ZWOLLE, 2 juli 2026 – Het UWV moet een arbeidsongeschiktheidsuitkering van een vrouw al vanaf 20 juni 2022 laten ingaan. Dat heeft de rechtbank Overijssel bepaald in een zaak over de herleving van een eerder beรซindigde WIA-uitkering. Volgens de rechtbank heeft het UWV onvoldoende bewezen dat de toegenomen beperkingen van de vrouw door een andere ziekteoorzaak zijn ontstaan.
De vrouw kreeg eerder een WIA-uitkering, maar die werd per 12 februari 2020 beรซindigd. Het UWV vond haar toen minder dan 35 procent arbeidsongeschikt. Later viel zij opnieuw uit nadat zij in april 2022 voor een beperkt aantal uren per week was gaan werken als telefonisch fondsenwerver.
Het UWV kende haar uiteindelijk vanaf 17 juni 2024 een IVA-uitkering toe. De vrouw vond dat die uitkering niet pas vanaf die datum moest ingaan, maar moest herleven vanaf haar ziekmelding op 20 juni 2022. De rechtbank geeft haar daarin gelijk.
Discussie over herleving WIA-uitkering
De zaak draaide om de vraag of de nieuwe arbeidsongeschiktheid voortkwam uit dezelfde oorzaak als de eerdere arbeidsongeschiktheid. Dat is van belang, omdat een beรซindigde WIA-uitkering onder voorwaarden kan herleven als iemand binnen vijf jaar opnieuw arbeidsongeschikt raakt door dezelfde oorzaak.
Volgens het UWV was geen sprake van herleving. De instantie wees erop dat in oktober 2022 een nieuwe diagnose was gesteld. Daardoor zou volgens het UWV sprake zijn van een andere ziekteoorzaak dan de klachten die eerder aan de WIA-uitkering ten grondslag lagen.
De vrouw stelde daar tegenover dat zij op 20 juni 2022 uitviel met klachten die al jarenlang bestonden. Volgens haar stond niet buiten twijfel dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid door een andere oorzaak kwam. Zij vond daarom dat het voordeel van de twijfel aan haar moest worden gegeven.
Rechtbank kijkt naar datum ziekmelding
De rechtbank stelt vast dat de oude WIA-uitkering vanaf 12 februari 2020 was beรซindigd. De ziekmelding op 20 juni 2022 viel daarmee binnen de termijn van vijf jaar waarin herleving van een WIA-uitkering mogelijk is.
Volgens de rechtbank moest daarom worden gekeken naar de beperkingen vanaf 20 juni 2022. Het UWV had echter niet vastgesteld welke beperkingen de vrouw precies op die datum had. Wel werd haar ziekmelding geaccepteerd en kreeg zij later een Ziektewetuitkering.
De rechtbank vindt dat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd dat op 20 juni 2022 nog geen sprake was van toegenomen beperkingen. Uit de stukken blijkt juist dat de vrouw al jarenlang klachten had die niet goed konden worden geduid.
UWV slaagt niet in bewijs
De rechtbank oordeelt dat het UWV niet buiten twijfel heeft gesteld dat de latere beperkingen door een andere ziekteoorzaak kwamen. Uit de medische informatie blijkt volgens de rechtbank niet dat de eerdere klachten en diagnose volledig waren verdwenen toen de nieuwe diagnose duidelijk werd.
Daarmee heeft het UWV niet bewezen dat de verminderde belastbaarheid uitsluitend door een andere ziekte werd veroorzaakt. Volgens vaste rechtspraak ligt die bewijslast bij de partij die stelt dat er geen verband bestaat tussen de eerdere en de latere arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeert daarom dat de vrouw recht heeft op herleving van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 20 juni 2022. Die uitkering moet worden toegekend in de vorm van een IVA-uitkering.
Besluit UWV vernietigd
Het beroep van de vrouw is gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV van 30 december 2025. In plaats daarvan bepaalt de rechtbank zelf dat de vrouw per 20 juni 2022 recht heeft op een IVA-uitkering als herleving van haar eerdere WIA-uitkering.
Het UWV moet daarnaast het griffierecht van 54 euro aan de vrouw vergoeden. Ook moet de instantie 1.868 euro aan proceskosten betalen.
Tegen de uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



