DEN HAAG – De Nederlandse glastuinbouw dreigt de klimaatdoelstellingen voor 2030 niet te halen. Een tekort aan duurzame warmte, onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet en stijgende energiekosten zorgen ervoor dat tuinders hun bedrijven minder snel kunnen verduurzamen dan oorspronkelijk was afgesproken. Dat blijkt uit een Kamerbrief die staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op dinsdag 3 november naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het kabinet erkent dat de omstandigheden voor ondernemers aanzienlijk moeilijker zijn geworden en werkt daarom aan een aangepast beleid richting 2040.

De glastuinbouwsector heeft de ambitie om in 2040 volledig klimaatneutraal te zijn. In het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 zijn afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen stapsgewijs terug te dringen. Voor 2030 geldt een restemissiedoel van 4,3 miljoen ton CO2-equivalenten. Volgens de nieuwste voortgangsrapportage ligt de sector echter niet op koers om dat doel te bereiken.

Veel minder duurzame warmte beschikbaar dan gepland

Een belangrijk probleem is het tekort aan duurzame warmtebronnen. Bij het opstellen van de klimaatplannen werd ervan uitgegaan dat de glastuinbouw in 2030 ongeveer 30 petajoule duurzame warmte nodig zou hebben om de doelstellingen te kunnen realiseren. Inmiddels wordt verwacht dat slechts ongeveer 21 petajoule beschikbaar komt.

Daarvan bestaat ruim 12 petajoule uit aardwarmte, minder dan 4 petajoule uit industriële restwarmte en minder dan 6 petajoule uit biobrandstoffen en zonne-energie. Ook de oorspronkelijke doelstelling van 15 petajoule aardwarmte in 2030 wordt waarschijnlijk niet gehaald.

Voor veel glastuinbouwbedrijven betekent dit dat zij voorlopig afhankelijk blijven van aardgas of andere bestaande energiebronnen. De overstap naar duurzame verwarmingssystemen vereist bovendien omvangrijke investeringen, terwijl onzeker blijft wanneer nieuwe warmtebronnen daadwerkelijk beschikbaar komen.

Overvol elektriciteitsnet vormt grote belemmering

Naast het tekort aan duurzame warmte vormt netcongestie een steeds groter probleem. Tuinders die willen overstappen op elektrische verwarmingsinstallaties of andere duurzame technieken hebben daarvoor voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet nodig.

Volgens het kabinet worden oplossingen voor de problemen op het stroomnet in grote delen van de glastuinbouwsector pas na 2030 verwacht. In verschillende gebieden wordt rekening gehouden met uitbreiding van de beschikbare capaciteit in de periode 2034 tot 2036.

Daardoor kunnen ondernemers wel plannen maken om hun bedrijf te verduurzamen, maar ontbreekt voorlopig de mogelijkheid om deze investeringen daadwerkelijk te benutten. Volgens het kabinet zijn de handelingsmogelijkheden voor glastuinbouwondernemers inmiddels beperkter dan bij het sluiten van het energieconvenant werd verwacht.

Ook de beschikbaarheid van externe CO2 voor de bemesting van gewassen blijft achter. Voor 2030 werd oorspronkelijk gerekend op ongeveer 2 miljoen ton alternatieve CO2. Inmiddels wordt een realistisch potentieel van slechts 0,6 miljoen ton verwacht.

Onderzoek waarschuwt voor verliesgevende bedrijven

De financiële gevolgen van de energietransitie zijn eveneens aanzienlijk. Uit onderzoek van WSER naar de broeikasgasbeprijzing in de Nederlandse glastuinbouw blijkt dat hogere CO2-heffingen kunnen bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen, maar tegelijkertijd de economische positie van bedrijven ernstig onder druk zetten.

Volgens het onderzoek worden de onderzochte representatieve glastuinbouwbedrijven in alle doorgerekende scenario's verlieslatend wanneer zij de hogere energiekosten niet kunnen doorberekenen aan hun afnemers.

Daarbij gaat het niet uitsluitend om extra kosten voor het gebruik van fossiele energie. Ook bedrijven die volledig zijn overgestapt op duurzame energie krijgen te maken met structureel hogere kosten door investeringen in nieuwe installaties en energievoorzieningen.

Om in 2030 op sectorniveau quitte te kunnen draaien, zouden de opbrengsten volgens het onderzoek 8 tot 11 procent hoger moeten liggen. Omdat Nederlandse telers internationaal concurreren, kunnen prijsverhogingen leiden tot een dalende afzet.

WSER schat dat het totale glastuinbouwareaal hierdoor richting 2030 met ongeveer 11 tot 12 procent zou kunnen afnemen. Het gaat daarbij om een uitkomst van de economische analyse en niet om een vaststaande ontwikkeling.

200 miljoen euro blijft voorlopig gereserveerd

Het kabinet heeft 200 miljoen euro beschikbaar gehouden in het Klimaat- en energiefonds om de omstandigheden voor verduurzaming in de glastuinbouw te verbeteren. Dit geld wordt voorlopig echter niet vrijgegeven.

Volgens de staatssecretaris is nog niet voldaan aan de voorwaarden die aan de beschikbaarstelling zijn verbonden. Het bedrag blijft daarom gereserveerd totdat duidelijker is hoe de sector de komende jaren kan verduurzamen.

Wel wordt de glastuinbouw in 2027 gemiddeld volledig gecompenseerd voor de extra kosten van de bijmengverplichting voor groen gas. Die compensatie verloopt via een verlaging van de energiebelasting.

Daarnaast onderzoekt het kabinet hoe de sector moet worden behandeld binnen het Europese emissiehandelssysteem ETS2. De Tweede Kamer heeft gevraagd te bekijken of glastuinbouwbedrijven buiten dit systeem kunnen blijven. Volgens eerder onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit is zo'n uitzondering echter moeilijk uitvoerbaar, lastig te controleren en fraudegevoelig.

Uiterlijk in het voorjaar van 2027 wil het kabinet duidelijkheid geven over de toekomstige CO2-beprijzing en aanvullende compensatiemaatregelen.

Subsidies voor duurzame kassen worden verlengd

Ondanks de tegenvallende voortgang ziet het kabinet ook positieve ontwikkelingen. Uit een evaluatie van de bestaande subsidieprogramma's blijkt dat de regelingen Energie-efficiëntie Glastuinbouw (EG) en Marktintroductie Energie-innovaties (MEI) een belangrijke bijdrage leveren aan investeringen in duurzame technieken.

De regelingen vullen elkaar volgens de onderzoekers goed aan en stimuleren ondernemers om nieuwe oplossingen toe te passen. Daarom worden beide regelingen verlengd tot en met 2031.

Ook het programma Kas als Energiebron blijft een belangrijke rol spelen. Dit programma richt zich op onderzoek, innovatie en het verspreiden van kennis over energiebesparing en duurzame energievoorzieningen in de glastuinbouw.

Voor de voortzetting van een kennisuitwisselingsproject binnen dit programma in de periode 2027 tot en met 2030 wil het kabinet maximaal 5,63 miljoen euro subsidie beschikbaar stellen.

Daarnaast wordt gewerkt aan verdere verduurzaming en circulariteit binnen de sector, waarbij wordt gekeken naar efficiënter gebruik van water en grondstoffen, hergebruik van reststromen en de ontwikkeling van innovatieve, grotendeels zelfstandig functionerende kassen.

Klimaatneutrale glastuinbouw in 2040 blijft ambitie

Het kabinet wil de ambitie om in 2040 een klimaatneutrale glastuinbouwsector te realiseren niet loslaten. Wel wordt erkend dat de route daarnaartoe opnieuw moet worden bekeken.

Volgens de evaluatie van het energieconvenant is een fundamentele herijking noodzakelijk. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de gewenste vermindering van de CO2-uitstoot, maar ook naar de financiële haalbaarheid voor ondernemers, de beschikbaarheid van duurzame energie en de internationale concurrentiepositie.

De komende maanden werkt het kabinet daarom aan een nieuw transitiepad richting 2040. Dit moet tuinders meer zekerheid bieden over toekomstige energieheffingen, subsidieregelingen en investeringsmogelijkheden.

In het voorjaar van 2027 worden belangrijke besluiten verwacht. Tot die tijd blijft de Nederlandse glastuinbouw voor een groot deel afhankelijk van ontwikkelingen waarop individuele ondernemers nauwelijks invloed hebben, zoals de uitbreiding van het elektriciteitsnet en de aanleg van duurzame warmtevoorzieningen.