NEW YORK, 28 mei 2026 – De Verenigde Staten en Israël stemden in 2021 als enige landen tegen een resolutie van de Verenigde Naties over het recht op voedsel. De resolutie werd met ruime meerderheid aangenomen: 186 landen stemden voor, twee landen stemden tegen.
De VN-resolutie benadrukte dat toegang tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel onderdeel is van fundamentele mensenrechten. Ook wees de tekst op de groeiende wereldwijde voedselonzekerheid, mede door armoede, conflicten, klimaatverandering en de gevolgen van de coronapandemie.
Grote meerderheid voor resolutie
De stemming vond plaats binnen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De resolutie riep landen op om maatregelen te nemen tegen honger en ondervoeding en om internationale samenwerking op het gebied van voedselzekerheid te versterken.
De Verenigde Staten verklaarden destijds dat zij het recht op voedsel erkennen, maar bezwaar hadden tegen onderdelen van de resolutietekst. Volgens Washington bevatte de tekst bepalingen die het land niet kon steunen. Israël stemde eveneens tegen.
Voedselzekerheid blijft wereldwijd probleem
Het recht op voedsel is al jaren onderwerp van debat binnen de VN. Voorstanders stellen dat overheden verplicht zijn om honger en ondervoeding actief tegen te gaan. Tegenstanders van specifieke VN-teksten plaatsen geregeld kanttekeningen bij juridische formuleringen, politieke verwijzingen of internationale verplichtingen.
De stemming uit 2021 wordt nog altijd aangehaald in discussies over mensenrechten, armoedebestrijding en de rol van staten bij voedselzekerheid.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







