WOLFSBURG – Het gaat steeds slechter met de Volkswagen Group, het Duitse autoconcern achter merken als Volkswagen, Audi, Porsche, Škoda, SEAT, CUPRA, Bentley en Lamborghini. De nieuwste kwartaalcijfers laten zien dat de problemen inmiddels veel verder gaan dan tegenvallende verkopen. Het concern verloor in drie maanden bijna zes miljard euro op operationeel niveau, bereidt zich voor op een ingrijpende reorganisatie en houdt rekening met het verdwijnen van maximaal 100.000 arbeidsplaatsen. Ook de toekomst van meerdere Duitse autofabrieken staat ter discussie.
De financiële resultaten over het derde kwartaal van 2026 zijn ronduit zorgwekkend. Volkswagen boekte tussen juli en september een operationeel verlies van 5,86 miljard euro, tegenover een verlies van 1,3 miljard euro in dezelfde periode vorig jaar. Onder de streep bedroeg het nettoverlies zelfs 5,82 miljard euro. De omzet daalde met 6,3 procent naar 75,3 miljard euro.
Over de eerste negen maanden van 2026 resteerde nog slechts 71 miljoen euro operationele winst, terwijl dat een jaar eerder ruim 5,4 miljard euro was. Na belastingen stond het concern over deze periode 2,72 miljard euro in het rood. Daarmee is duidelijk dat de problemen niet beperkt blijven tot één slecht kwartaal.
Elektrische auto's blijken minder winstgevend
Een belangrijke oorzaak ligt bij de overgang naar elektrisch rijden. Volkswagen investeerde de afgelopen jaren enorme bedragen in elektrische modellen, batterijtechnologie, nieuwe productieplatforms en softwareontwikkeling. Die investeringen waren noodzakelijk om de concurrentie met onder meer Tesla en Chinese autofabrikanten aan te kunnen, maar de financiële opbrengsten blijven achter bij de verwachtingen.
Financieel directeur Arno Antlitz erkende bij de presentatie van de kwartaalcijfers dat elektrische auto's momenteel minder winst opleveren dan modellen met een traditionele verbrandingsmotor. Dat levert een opmerkelijke situatie op: de vraag naar elektrische Volkswagens groeit in Europa, maar juist die groei zet de winstmarges verder onder druk.
Van de Europese bestellingen bij Volkswagen Group bestaat inmiddels ongeveer 40 procent uit volledig elektrische auto's. De vraag naar deze voertuigen is dus niet verdwenen. Het probleem is vooral dat de productiekosten hoog blijven, terwijl consumenten scherpe prijzen verwachten en de concurrentie steeds groter wordt.
Het concern heeft daarmee de financiële gevolgen en het tempo van de elektrificatie onvoldoende weten op te vangen. Volkswagen moet nu tegelijkertijd investeren in nieuwe technologie en de kosten van bestaande productiecapaciteit terugdringen.
Vier Duitse fabrieken mogelijk op de tocht
De gevolgen voor het personeel kunnen bijzonder groot worden. Volkswagen werkt aan een reorganisatie waarbij uiteindelijk tot 100.000 arbeidsplaatsen kunnen verdwijnen. In september werd bekend dat het concern nog eens 50.000 banen wil schrappen boven op eerder aangekondigde personeelsreducties.
Daarnaast kan Volkswagen niet garanderen dat de fabrieken in Emden, Zwickau, Hannover en Neckarsulm ook na 2030 hun huidige productieprogramma behouden. Voor verschillende locaties worden alternatieve bestemmingen onderzocht.
Volgens berichten van persbureau Reuters worden zelfs sluitingen van maximaal vier Duitse fabrieken overwogen. Definitieve besluiten over deze locaties zijn nog niet genomen, maar de onzekerheid onder werknemers neemt toe.
Volkswagen kampt in Europa met een overcapaciteit van meer dan 500.000 auto's per jaar. Dat betekent dat fabrieken gezamenlijk aanzienlijk meer voertuigen kunnen produceren dan het concern onder de huidige marktomstandigheden verwacht te verkopen.
Voor een fabrikant met hoge vaste lasten is dat een bijzonder kostbaar probleem. Ook wanneer productielijnen niet volledig draaien, moeten gebouwen worden onderhouden, machines worden afgeschreven en personeel worden betaald.
Ontwikkeling elektrische Golf tijdelijk stilgelegd
Hoe ernstig de financiële druk inmiddels is geworden, blijkt uit het besluit om de voorbereidende ontwikkeling van de volledig elektrische Volkswagen Golf tijdelijk stil te leggen.
De toekomstige ID. Golf moet een belangrijke rol spelen in de volgende generatie elektrische modellen van het concern. Het voertuig moet gebruikmaken van een nieuw technologisch platform waarmee auto's efficiënter en tegen lagere kosten kunnen worden geproduceerd.
Toch heeft Volkswagen besloten bepaalde ontwikkelingswerkzaamheden voorlopig te pauzeren omdat de beschikbare financiële middelen onder druk staan. De ondernemingsraad benadrukt dat de geplande marktintroductie niet hoeft te worden uitgesteld, maar het besluit laat zien dat zelfs strategisch belangrijke projecten niet langer vanzelfsprekend doorgaan.
Het hoofdkantoor in Wolfsburg moet bovendien nog honderden miljoenen euro's aan aanvullende besparingen vinden. De druk om sneller en goedkoper te produceren wordt daarmee steeds groter.
Ook Audi verliest terrein
De problemen beperken zich niet tot het merk Volkswagen. Ook Audi, jarenlang een belangrijke winstmaker binnen de groep, heeft het moeilijk.
De merkengroep waartoe Audi, Lamborghini, Bentley en Ducati behoren, zag de omzet over de eerste negen maanden dalen van 48,4 miljard naar 42,1 miljard euro. De operationele winst verminderde van 1,56 miljard naar 1,15 miljard euro.
Vooral de ontwikkelingen in China zijn zorgwekkend. Audi verkocht daar in de eerste negen maanden bijna een kwart minder auto's dan een jaar eerder. Ook in Noord-Amerika stonden de verkopen stevig onder druk.
Audi wordt geraakt door dezelfde ontwikkelingen als Volkswagen: toenemende Chinese concurrentie, hoge ontwikkelingskosten, internationale handelsspanningen en veranderende consumentenvoorkeuren.
Opvallend is dat zelfs de verkoop van volledig elektrische Audi's wereldwijd met 12 procent terugliep, terwijl het merk op de Duitse thuismarkt juist een sterke groei liet zien.
Porsche en Lamborghini ontsnappen niet aan de problemen
Ook Porsche, jarenlang een van de belangrijkste winstbronnen van de Volkswagen Group, speelt een grote rol in de financiële tegenvallers.
Een omvangrijke waardevermindering van het Porsche-belang en andere bijzondere lasten drukten zwaar op de geconsolideerde resultaten. Volkswagen moest miljarden afschrijven, mede door de gewijzigde verwachtingen voor de sportwagenfabrikant.
Porsche heeft bovendien te maken met de gevolgen van strategische aanpassingen rond elektrische modellen. Investeringen, veranderende marktomstandigheden en de vraag naar traditionele sportwagens dwingen het merk zijn toekomstplannen opnieuw te beoordelen.
Lamborghini staat er financieel aanzienlijk beter voor, maar ook daar zijn signalen van verzwakking zichtbaar. De Italiaanse sportwagenfabrikant leverde in de eerste negen maanden 7.983 auto's af, tegenover 8.140 een jaar eerder.
De operationele winst daalde van 592 miljoen naar 564 miljoen euro. Met een winstmarge van 22,3 procent blijft Lamborghini echter een van de meest winstgevende merken binnen het concern.
Dat onderscheid is belangrijk: de Volkswagen Group als geheel verkeert in zwaar weer, maar niet ieder afzonderlijk merk maakt verlies.
China verandert van groeimotor in probleemmarkt
Decennialang was China een van de belangrijkste pijlers onder het succes van Duitse autofabrikanten. Volkswagen verkocht er enorme aantallen auto's en profiteerde van een groeiende middenklasse die graag Europese merken kocht.
Die situatie is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Chinese producenten zoals BYD, Geely en andere merken hebben hun technologische achterstand verkleind en kunnen elektrische auto's vaak tegen scherpere prijzen aanbieden.
Vooral bij batterijtechnologie, software, digitale functies en productiekosten hebben Chinese bedrijven belangrijke concurrentievoordelen opgebouwd.
Volkswagen wordt daardoor op twee fronten geraakt. In China verliest het marktaandeel aan lokale fabrikanten, terwijl diezelfde fabrikanten steeds nadrukkelijker de Europese markt betreden.
Bovendien drukken Amerikaanse importheffingen op de resultaten. Het concern moet zich daardoor tegelijkertijd aanpassen aan nieuwe handelsbarrières, stijgende concurrentiedruk en een kostbare technologische omschakeling.
Mercedes-Benz en BMW eveneens onder druk
De problemen bij Volkswagen staan niet op zichzelf. Ook andere grote Duitse autofabrikanten worden geconfronteerd met ingrijpende veranderingen op de wereldwijde automarkt.
Mercedes-Benz maakte eind oktober bekend dat de aangepaste operationele winst van zijn personenwagendivisie in het derde kwartaal met bijna 51 procent was gedaald. De winstmarge kwam uit op slechts 2,5 procent.
Over de eerste negen maanden daalde de aangepaste winst van Mercedes-Benz Cars zelfs met bijna 42 procent. De fabrikant wees onder meer op de moeilijke Chinese markt en toenemende concurrentie.
Tegelijkertijd laat Mercedes zien hoe verschillend de ontwikkelingen kunnen zijn. De verkoop van volledig elektrische personenwagens groeide in het derde kwartaal met ruim 60 procent. Dat is positief voor de elektrificatie, maar betekent niet automatisch dat de winstgevendheid verbetert.
Ook BMW moet rekening houden met dezelfde structurele uitdagingen: concurrentie uit China, kostbare elektrificatie, softwareontwikkeling en onzekerheid over internationale handelsregels. De financiële gevolgen verschillen echter per fabrikant en per model.
Daarmee staat niet alleen Volkswagen, maar een belangrijk deel van de Duitse auto-industrie voor een ingrijpende herstructurering.
Vakbonden vrezen voor toekomst Duitse auto-industrie
De aangekondigde reorganisatie heeft inmiddels tot grote onrust geleid onder werknemers en vakbonden. Vooral in Duitsland, waar de auto-industrie honderdduizenden directe en indirecte arbeidsplaatsen vertegenwoordigt, zijn de mogelijke gevolgen omvangrijk.
Vakbond IG Metall en ondernemingsraden eisen dat werknemers niet als enigen opdraaien voor strategische fouten en tegenvallende resultaten.
De bonden willen garanties voor werkgelegenheid, investeringen in bestaande fabrieken en een eerlijke verdeling van de financiële offers tussen personeel, aandeelhouders en bestuurders.
Bij Volkswagen wordt zelfs rekening gehouden met nieuwe stakingen wanneer onderhandelingen over werkgelegenheid en fabriekstoekomst geen bevredigend resultaat opleveren.
Ook toeleveranciers lopen risico. Minder autoproductie betekent minder opdrachten voor bedrijven die onderdelen, elektronica, machines, banden en andere producten leveren.
Volkswagen moet miljarden besparen
Om uit de crisis te komen, heeft Volkswagen een omvangrijk herstelprogramma opgesteld. Het concern wil met zijn toekomstplan ongeveer 31 miljard euro aan kostenbesparingen realiseren.
De maatregelen omvatten minder automodellen, eenvoudiger productieprocessen, goedkopere voertuigontwikkeling en het terugdringen van management- en overheadkosten.
Het aantal modellen moet uiteindelijk met ongeveer de helft worden verminderd. Ook wil Volkswagen de complexiteit binnen het concern drastisch terugbrengen.
Dat betekent dat merken meer technologie en onderdelen moeten delen en dat afzonderlijke fabrieken efficiënter moeten produceren.
De directie benadrukt dat snelle uitvoering noodzakelijk is. Volgens financieel directeur Antlitz is de winstmarge van 3,8 procent vóór bijzondere lasten onvoldoende om de enorme investeringen in toekomstige modellen en technologie te kunnen blijven financieren.
Toekomst van Europese autoproductie op het spel
De crisis bij Volkswagen laat zien hoe moeilijk de overgang naar elektrisch rijden voor traditionele autofabrikanten is geworden. Bedrijven moeten afscheid nemen van technieken waarmee zij tientallen jaren veel geld verdienden, terwijl nieuwe technologie miljardeninvesteringen vereist.
Daarbij komt dat de concurrentie niet stilzit. Chinese fabrikanten ontwikkelen nieuwe modellen in hoog tempo, terwijl Europese producenten worden gehinderd door hoge arbeidskosten, complexe organisaties en bestaande fabrieksstructuren.
Volkswagen beschikt nog altijd over omvangrijke financiële middelen, sterke merken en een grote wereldwijde verkooporganisatie. Het concern is dus niet zonder mogelijkheden om de problemen te overwinnen.
Maar de meest recente cijfers maken duidelijk dat de tijd voor geleidelijke aanpassingen voorbij is. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de vraag hoeveel Duitse autofabrieken kunnen blijven bestaan, hoeveel werknemers hun baan behouden en of Volkswagen zijn positie als een van de grootste autofabrikanten ter wereld kan veiligstellen.


