ARNHEM – Een man, geboren in 1986, moet ruim 810.000 euro aan de Nederlandse Staat betalen vanwege wederrechtelijk verkregen vermogen. Het gerechtshof in Arnhem heeft vastgesteld dat de man ruim 900.000 euro aan illegaal voordeel heeft genoten. Omdat de rechtszaak uitzonderlijk lang duurde, wordt de betalingsverplichting met 10 procent verminderd.

De uitspraak van maandag 26 oktober vormt een nieuw hoofdstuk in een omvangrijke witwaszaak waarin luxe personenauto's, motoren en grote hoeveelheden contant geld een belangrijke rol speelden. De man werd in 2020 al definitief veroordeeld voor gewoontewitwassen.

Meer dan 1,3 miljoen euro aan uitgaven

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek bleek dat de verdachte grote bedragen contant had uitgegeven. Onderzoekers brachten onder meer de aanschaf van een Mercedes Roadster van 193.000 euro, een BMW van 36.000 euro en een Ducati-motor van 29.500 euro in kaart.

Ook werden een Audi Q5, meerdere andere Mercedessen, een Opel Astra en een Ford Bronco in de financiële reconstructie opgenomen. De totale onderzochte uitgaven bedroegen ruim 1,3 miljoen euro.

Volgens het hof konden deze uitgaven niet volledig worden verklaard uit legale inkomsten. Daarom werd met een zogenoemde kasopstelling onderzocht hoeveel geld een onbekende, vermoedelijk criminele herkomst had.

Ferrari en contant geld buiten berekening

De verdediging stelde dat verschillende uitgaven ten onrechte als illegaal voordeel waren aangemerkt. Daarbij ging het onder meer om 108.000 euro voor een Ferrari, bijna 100.000 euro aan contant geld bij de ouders van de verdachte en een geldlening.

Het hof besloot uiteindelijk 300.000 euro buiten de berekening te houden, omdat onvoldoende aannemelijk was geworden dat deze bedragen daadwerkelijk tot financieel voordeel voor de man hadden geleid.

Daarmee werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op 900.653,85 euro.

Rechtszaak duurt ruim negen jaar

Opvallend is de uitzonderlijk lange duur van de procedure. De man ging op 1 augustus 2017 in hoger beroep, terwijl de nieuwe uitspraak pas op 26 oktober 2026 volgde.

Volgens het hof is de redelijke termijn daarmee met ruim zeven jaar overschreden. Daarom wordt de betalingsverplichting met 10 procent verlaagd.

De man moet uiteindelijk 810.588,47 euro aan de Staat betalen.

Hoge Raad vernietigde eerdere beslissing

De Hoge Raad vernietigde in november 2021 een eerdere beslissing over het afpakken van het vermogen. Volgens de hoogste rechter betekent het witwassen van geld niet automatisch dat de volledige waarde daarvan als persoonlijk financieel voordeel mag worden aangemerkt.

Het gerechtshof moest daarom opnieuw onderzoeken welk bedrag daadwerkelijk aan de veroordeelde kon worden toegerekend.

Met de nieuwe uitspraak is dat bedrag vastgesteld. Wanneer de man niet betaalt, kan uiteindelijk gijzeling worden toegepast voor maximaal 1080 dagen. Die maatregel heft de betalingsverplichting niet op.