NIEUWEGEIN, 23 juli 2026 – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft officieel besloten om geen strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen de politieagenten die in de nieuwjaarsnacht van 2026 een man hebben neergeschoten in Nieuwegein. Bij het incident raakte de verdachte gewond aan zijn arm en been. Na een uitgebreid, onafhankelijk onderzoek is geconcludeerd dat het handelen van de agenten proportioneel en rechtmatig was. Er was op het moment van schieten sprake van een direct levensgevaarlijke situatie voor de betrokken leden van het arrestatieteam, waardoor de inzet van een vuurwapen als allerlaatste redmiddel onvermijdelijk bleek.
Melding van escalerende situatie tijdens oud en nieuw
Het incident vond plaats in de nacht van 31 december 2025 op 1 januari 2026, een periode waarin de hulpdiensten traditiegetrouw al onder hoge druk staan. Verschillende politie-eenheden werden met spoed gealarmeerd voor een uiterst dreigende situatie in Nieuwegein. Tijdens een besloten bijeenkomst was een man ernstig door het lint gegaan. Hij had expliciet gedreigd een vuurwapen in zijn bezit te hebben en stelde bovendien dat hij twee autoโs in brand had gestoken.
De ernst van de melding werd nog verder versterkt door de criminele achtergrond van de verdachte. Uit de politiesystemen bleek namelijk dat de man te boek stond als vuurwapengevaarlijk en dat hij in het verleden al vaker grof fysiek geweld had gebruikt. Deze informatie noopte de autoriteiten tot de uiterste voorzichtigheid.
Inzet van arrestatieteam na mislukte onderhandelingen
Kort na middernacht wisten de eerste agenten de verdachte te lokaliseren in de bosjes nabij de locatie van het nieuwjaarsfeest. De man bleek in de duisternis gewapend te zijn met messen en weigerde direct elke vorm van medewerking. Hij reageerde volstrekt niet op de aanwijzingen en duidelijke waarschuwingen van de aanwezige politiemedewerkers.
Om verdere escalatie te voorkomen, werden speciaal getrainde onderhandelaars van de politie opgeroepen. Zij probeerden gedurende enige tijd om vanaf een veilige afstand contact met de verdachte te leggen, met de hoop de situatie vreedzaam te de-escaleren. Toen ook deze pogingen geen enkel resultaat opleverden en de situatie onverminderd gevaarlijk bleef, nam de leiding ter plaatse het besluit om het zwaarbewapende arrestatieteam (AT) in te zetten.
Aanval op politiehond en verdere vlucht
Het arrestatieteam had als primaire opdracht om de verwarde en agressieve verdachte op een zo veilig mogelijke manier onder controle te brengen. Volgens de voorgeschreven procedures probeerden de specialisten dit in eerste instantie door middel van geweldloze of minder ingrijpende middelen. Hierbij werd gebruikgemaakt van lawaaigranaten, bedoeld om de verdachte tijdelijk te desoriรซnteren.
Daarnaast werden een stroomstootwapen en een politiehond ingezet. De verdachte verzette zich echter hevig tegen zijn aanhouding. Tijdens de ontstane worsteling stak hij de ingezette politiehond meerdere keren met zijn messen. Direct na deze aanval op het dier zag de man de kans om verder het donkere bos in te vluchten.
Gebruik van niet-dodelijke middelen en vuurwapens
Ondanks het onoverzichtelijke terrein wisten verschillende leden van het arrestatieteam de man even later alsnog in te sluiten. Ondanks de omsingeling gaf de man zich nog steeds niet over aan de autoriteiten. Integendeel, hij besloot met twee getrokken messen in zijn handen direct en op hoge snelheid af te rennen op de leden van het arrestatieteam.
Om de acute dreiging te stoppen, schoten de agenten in de eerste seconden met niet-dodelijke munitie, de zogeheten beanbags. Toen bleek dat deze inslagen de man totaal niet wisten af te remmen en hij zijn aanval vastberaden doorzette, zagen twee AT-leden zich genoodzaakt om hun dienstwapen te trekken.
Zij schoten gericht op het lichaam van de verdachte, waarbij hij in een arm en een been werd geraakt en ten val kwam. Vervolgens kon de man eindelijk worden overmeesterd, waarna direct medische hulp voor hem is ingeschakeld.
Onderzoek door de Rijksrecherche
In Nederland is wettelijk vastgelegd dat er altijd een strikt en onafhankelijk onderzoek plaatsvindt wanneer de politie een vuurwapen gebruikt en daarbij iemand gewond raakt of komt te overlijden. Dit onderzoek wordt standaard uitgevoerd door de Rijksrecherche, een opsporingsinstantie die losstaat van de reguliere politieorganisatie.
Het doel van dit onderzoek is om uiterst zorgvuldig en feitelijk vast te stellen wat er zich op de locatie heeft afgespeeld. De Rijksrecherche heeft in de maanden volgend op het incident uitgebreid sporenonderzoek verricht, de betrokken agenten als verdachten gehoord en verklaringen van getuigen vastgelegd. Op basis van het gecompleteerde onderzoeksdossier heeft de officier van justitie de uiteindelijke juridische afweging gemaakt.
Beoordeling rechtmatigheid door officier van justitie
Het Openbaar Ministerie concludeert na bestudering van het dossier dat het schieten door de agenten volledig als rechtmatig moet worden beschouwd. De officier van justitie benadrukt dat er op het fatale moment in het bos geen enkel ander effectief geweldsmiddel meer voorhanden was om de man te stoppen.
De agenten hebben puur en alleen gehandeld om direct gevaar op de dood of zwaar lichamelijk letsel voor zichzelf te voorkomen. Gezien de ernstige initiรซle verdenking, het extreme aanhoudende verzet van de man en de levensbedreigende aanval met de messen, zijn de gebruikte geweldsmiddelen stapsgewijs en conform het proportionaliteitsbeginsel ingezet.
Omdat de verdachte in geen enkel stadium op een veilige manier kon worden benaderd en weigerde te luisteren, was de inzet van het vuurwapen geoorloofd en passend binnen de ambtsinstructie. De strafzaak tegen de betrokken agenten is daarmee definitief geseponeerd.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



