DEN HAAG – Een veetransportbedrijf hoeft uiteindelijk 7.695 euro aan boetes te betalen voor het vervoeren en aanbieden van runderen die niet geschikt waren voor verder transport. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dinsdag 27 oktober bepaald dat de eerder opgelegde boetes verder moeten worden verlaagd. De verlaging volgt uit nieuw beleid van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Het bedrijf, een vennootschap onder firma, kreeg op 15 december 2023 twee afzonderlijke boetes opgelegd van 6.000 en 3.000 euro. Volgens de toezichthouder waren runderen vervoerd en aangeboden voor verder vervoer, terwijl de dieren daarvoor niet geschikt waren. Daarmee waren de regels voor dierenwelzijn tijdens transport overtreden.

Eerdere boetes al verlaagd

Het transportbedrijf maakte bezwaar tegen de sancties, maar de staatssecretaris hield de oorspronkelijke bedragen in stand. Vervolgens stapte het bedrijf naar de rechtbank in Rotterdam.

Die oordeelde op 30 juli 2025 dat de boetes terecht waren opgelegd. Wel moesten beide bedragen met vijf procent worden verminderd omdat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaken was overschreden. Daardoor daalden de boetes naar 5.700 en 2.850 euro.

Het bedrijf ging vervolgens in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Nieuw beleid zorgt voor extra korting

Tijdens de hogerberoepsprocedure veranderde de situatie doordat de staatssecretaris een nieuw beleid voor het matigen van boetes toepaste. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijd die verstrijkt tussen het opstellen van een rapport van bevindingen en het daadwerkelijk opleggen van een boete.

De staatssecretaris stelde daarom zelf voor om de twee boetes verder te verlagen naar respectievelijk 5.130 en 2.565 euro. Het transportbedrijf kon zich in deze bedragen vinden.

Omdat beide partijen het eens waren geworden over de hoogte van de boetes, hoefde het College de overige bezwaren van het bedrijf niet meer inhoudelijk te beoordelen.

Transportbedrijf krijgt proceskosten vergoed

Het College heeft de nieuwe bedragen overgenomen. Daarmee daalt de totale boete van oorspronkelijk 9.000 euro naar 7.695 euro, een vermindering van 1.305 euro.

De staatssecretaris moet daarnaast 934 euro aan proceskosten voor het hoger beroep vergoeden. Ook krijgt het bedrijf het betaalde griffierecht van in totaal 1.158 euro terug.

De uitspraak verandert niets aan het eerdere oordeel dat de boetes terecht zijn opgelegd. Alleen de hoogte van de financiële sancties is aangepast.