Onderzoek toont aan dat femicide in Nederland juridisch nog beperkt wordt herkend en benoemd.

Femicide in Nederland krijgt weinig juridische erkenning

MAASTRICHT, 12 mei 2026 โ€“ Femicide wordt in de Nederlandse rechtspraktijk nog niet consequent herkend, benoemd en juridisch gewogen. Dat blijkt uit het WODC-onderzoek Femicide in de Nederlandse rechtspraktijk: juridische erkenning en straftoemeting, uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Maastricht. In het onderzoek zijn juridische analyse, jurisprudentieonderzoek, interviews, een vignettenstudie en een vergelijking met andere Europese landen samengebracht.

Femicide, het gendergerelateerd doden van een vrouw of meisje, wordt door de onderzoekers omschreven als de ernstigste vorm van geweld tegen vrouwen. In Nederland worden jaarlijks gemiddeld 43 vrouwen en meisjes gedood. In 71,6 procent van de gevallen gebeurt dat door een (ex-)partner of familielid. Ondanks de maatschappelijke en politieke aandacht voor deze zaken kent Nederland geen afzonderlijke strafbaarstelling van femicide.

Het onderzoek laat zien dat femicidezaken onder het huidige strafrecht worden vervolgd als moord, doodslag, poging daartoe of gekwalificeerde doodslag. Juridisch is vervolging dus mogelijk, maar de specifieke gendergerelateerde context van het delict krijgt niet altijd dezelfde plaats in de bewijsvoering, de strafmotivering of de uiteindelijke juridische duiding. Volgens de onderzoekers leidt dat tot verschillen in herkenning, erkenning en behandeling.

Geen aparte strafbaarstelling

Nederland heeft op dit moment geen zelfstandig delict femicide. Zaken waarin vrouwen worden gedood door hun partner, ex-partner, familielid of een dader met een gendergerelateerd motief vallen onder algemene strafbepalingen. Het gaat daarbij vooral om moord en doodslag. Ook bestaande strafverzwarende bepalingen kunnen in bepaalde situaties een rol spelen.

Sinds 1 juli 2025 kan artikel 44bis in combinatie met artikel 90quater lid 2 van het Wetboek van Strafrecht de maximale straf verhogen als sprake is van een discriminatoir oogmerk. Dat kan relevant zijn bij een expliciet misogynistisch haatmotief. De onderzoekers constateren echter dat deze strafverzwaringsgrond niet vanzelfsprekend past op veel femicidezaken, omdat die vaak spelen binnen een relationele of afhankelijkheidscontext.

Ook artikel 304 Sr, dat strafverhoging mogelijk maakt bij mishandeling binnen bepaalde familie- of partnerrelaties, is formeel niet van toepassing op levensdelicten. De gedachte achter dat artikel โ€“ dat personen in een nauwe relatie bijzondere zorg en terughoudendheid tegenover elkaar moeten betrachten โ€“ zou volgens het onderzoek wel relevant kunnen zijn bij femicide binnen partner- of familierelaties.

Werkdefinitie breder dan partnerdoding

Voor het onderzoek is een werkdefinitie gebruikt. Femicide is daarin omschreven als een opzettelijk en wederrechtelijk levensdelict tegen een meisje of vrouw, waarbij een gendergerelateerd kenmerk een motiverende rol speelt. Het onderzoek beperkt zich niet tot biologische vrouwen, maar omvat ook transvrouwen. Ook daders kunnen volgens deze definitie ieder gender hebben.

Levensdelicten door een (voormalige) intieme partner of familielid vallen automatisch onder de gehanteerde definitie. Bij andere zaken is gekeken naar kenmerken zoals eerder fysiek, seksueel of psychisch geweld, belaging, uitbuiting, gijzeling, seksueel geweld, sekswerk, verminking, het achterlaten van het lichaam in de openbare ruimte of een gendergerelateerd haatmotief. Ook eergerelateerd geweld en zwangerschap zijn door de onderzoekers als relevante signalen meegenomen.

Die brede definitie is belangrijk, omdat femicide in de praktijk niet alleen voorkomt als partnerdoding. Toch blijkt uit het onderzoek dat rechters, officieren van justitie en andere professionals de term vooral associรซren met levensdelicten binnen (ex-)partnerrelaties. Zaken met bijvoorbeeld een haatmotief, seksueel geweld of een sekswerkcontext worden minder snel spontaan als femicide benoemd.

Term femicide nauwelijks gebruikt

Een opvallende bevinding is dat het woord femicide in rechterlijke uitspraken zeer weinig voorkomt. In het jurisprudentieonderzoek werden 282 unieke zaken geselecteerd die voldeden aan de werkdefinitie van femicide. In slechts vijf zaken, minder dan 2 procent van het totaal, gebruikte de feitenrechter de term expliciet. Het ging daarbij uitsluitend om zaken waarin een vrouw door een (ex-)partner werd gedood en waarin voorafgaand aan het fatale incident zogenoemde rode vlaggen aanwezig waren.

De term werd in die zaken vooral gebruikt om de maatschappelijke impact van het strafbare feit te duiden of om de zaak correct te framen. Het alternatieve begrip partnerdoding kwam eveneens vijf keer voor, maar werd vooral feitelijk gebruikt: als aanduiding dat iemand zijn partner of ex-partner had gedood. Partnerdoding is daarmee geen synoniem voor femicide, omdat femicide breder ziet op gendergerelateerde motieven en omstandigheden.

Tegelijkertijd blijkt dat rechters in veel zaken wel degelijk aandacht hebben voor de relationele context. In 87 procent van de onderzochte femicidezaken werd in de strafmotivering verwezen naar de partner- of familierelatie of naar andere gendergerelateerde kenmerken. De term femicide wordt dus zelden gebruikt, terwijl onderdelen van het fenomeen vaak wel in de uitspraak terugkomen.

Bewijsvoering en strafmaat

Gendergerelateerde kenmerken spelen volgens het onderzoek een beperkte rol bij de beoordeling van opzet. In 26 van de 239 femicideverdenkingen waarin opzet inhoudelijk aan de orde kwam, werd een gendergerelateerd kenmerk genoemd. Vaak ging het daarbij om een feitelijke vermelding, bijvoorbeeld van de relatie tussen verdachte en slachtoffer, zonder dat dit kenmerk doorslaggevend was voor het bewijs van opzet.

Bij voorbedachte raad spelen dergelijke kenmerken vaker een rol. In 53 van de 166 zaken waarin voorbedachte raad inhoudelijk werd besproken, werden gendergerelateerde kenmerken betrokken. Dat gebeurde bijvoorbeeld wanneer de relatiebreuk, eerdere bedreigingen, stalking of voorbereidingshandelingen hielpen om de context van het dodelijke geweld te begrijpen.

Toch kunnen gendergerelateerde kenmerken volgens de onderzoekers niet zelfstandig voorbedachte raad bewijzen. Daarvoor blijven concrete feiten nodig, zoals tijdsverloop, voorbereidingshandelingen of aanwijzingen dat de verdachte gelegenheid had om over zijn besluit na te denken. Een voorgeschiedenis van huiselijk geweld kan de zaak duiden, maar is juridisch niet altijd voldoende om moord in plaats van doodslag bewezen te verklaren.

Ook in de straftoemeting is sprake van wisselend gebruik. Huiselijk geweld, belaging, afhankelijkheid, machtsongelijkheid en een eerdere gewelddadige relatie kunnen strafverzwarend worden gewogen. Maar uit het onderzoek blijkt dat dit niet consequent gebeurt. Rechters en officieren zijn eerder geneigd eerdere veroordelingen of duidelijk bewezen geweld zwaar te laten wegen dan meldingen of signalen die minder hard in het dossier zijn vastgelegd.

Opsporing niet overal gelijk

Uit de interviews met deskundigen blijkt dat ook in de opsporingsfase verschillen bestaan. Sommige officieren van justitie sturen actief op onderzoek naar relationele context, psychisch geweld, stalking of afhankelijkheid. Anderen gaan ervan uit dat zulke omstandigheden vanzelf naar voren komen in het reguliere onderzoek naar een levensdelict.

Bij de politie zijn in sommige eenheden afspraken gemaakt om bij levensdelicten binnen afhankelijkheidsrelaties informatie op te vragen bij Veilig Thuis en andere ketenpartners. Ook kan een recherchepsycholoog worden betrokken en kunnen zaken achteraf worden gereviewd. Volgens het onderzoek beschikken vooral politie en openbaar ministerie over specifiek beleid rond femicide. Binnen andere delen van de strafrechtsketen is dat minder duidelijk ontwikkeld.

Het Openbaar Ministerie hanteert bovendien een eigen werkdefinitie waarin femicide wordt omschreven als levensdelicten op vrouwen door hun (ex-)partners. Die definitie is praktisch toepasbaar, maar smaller dan de onderzoeksdefinitie. Daardoor kunnen andere gendergerelateerde levensdelicten buiten beeld raken.

Plan โ€˜Stop femicideโ€™ richt zich op preventie

Het nationale plan van aanpak Stop femicide! speelt volgens het onderzoek vooral een rol bij preventie en vroegsignalering. Het plan heeft geen directe gevolgen voor de juridische kwalificatie van een zaak nadat een moord of doodslag heeft plaatsgevonden. Wel kan het bijdragen aan meer bewustwording, betere signalering van rode vlaggen en een consistentere manier om zaken als femicide te herkennen.

De onderzoekers wijzen erop dat juridische erkenning en preventie met elkaar samenhangen. Wanneer beter wordt geregistreerd welke zaken femicide zijn, ontstaat ook beter zicht op patronen. Dat kan helpen bij beleid, risicotaxatie en het eerder ingrijpen bij dreigende situaties.

Buitenlandse voorbeelden

De rechtsvergelijking in het onderzoek keek naar Belgiรซ, Spanje, Portugal, Malta, Cyprus, Italiรซ en Oostenrijk. Daaruit blijkt dat landen femicide op uiteenlopende manieren juridisch benaderen. Cyprus en Italiรซ kennen een afzonderlijk strafbaar feit femicide. Malta werkt met genderspecifieke strafverzwarende omstandigheden. Spanje, Portugal en Belgiรซ gebruiken onder meer partnerrelaties, familiebanden en discriminatoire motieven als genderneutrale strafverzwarende factoren.

In vrijwel alle onderzochte landen spelen partner- en familierelaties en haatmotieven een rol in de juridische benadering. Andere kenmerken, zoals sekswerk, uitbuiting, seksueel geweld of eergerelateerd geweld, komen minder vaak expliciet terug in wetgeving. Verschillende landen kennen daarnaast strafverzwaring wanneer het slachtoffer zwanger is.

De onderzoekers signaleren voor- en nadelen van een aparte strafbaarstelling. Een zelfstandig delict kan bijdragen aan zichtbaarheid, registratie en maatschappelijke erkenning. Daar staat tegenover dat het juridisch ingewikkeld kan zijn om de grenzen van femicide scherp te trekken. Ook kan het bewijs van een specifiek motief problematisch worden, zeker als dat motief als bestanddeel van het delict wordt opgenomen.

Aanbeveling: heldere definitie

Het rapport komt uit op een duidelijke aanbeveling: Nederland zou moeten werken aan een heldere juridische definitie van femicide. Niet per se meteen als apart strafbaar feit, maar wel als kader voor herkenning, registratie, vervolging en straftoemeting. Een gedeelde definitie kan verschillen in toepassing verminderen en zorgen voor meer consistentie in de strafrechtsketen.

Daarbij moet volgens de onderzoekers zorgvuldig worden gekozen tussen een smalle en een brede definitie. Een smalle definitie, gericht op levensdelicten door (ex-)partners, is eenvoudiger te gebruiken en sluit aan bij de huidige OM-praktijk. Een bredere definitie doet meer recht aan andere vormen van gendergerelateerd dodelijk geweld, maar brengt meer afbakeningsvragen met zich mee.

Ook vragen de onderzoekers aandacht voor betere registratie, opleiding van professionals, systematische evaluatie van zaken en betere gegevensuitwisseling tussen betrokken instanties. Buitenlandse voorbeelden laten zien dat gespecialiseerde teams, databanken, risicoanalyses en structurele monitoring kunnen bijdragen aan een effectievere aanpak.

Juridische erkenning blijft achter

De kern van het onderzoek is dat femicide in Nederland strafrechtelijk kan worden vervolgd, maar als specifiek fenomeen nog beperkt juridisch zichtbaar is. De feiten worden bestraft als moord of doodslag, maar de gendergerelateerde achtergrond wordt niet altijd expliciet benoemd of op dezelfde manier meegewogen.

Daarmee blijft de juridische erkenning achter bij de maatschappelijke discussie. Politiek, media en hulpverlening spreken steeds vaker over femicide, terwijl de term in rechterlijke uitspraken nog uitzonderlijk is. Het onderzoek laat zien dat de rechtspraak wel oog heeft voor partnerrelaties, huiselijk geweld en andere relevante omstandigheden, maar dat een gemeenschappelijke juridische taal ontbreekt.

Volgens de onderzoekers is dat meer dan een semantische kwestie. Het benoemen van femicide kan bijdragen aan erkenning voor slachtoffers en nabestaanden, betere registratie en scherper beleid. Tegelijk blijft zorgvuldigheid nodig, omdat strafrechtelijke kwalificaties moeten voldoen aan bewijsregels, legaliteit en rechtsgelijkheid.

Het rapport maakt daarmee duidelijk dat de aanpak van femicide niet alleen een kwestie is van zwaarder straffen. Het gaat ook om herkenning, dossiervorming, preventie, juridische duiding en consistente toepassing van bestaande en mogelijke nieuwe regels. Juist op die punten is volgens het onderzoek nog winst te behalen.


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Meer nieuws

FIOD pakt mannen uit Drenthe op voor belastingfraude

Twee mannen uit Drenthe zijn opgepakt wegens belastingfraude met een pand.

Pleegvader veroordeeld voor jarenlang misbruik pleegdochter

Pleegvader krijgt 16 maanden cel voor jarenlang ontucht met minderjarige pleegdochter.

Extreme hitte en droogte: Recordweer en schapen van de dijk

Door de aanhoudende droogte roept Waterschap Rivierenland schapenhouders op om dieren van de dijken te halen.

Extreme hitte in Nederland: Records sneuvelen voor de weersomslag

Vandaag en morgen zucht Nederland onder extreme hitte met temperaturen tot 38 graden. We breken talloze warmterecords en noteren de vijfde hittegolf.

Agent vrijgesproken van schuld aan ongeval tijdens spoedrit met 159 km/u

Rechtbank in Roermond spreekt agent vrij van schuld aan ongeval, maar acht gevaarzetting bewezen.

Man (61) krijgt tbs en celstraf voor omvangrijk kinderpornobezit

Rechtbank in Maastricht legt man 30 maanden cel en tbs met dwangverpleging op voor kinderporno en ontucht.

Oekraรฏne vernietigt luchtafweer bij Poetins paleis in Gelendzjik

Oekraรฏense drones hebben met succes de luchtafweer bij Poetins paleis uitgeschakeld. Lees hoe deze gedurfde aanval het miljardencomplex kwetsbaar maakt.

19-jarige Veroordeeld tot Zes Jaar Cel na Schietpartij in Amsterdam

Op 11 augustus 2026 deed de Rechtbank Amsterdam uitspraak in een geruchtmakende zaak: een schietpartij aan de Oderweg in Amsterdam. Een 19-jarige man is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar wegens poging tot doodslag en ernstige bedreiging

Gerelateerde artikelen

Populair