ROTTERDAM, 27 juli 2026 โ De Rechtbank Rotterdam heeft een in 2005 geboren verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor gijzeling, afpersing en dwang. Van de celstraf zijn twaalf maanden voorwaardelijk. Ook gelden drie jaar lang contact- en locatieverboden, deels onder elektronisch toezicht.
De verdachte hield in maart 2026 samen met anderen een man twee nachten tegen zijn wil vast in onder meer een auto, een woning, een schuur en horecagelegenheden in Rotterdam en Vlaardingen. Het slachtoffer werd geslagen, bedreigd en onder druk gezet om geld van familie en vrienden te regelen.
Slachtoffer moest duizenden euroโs regelen
De gijzeling begon op 6 maart bij de opname van een videoclip in Vlaardingen. Het slachtoffer moest uit een auto komen en werd vervolgens geslagen en meegenomen. Tijdens de rit werd een voorwerp tegen zijn nek gehouden en werd gedreigd dat hij zou worden neergeschoten.
De man werd daarna naar verschillende locaties gebracht. Hij moest onder meer een nacht doorbrengen in een afgesloten schuur. De verdachten dreigden volgens de rechtbank ook zijn familie iets aan te doen en zijn woning op te blazen.
Het slachtoffer werd gedwongen zijn moeder, andere familieleden en bekenden te bellen met de vraag geld over te maken. De verdachten eisten in totaal 6000 euro. Er werden betaalverzoeken verstuurd en er werd contant geld opgenomen en naar de verdachten gebracht.
Getuigen verklaarden dat zij tijdens telefoongesprekken hoorden dat het slachtoffer onder druk werd gezet en klappen kreeg. Het slachtoffer werd op 8 maart door ingrijpen van de politie bevrijd.
Bankrekeningen geopend met gezichtsscans
Naast het eisen van geld namen de verdachten twee telefoons, bankpassen en het paspoort van het slachtoffer af. De man moest meewerken aan meerdere gezichtsscans. Daarmee werden bankrekeningen geopend en probeerden de verdachten toegang te krijgen tot zijn bankrekening en internetbankieren.
De rechtbank acht bewezen dat de veroordeelde hierbij een actieve rol speelde. Hij zou zich vooral hebben beziggehouden met de telefoon, persoonsgegevens en bankzaken van het slachtoffer.
De betrokkenheid van de verdachte bleek volgens de rechtbank ook uit verklaringen, telefoongegevens en bestellingen die tijdens de gijzeling bij Rotterdamse horecazaken werden geplaatst.
Geen bewijs voor vuurwapenbezit
De verdachte werd vrijgesproken van het samen met anderen bezitten van een revolver en bijbehorende munitie. Ook kon niet worden bewezen dat bij de gijzeling daadwerkelijk een vuurwapen is gebruikt.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat een voorwerp tegen de nek van het slachtoffer werd gehouden en dat daarbij bedreigingen werden geuit. De verdachte werd daarom veroordeeld voor het medeplegen van gijzeling, afpersing door meerdere personen en het met geweld en bedreiging dwingen van het slachtoffer.
De verdediging had om volledige vrijspraak gevraagd. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. De rechtbank nam deze eis over.
Reclassering moet verdachte begeleiden
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij niet eerder voor strafbare feiten was veroordeeld. De rechtbank woog echter zwaar mee dat het slachtoffer langdurig werd vastgehouden, mishandeld en bedreigd.
De verdachte bleef tijdens het strafproces zwijgen. Volgens de rechtbank roept dit vragen op over de mate waarin hij verantwoordelijkheid neemt en de ernst van zijn handelen inziet.
Aan het voorwaardelijke deel van de straf is een proeftijd van drie jaar verbonden. De verdachte moet zich melden bij de reclassering, deelnemen aan een training voor cognitieve vaardigheden en zich inspannen voor werk, onderwijs of een stage met een vaste structuur.
Contactverboden en elektronisch toezicht
De rechtbank legde daarnaast een vrijheidsbeperkende maatregel voor drie jaar op. De verdachte mag geen contact hebben met het slachtoffer, diens moeder, verschillende getuigen en zijn medeverdachten.
Het contactverbod met de medeverdachten wordt elektronisch gecontroleerd. Ook geldt een locatieverbod voor de gemeente Vlaardingen en moet de verdachte op vastgestelde tijdstippen op zijn verblijfadres aanwezig zijn.
Voor iedere overtreding kan รฉรฉn week vervangende hechtenis worden opgelegd, met een maximum van zes maanden. De maatregel is direct uitvoerbaar en blijft daardoor ook van kracht wanneer hoger beroep wordt ingesteld.
Ruim 8700 euro schadevergoeding
De verdachte moet samen met zijn mededaders 6320 euro aan het slachtoffer betalen. Dat bedrag bestaat uit 3320 euro materiรซle schade en 3000 euro smartengeld.
De moeder van het slachtoffer krijgt 2420 euro toegewezen. Daarvan is 920 euro bestemd voor terugbetaling van het betaalde losgeld en 1500 euro voor immateriรซle schade. Over beide bedragen moet vanaf 7 maart 2026 wettelijke rente worden betaald.
De rechtbank wees gevraagde toekomstige verhuiskosten af. Een deel van de schadeclaim voor twee telefoons kan eventueel nog bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


