DEN HAAG – Het kabinet ziet voorlopig af van aanvullende Nederlandse wetgeving om muzikanten, componisten en andere makers beter te beschermen tegen het gebruik van hun werk door kunstmatige intelligentie. Volgens het kabinet biedt de bestaande wetgeving voldoende mogelijkheden om auteursrechten te handhaven.
Dat schrijft staatssecretaris Claudia van Bruggen van Justitie en Veiligheid in een Kamerbrief van 26 oktober. De brief volgt op zorgen van auteursrechtenorganisatie BumaStemra over het gebruik van beschermde muziek bij het trainen van AI-systemen.
Muzikanten vrezen verlies van inkomsten
AI-bedrijven gebruiken grote hoeveelheden bestaande muziek, songteksten en andere creatieve werken om hun systemen te trainen.
Met deze technologie kunnen vervolgens nieuwe nummers en teksten worden geproduceerd die qua stijl sterk lijken op bestaande muziek.
Volgens het kabinet kan de toenemende hoeveelheid AI-gegenereerde muziek leiden tot concurrentie met menselijke makers. Daardoor kunnen inkomsten van componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers onder druk komen te staan.
BumaStemra wil bewijslast omdraaien
BumaStemra pleit voor een wettelijke regeling waarbij AI-ontwikkelaars moeten aantonen dat zij geen beschermde muziek hebben gebruikt wanneer een maker het gebruik aannemelijk maakt.
De organisatie verwijst naar een Frans wetsvoorstel dat in april door de Franse Senaat werd aangenomen.
Het kabinet ziet daar voorlopig niets in. Volgens Van Bruggen kunnen Nederlandse rechters onder bestaande regels de bewijslast al omkeren wanneer de omstandigheden daarom vragen.
Ook kunnen makers via de rechter inzage vragen in relevante documenten van AI-bedrijven.
AI-bedrijven moeten transparanter worden
De Europese AI-verordening verplicht ontwikkelaars van algemene AI-modellen auteursrechten te respecteren en informatie openbaar te maken over de gegevens waarmee hun systemen zijn getraind.
Daarbij hoeven bedrijven niet ieder afzonderlijk muziekwerk te vermelden. Wel moeten zij inzicht geven in belangrijke gebruikte databronnen.
Ook moeten AI-ontwikkelaars rekening houden met makers die expliciet hebben aangegeven dat hun werk niet voor AI-training mag worden gebruikt.
Europese aanpak krijgt voorrang
Het kabinet wil vooral inzetten op gezamenlijke Europese maatregelen. Volgens Van Bruggen voorkomt dat verschillende nationale regels en extra administratieve lasten voor bedrijven.
De Europese Commissie onderzoekt momenteel mogelijkheden om licenties, vergoedingen en toezicht bij AI-training te verbeteren.
Nieuwe Europese voorstellen worden op zijn vroegst in de eerste helft van 2027 verwacht.
Ook belasting op AI-content onderzocht
De Raad voor Cultuur heeft daarnaast voorgesteld een wettelijke heffing in te voeren op door AI gegenereerde content.
Met de opbrengsten zouden menselijke makers mogelijk kunnen worden ondersteund.
Het kabinet werkt nog aan een reactie op dit voorstel. Die wordt naar verwachting in 2027 aan de Tweede Kamer gestuurd.
Tot die tijd blijft de bescherming van muzikanten en andere creatieve makers voornamelijk afhankelijk van bestaande auteursrechtregels en de verdere ontwikkeling van Europese wetgeving.




