DEN HAAG – Nederlandse kwekers van jonge slaplanten ondervinden mogelijk concurrentienadeel doordat zij het gewasbeschermingsmiddel Closer niet via de precisietechniek Phyto-drip mogen toepassen. In België en Duitsland is deze behandeling volgens de sector wel mogelijk. Opvallend is dat buitenlandse slaplanten die met het middel zijn behandeld vervolgens gewoon in Nederland mogen worden verkocht en uitgeplant. Dat bevestigt staatssecretaris Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in antwoorden op Kamervragen van Caroline van der Plas (BBB).

Risico voor vogels en zoogdieren

Bij Phyto-drip worden gewasbeschermingsmiddelen tijdens de opkweek gericht bij jonge planten toegediend. Volgens de staatssecretaris kan deze methode in sommige gevallen het aantal latere bespuitingen verminderen.

Een eerdere aanvraag voor tijdelijke vrijstelling van Closer werd echter afgewezen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) constateerde een onacceptabel risico voor vogels en zoogdieren. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) oordeelde bovendien dat voldoende alternatieven beschikbaar waren voor de bestrijding van de betreffende plaag bij de bedekte opkweek van sla.

Ongelijk speelveld binnen Europa

Erkens erkent dat Nederlandse kwekers mogelijk economische gevolgen ondervinden. Hij heeft signalen ontvangen dat slatelers hun jonge planten inmiddels uit het buitenland betrekken. De staatssecretaris beschouwt veranderende marktomstandigheden echter als onderdeel van het normale ondernemersrisico.

Volgens Erkens mogen Europese lidstaten zelfstandig beslissen over vrijstellingen. Daardoor kunnen verschillen ontstaan tussen Nederlandse en buitenlandse telers.

Nieuwe aanvraag mogelijk

Een nieuwe tijdelijke vrijstelling wordt niet uitgesloten. De sector kan opnieuw een aanvraag indienen, waarbij aanvullende wetenschappelijke gegevens mogelijk aanleiding geven tot een andere beoordeling.