VUGHT, 11 mei 2026 – De rechtbank Oost-Brabant heeft een gedetineerde veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag op een medegedetineerde in Vught. De man stak het slachtoffer op 21 januari 2025 meerdere keren met een aardappelschilmesje in onder meer het hoofd, de nek, schouders en bovenrug. Dat blijkt uit het vonnis dat op 8 mei 2026 is uitgesproken.
Aanval tijdens koken
De steekpartij vond plaats terwijl de verdachte en het slachtoffer samen aan het koken waren. Volgens de rechtbank gebeurde de aanval zonder duidelijke aanleiding. Het slachtoffer stond nietsvermoedend in de keuken toen de verdachte hem met een aardappelschilmesje aanviel.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte dertien keer met kracht heeft gestoken. De verwondingen zaten onder meer in de behaarde hoofdhuid, de nek, de schouders en hoog op de rug. Op camerabeelden was volgens de rechtbank te zien dat de verdachte meerdere keren met volle kracht uithaalde in de richting van het hoofd, de nek en de schouders van het slachtoffer.
Het slachtoffer verklaarde dat hij aanvankelijk dacht dat hij met een vuist werd geslagen. Pas later realiseerde hij zich dat hij met een mes was gestoken. Ook verklaarde hij dat er veel bloed uit zijn hoofd en nek kwam.
Rechtbank: vitale en kwetsbare plekken
De verdediging voerde aan dat geen sprake was van poging tot doodslag, omdat niet zou kunnen worden vastgesteld hoe diep er was gestoken. Volgens de verdediging was er hooguit sprake van poging tot zware mishandeling.
De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechtbank is bij poging tot doodslag niet doorslaggevend of uiteindelijk dodelijk letsel is ontstaan. Het hoofd en de hals zijn volgens de rechtbank vitale en kwetsbare delen van het lichaam. In de hals bevinden zich onder meer de luchtpijp en belangrijke slagaders, terwijl in het hoofd de hersenen liggen.
Ook met een aardappelschilmesje kunnen volgens de rechtbank dodelijke verwondingen worden veroorzaakt, afhankelijk van de kracht en de manier waarop wordt gestoken. Omdat de verdachte meerdere keren met kracht en ongecontroleerd op vitale delen van het lichaam instak, achtte de rechtbank poging tot doodslag bewezen.
Slachtoffer kampte met gevolgen
De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat de aanval in een penitentiaire inrichting plaatsvond. Ook binnen de muren van een gevangenis moeten personen zich veilig kunnen voelen, aldus de rechtbank.
Uit de slachtofferverklaring blijkt dat de steekpartij grote impact heeft gehad. Het slachtoffer durfde kort na het incident zijn cel niet meer uit, sliep langere tijd slecht en bleef erg alert, vooral wanneer er messen in de buurt waren. Ook had hij volgens de verklaring nog pijn door littekenweefsel en zenuwpijn.
Eerdere veroordeling voor dodelijk geweld
Bij de strafmaat keek de rechtbank ook naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het vonnis blijkt dat hij eerder, op 15 april 2022, een medegedetineerde heeft doodgestoken en drie anderen heeft verwond. Voor die zaak werd hij in hoger beroep veroordeeld tot zeven jaar en negen maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.
De verdachte zat ten tijde van de steekpartij in Vught nog zijn gevangenisstraf uit en was nog niet begonnen met de tbs-behandeling. Volgens de rechtbank lijkt er sprake van een patroon waarbij de verdachte uit het niets ernstig geweld gebruikt tegen willekeurige slachtoffers, ook in een gecontroleerde omgeving.
Verminderde toerekenbaarheid
De rechtbank nam bij de strafoplegging mee dat bij de verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Uit eerdere rapportage van het Pieter Baan Centrum blijkt volgens de rechtbank dat de verdachte beperkt inlevingsvermogen en beperkte introspectie heeft. Ook werd de kans op recidive hoog ingeschat.
De rechtbank gaat ervan uit dat het bewezenverklaarde feit de verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. Dat werkte strafmatigend. Tegelijkertijd woog de rechtbank strafverzwarend mee dat de verdachte eerder soortgelijk geweld pleegde.
Geen strafloze doorgang naar tbs
De verdediging had gevraagd om geen straf op te leggen, zodat de eerder opgelegde tbs-behandeling zo snel mogelijk kon beginnen. Subsidiair werd gevraagd om een geheel voorwaardelijke straf.
De rechtbank wees die verzoeken af. Volgens de rechtbank kan het niet zo zijn dat een verdachte in afwachting van een tbs-behandeling straffeloos ernstige strafbare feiten pleegt. Een voorwaardelijke straf zou volgens de rechtbank evenmin recht doen aan de ernst van de zaak, de bescherming van de maatschappij en de normhandhaving.
Wel matigde de rechtbank de gevangenisstraf fors, juist vanwege het belang dat de tbs-behandeling zo spoedig mogelijk kan starten. Onder die uitzonderlijke omstandigheden achtte de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar passend.
Schadevergoeding van 7.500 euro
Naast de gevangenisstraf moet de verdachte een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer. De benadeelde partij had 10.000 euro aan immateriële schadevergoeding gevorderd. De rechtbank wees daarvan 7.500 euro toe.
Volgens de rechtbank is sprake van lichamelijk letsel en aantasting van de persoon. Het letsel bestaat onder meer uit ontsierende littekens. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 januari 2025.
De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op. Dat betekent dat de Staat het bedrag bij de verdachte kan innen ten behoeve van het slachtoffer.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





