BREDA, 3 augustus 2026 โ De rechtbank in Breda heeft een minderjarige veroordeeld voor het medeplegen van een ontvoering, een poging tot afpersing en de diefstal van vier bankpassen. De jongen kreeg 137 dagen jeugddetentie, waarvan 120 dagen voorwaardelijk. Daarnaast moet hij een werkstraf van honderd uur uitvoeren.
De strafzaak werd achter gesloten deuren behandeld door het jeugdteam van de rechtbank in Breda. De verdachte was zeventien jaar toen de feiten in de nacht van 27 op 28 oktober 2025 werden gepleegd. De uitspraak volgde op maandag 3 augustus 2026.
Conflict over vuurwerk
Aanleiding voor de gebeurtenissen was een conflict over vuurwerk. Volgens de verdachte moest het latere slachtoffer hem nog geld betalen. Toen betaling uitbleef, gingen de verdachte en verschillende medeverdachten actief naar de jongen op zoek.
Uit chatgesprekken bleek volgens de rechtbank dat informatie over de verblijfplaats van het slachtoffer werd verzameld. Via Snapchat werden oproepen verspreid om hem te vinden. Daarbij werd een beloning uitgeloofd voor degene die kon vertellen waar de jongen verbleef.
Nadat het slachtoffer bij een hotel was aangetroffen, werd hij door meerdere personen geconfronteerd. Hij moest vervolgens in een personenauto stappen. De rechtbank oordeelde dat hij door de dreigende berichten en de aanwezigheid van meerdere personen redelijkerwijs niet kon weigeren.
Opgesloten in laadruimte bestelbus
Het slachtoffer werd later overgebracht naar de laadruimte van een witte bestelbus. Hij werd daarin rondgereden en uiteindelijk alleen achtergelaten. De deuren konden volgens politieonderzoek niet vanuit de laadruimte worden geopend.
De bestelbus stond bovendien met de achterzijde zo dicht tegen een muur geparkeerd dat ook de achterdeuren niet konden worden geopend. De politie moest het voertuig eerst verplaatsen voordat het slachtoffer kon worden bevrijd.
Dat de bus bewust tegen de muur was gezet, bleek volgens de rechtbank onder meer uit een chatbericht met de tekst: โLaat hem. Alleen. Bus tegen de muur.โ Het slachtoffer kon de bestelbus daardoor niet zelfstandig verlaten.
Hoewel de ontvoering volgens de verdachte niet vooraf was gepland, was volgens de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte had geholpen bij het zoeken naar het slachtoffer, was bij de confrontatie aanwezig en reed mee in zowel de auto als de bestelbus.
Bedreigingen om geld af te dwingen
Tijdens de vrijheidsberoving werd het slachtoffer onder druk gezet om een geldbedrag te betalen. Hij werd tegen het hoofd getikt en kreeg meerdere ernstige bedreigingen te horen.
Zo werd volgens de bewezenverklaring gedreigd dat hij zou worden onthoofd wanneer hij naar de politie zou gaan. Ook zou zijn moeder iets worden aangedaan en werd gedreigd hem van een brug te gooien of te laten doodschieten.
In de oorspronkelijke aanklacht werd gesproken over een bedrag van 7.000 euro. De rechtbank kon echter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat precies dit bedrag werd geรซist. Daarom werd alleen bewezen verklaard dat de groep probeerde enig geldbedrag af te dwingen.
De poging tot afpersing werd niet voltooid. De rechtbank achtte wel bewezen dat de verdachte en zijn mededaders door geweld en bedreigingen probeerden zichzelf of anderen financieel te bevoordelen.
Vier bankpassen als borg meegenomen
Tijdens de ontvoering werden vier bankpassen van het slachtoffer afgenomen. De passen zouden als zogenoemde borg worden bewaard totdat het geรซiste bedrag was betaald.
De verdachte verklaarde dat hij niet bij het wegnemen van de passen betrokken was. De rechtbank vond die verklaring ongeloofwaardig. De jongen wist dat de bankpassen waren afgenomen en de passen werden later bij hem aangetroffen.
Volgens de rechtbank vormde het wegnemen en bewaren van de bankpassen een onderdeel van het gezamenlijke optreden. Het maakte daarbij niet uit dat de verdachte de passen mogelijk niet zelf uit handen van het slachtoffer had genomen.
De jongen werd vrijgesproken van de diefstal van een Apple Watch en een zakmes. Ook was er onvoldoende bewijs dat tijdens de ontvoering een brandende gasbrander bij het gezicht van het slachtoffer was gehouden.
Lagere straf dan geรซist
Het Openbaar Ministerie had 187 dagen jeugddetentie geรซist, waarvan 170 dagen voorwaardelijk. Ook was een werkstraf van tweehonderd uur gevraagd.
De rechtbank kwam tot een lagere straf. De verdachte kreeg 137 dagen jeugddetentie, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De zeventien dagen die hij al in voorarrest had doorgebracht, worden afgetrokken van het onvoorwaardelijke gedeelte.
Daarnaast moet hij een werkstraf van honderd uur uitvoeren. Wanneer hij die straf niet naar behoren uitvoert, kan vervangende jeugddetentie van vijftig dagen worden opgelegd.
Onderwijs, begeleiding en contactverbod
Aan de voorwaardelijke straf zijn verschillende voorwaarden verbonden. De jongen moet onderwijs blijven volgen en meewerken aan hulpverlening wanneer de jeugdreclassering dat nodig vindt.
Jeugdbescherming Brabant houdt toezicht op de naleving van deze voorwaarden. Ook geldt een contactverbod met het slachtoffer. De verdachte mag gedurende de periode die het Openbaar Ministerie noodzakelijk vindt geen direct of indirect contact met hem zoeken.
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij was niet eerder veroordeeld, gaat naar school en heeft volgens de Raad voor de Kinderbescherming positieve stappen gezet.
De rechtbank woog ook zijn medische situatie en zijn spijtbetuiging mee. Tegelijkertijd werd benadrukt dat het slachtoffer urenlang in angst en onzekerheid heeft verkeerd. De vier in beslag genomen bankpassen moeten aan het slachtoffer worden teruggegeven.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


