard euro verwacht te ontvangen uit heffingen op goedkope pakketjes. Daarmee leveren aankopen bij webshops als Temu, Shein en AliExpress niet alleen extra kosten op voor consumenten, maar ook aanzienlijke inkomsten voor de Europese Unie.

De omvang van de pakketstromen is enorm. In 2025 kwamen volgens de Europese Commissie ongeveer 5,8 miljard zendingen met een waarde onder de 150 euro de Europese Unie binnen. Dat betekent gemiddeld bijna zestien miljoen pakketjes per dag. Een jaar eerder waren dat er nog 4,6 miljard, waarvan 91 procent afkomstig was uit China.

Van belastingvrij naar vijf euro aan heffingen

Tot 1 juli 2026 waren goederen met een waarde onder de 150 euro in beginsel vrijgesteld van invoerrechten. Sinds die datum geldt een tijdelijk douanerecht van drie euro per productcategorie binnen een zending.

Daar kwam op 1 november een Europese afhandelingsvergoeding van twee euro bij. Bij een eenvoudige bestelling kan de combinatie daardoor vijf euro aan heffingen opleveren.

Bestelt iemand bijvoorbeeld drie identieke T-shirts, dan geldt het invoerrecht van drie euro eenmaal omdat de shirts onder dezelfde productcategorie vallen. Wordt ook een horloge besteld, dan kan het invoerrecht oplopen tot zes euro. De afhandelingsvergoeding wordt volgens de nieuwe regels afzonderlijk berekend.

De heffingen staan los van de btw die bij invoer verschuldigd kan zijn. Ook eventuele commerciële inklaringskosten van vervoerders zijn niet hetzelfde als de Europese overheidsheffingen.

Brussel rekent op zes miljard euro per jaar

De financiële ambities worden zichtbaar in het document waarover Reuters op 30 oktober berichtte. Volgens de berekeningen verwacht de Europese Commissie tussen 2028 en 2034 jaarlijks ongeveer zes miljard euro uit de nieuwe heffingen voor de Europese begroting.

Daarbij is al rekening gehouden met een daling van het aantal rechtstreeks geïmporteerde pakketjes. Brussel verwacht dus miljardeninkomsten, zelfs wanneer consumenten minder rechtstreeks uit China bestellen.

Het bedrag is een prognose en geen reeds gerealiseerde jaaropbrengst. Bovendien moeten de definitieve afspraken over de verdeling van de inkomsten nog worden afgerond.

Volgens het onderzochte document zou uiteindelijk 90 procent van de geraamde opbrengsten naar de Europese begroting gaan en 10 procent naar de lidstaten. Dat is een voorstel voor de toekomstige begrotingsperiode, geen definitieve verdelingsregel.

Nederland inde in één maand 134 miljoen euro

Hoeveel geld de nieuwe tarieven kunnen opleveren, bleek al kort na hun invoering. Volgens cijfers die staatssecretaris Eelco Eerenberg met de Tweede Kamer deelde, leverde de heffing in Nederland alleen al in juli 2026 ongeveer 134 miljoen euro aan douanerechten op.

Onder de bestaande regels mag Nederland 25 procent van de geïnde traditionele invoerrechten behouden als vergoeding voor de inningskosten. Het overige deel wordt afgedragen aan Brussel.

Van de 134 miljoen euro zou volgens die verdeling ongeveer 33,5 miljoen euro bij Nederland blijven en ruim 100 miljoen euro naar de Europese begroting gaan.

Nederland is daarmee niet alleen een belangrijk logistiek knooppunt voor pakketjes uit China, maar ook een belangrijke plaats waar de Europese invoerrechten worden geïnd.

De pakketstroom daalt opvallend snel

Opmerkelijk is dat het aantal rechtstreeks ingevoerde pakketjes na de invoering van de heffing sterk is teruggelopen. Nederlandse douanecijfers wijzen op een daling van ongeveer 46 procent. In België werd zelfs een afname van 53 procent gemeld.

Dat betekent niet noodzakelijk dat Europese consumenten plotseling veel minder Chinese producten kopen.

Webshops kunnen hun logistiek aanpassen door goederen in grotere hoeveelheden naar Europese distributiecentra te sturen. Vanuit die magazijnen worden bestellingen vervolgens binnen de Europese Unie bezorgd.

De individuele consument ontvangt dan geen pakketje meer dat rechtstreeks uit China komt. De invoer heeft eerder in de handelsketen plaatsgevonden, waarvoor andere douaneregels kunnen gelden.

Deze verschuiving maakt duidelijk dat importheffingen niet alleen extra inkomsten opleveren, maar ook invloed hebben op de manier waarop internationale webwinkels hun producten distribueren.

Wie betaalt uiteindelijk de rekening?

Formeel ligt de verantwoordelijkheid voor het aangeven en betalen van invoerrechten bij de verkoper, het platform of de importeur. Dat betekent echter niet dat bedrijven de kosten volledig zelf dragen.

Webwinkels kunnen de extra uitgaven doorberekenen in hun verkoopprijzen, verzendkosten verhogen of kortingen beperken. Een artikel dat voorheen slechts enkele euro's kostte, kan daardoor relatief veel duurder worden.

Vooral bij kleine bestellingen is het effect aanzienlijk. Wanneer een product vijf euro kost en daarop vijf euro aan overheidsheffingen drukt, verdubbelen de kosten voordat eventuele andere toeslagen worden meegerekend.

Of consumenten die volledige verhoging daadwerkelijk betalen, hangt af van het prijsbeleid van de webwinkel. Sommige platforms kunnen een deel van de heffingen zelf absorberen om klanten te behouden.

Eerlijke concurrentie of lucratieve inkomstenbron?

De Europese Commissie verdedigt de maatregelen met verschillende argumenten. Goedkope importen zouden oneerlijke concurrentie veroorzaken voor Europese winkeliers, terwijl douaneautoriteiten moeite hebben om alle zendingen te controleren.

Ook worden regelmatig producten aangetroffen die niet voldoen aan Europese veiligheidsvoorschriften. Denk aan elektronica, speelgoed en andere consumentenartikelen.

Daarnaast bestaat volgens Brussel het risico dat goederen bewust te laag worden gewaardeerd om belastingen en invoerrechten te ontwijken.

De heffingen moeten daarom bijdragen aan eerlijke concurrentie, betere productveiligheid en financiering van douanecontroles.

Tegelijkertijd laat de financiële raming zien dat deze maatregelen een nieuwe structurele inkomstenbron voor Europa vormen.

Zes miljard euro is niet hetzelfde als zes miljard winst

Een belangrijk onderscheid is dat belastinginkomsten niet automatisch gelijkstaan aan winst. Douanecontroles, digitale systemen, personeel en toezicht kosten eveneens geld.

De afhandelingsvergoeding is volgens de Europese instellingen juist bedoeld om die kosten gedeeltelijk te dekken. Ook komen niet alle opbrengsten noodzakelijk rechtstreeks bij de Europese Commissie terecht.

De zes miljard euro is bovendien een toekomstige raming. De werkelijke inkomsten hangen af van het aantal pakketjes, het gedrag van consumenten, aangepaste distributiemethoden en eventuele wijzigingen in Europese regelgeving.

De consument blijft de onzekere factor

De Europese aanpak heeft twee kanten. Voor Europese winkeliers kan het verdwijnen van de vrijstelling voor goedkope importen zorgen voor eerlijkere concurrentie. Voor consumenten kunnen dezelfde maatregelen betekenen dat goedkope buitenlandse producten duurder worden.

Ondertussen profiteren Europese en nationale overheden financieel van de enorme internationale handelsstromen.

De belangrijkste conclusie uit de cijfers is dat de pakketheffingen inmiddels veel meer zijn dan een instrument om Chinese webwinkels aan strengere regels te onderwerpen. Ze zijn uitgegroeid tot een inkomstenbron waarmee Brussel vanaf 2028 jaarlijks miljarden euro's verwacht binnen te halen.

Of die opbrengsten daadwerkelijk worden gerealiseerd, zal afhangen van de reactie van de markt. Eén ontwikkeling staat inmiddels vast: sinds de invoering van de nieuwe tarieven is het rechtstreeks bestellen van goedkope producten van buiten Europa aanzienlijk minder vrijblijvend geworden.