DEN HAAG – De coalitiepartijen D66, VVD en CDA hebben overeenstemming bereikt over aanpassingen aan het Belastingplan 2027 en de toekomst van de vermogensbelasting in box 3. Na urenlang overleg op maandag 2 november werd de top van het kabinet het eens over een gezamenlijk voorstel. Daarmee is een belangrijke interne politieke hindernis genomen, maar een meerderheid in de Tweede Kamer is nog allerminst zeker. Het minderheidskabinet van premier Rob Jetten slaagde er afgelopen weekend niet in overeenstemming te bereiken met oppositiepartijen over de belastingmaatregelen.

Het akkoord moet dinsdag 3 november worden besproken tijdens een extra ingelaste ministerraad. Vervolgens wil het kabinet de aangepaste voorstellen naar de Tweede Kamer sturen, waar woensdagavond 4 november een debat over het Belastingplan 2027 op de agenda staat. Volgens ingewijden kiest de coalitie ervoor niet uitsluitend tegemoet te komen aan de wensen van linkse of rechtse oppositiepartijen, maar een eigen pakket voor te leggen waarmee alsnog voldoende steun moet worden verzameld.

Urenlang overleg tussen coalitiepartijen

Premier Rob Jetten overlegde maandag uitgebreid met de vicepremiers Dilan Yeşilgöz van de VVD en Bart van den Brink van het CDA. Ook minister van Financiën Eelco Heinen en staatssecretaris Eelco Eerenberg waren bij de gesprekken betrokken.

De onderhandelingen waren noodzakelijk geworden doordat eerdere gesprekken met oppositiepartijen waren vastgelopen. Het kabinet beschikt niet zelfstandig over een meerderheid in de Tweede Kamer en moet daarom steun zoeken buiten de eigen coalitie.

Aanvankelijk wilde Jetten een breed akkoord sluiten met partijen aan beide kanten van het politieke spectrum. Dat bleek bijzonder lastig, omdat de wensen van de betrokken oppositiepartijen op belangrijke punten lijnrecht tegenover elkaar staan.

Uiteindelijk besloten de coalitiepartijen zelf overeenstemming te bereiken over aanpassingen aan het belastingpakket. Daarmee hopen zij tijdens de parlementaire behandeling alsnog voldoende partijen achter de voorstellen te krijgen.

Linkse oppositie wil hogere belasting op vermogen

Een belangrijk struikelblok tijdens de onderhandelingen is de verdeling van de belastingdruk tussen werkenden en mensen met vermogen. De partijen Pro en Volt willen dat beleggers en vermogende huishoudens meer belasting betalen, zodat de lasten voor werkenden verder kunnen worden verlaagd.

De VVD verzet zich tegen een dergelijke verschuiving van de belastingdruk. De liberalen vinden dat zij in eerdere onderhandelingen al belangrijke concessies hebben gedaan, onder meer door voorgenomen bezuinigingen op uitkeringen te schrappen.

Volgens de linkse oppositie kan de koopkracht van huishoudens juist worden verbeterd door een groter deel van de belastinginkomsten bij vermogenden op te halen. Binnen de coalitie bestaat daarover echter geen overeenstemming.

Het kabinet probeert daarom andere manieren te vinden om extra lastenverlichting te financieren, zonder de bestaande politieke tegenstellingen verder op scherp te zetten.

Rechtse oppositie stelt aanvullende eisen

Ook gesprekken met JA21, BBB en SGP hebben vooralsnog geen doorbraak opgeleverd. Deze partijen verbinden hun mogelijke steun aan het belastingplan aan wensen op andere beleidsterreinen.

JA21 wil onder meer aanpassingen aan het asielbeleid. Daarbij speelt de verplichting voor gemeenten om asielzoekers op te vangen een belangrijke rol. BBB verlangt veranderingen in het stikstofbeleid, terwijl de SGP aandacht vraagt voor aanpassingen aan het abortusbeleid.

Vooral D66 heeft grote bezwaren tegen dergelijke voorwaarden. Premier Jetten liet eerder weten dat hij het onverstandig vindt om onderwerpen die niet rechtstreeks over belastingen gaan aan het belastingpakket te verbinden.

Daardoor dreigt een situatie waarin het kabinet zowel aan de linker- als rechterkant onvoldoende steun weet te verzamelen.

Nieuwe vermogensbelasting mogelijk jaar uitgesteld

Een van de belangrijkste onderdelen van het coalitieakkoord betreft de hervorming van de belasting op vermogen in box 3. Volgens ingewijden wil het kabinet de invoering van de nieuwe vermogenswinstbelasting met een jaar uitstellen.

De invoering van belangrijke aanpassingen aan het belastingstelsel was oorspronkelijk voorzien voor 2028. Met het voorgenomen uitstel zou dit verschuiven naar 2029.

De hervorming moet ervoor zorgen dat belasting op vermogen meer aansluit bij het daadwerkelijk behaalde rendement. Daarbij speelt het onderscheid tussen vermogensaanwas en vermogenswinst een belangrijke rol.

Bij een vermogensaanwasbelasting wordt ook de jaarlijkse waardestijging van bezittingen belast, terwijl bij een vermogenswinstbelasting de belasting in beginsel wordt geheven wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen.

Het kabinet wil uiteindelijk overstappen op een volledig stelsel van vermogenswinstbelasting. Hoe de overgang precies wordt vormgegeven, is nog onderwerp van politieke discussie.

Raad van State waarschuwt voor problemen

Het akkoord komt op een moment waarop de Raad van State ernstige kritiek heeft geuit op de plannen voor box 3. De hoogste wetgevingsadviseur van het kabinet vindt dat de voorgestelde hervorming te snel wordt ingevoerd en onvoldoende rekening houdt met de uitvoerbaarheid.

Volgens een op 2 november gepubliceerd advies heeft de Belastingdienst voor de voorgestelde overgangsregeling 252 extra voltijdsmedewerkers nodig. Daarnaast worden de extra uitvoeringskosten geraamd op ongeveer 31 miljoen euro.

Ook financiële instellingen zijn volgens het advies nog onvoldoende voorbereid om alle noodzakelijke informatie over vermogenswinsten aan de Belastingdienst te leveren.

De Raad van State adviseert daarom om het bestaande wetsvoorstel in te trekken, af te zien van de voorgestelde aanvullende wetswijziging en met een nieuw voorstel te komen.

Volgens de adviseur zou een volledige overgang naar een nieuw box 3-stelsel beter in één keer per 2030 kunnen plaatsvinden. Daarmee krijgen zowel de Belastingdienst als belastingplichtigen meer tijd om zich voor te bereiden.

Het door de coalitie overwogen uitstel van één jaar gaat daarmee minder ver dan het advies van de Raad van State.

Koopkrachtverbetering belangrijk onderdeel

Naast de discussie over vermogensbelasting draait het Belastingplan 2027 om de koopkracht van huishoudens. Het kabinet had op Prinsjesdag al een pakket van 1,5 miljard euro aangekondigd om vooral lagere en middeninkomens te ondersteunen.

In het oorspronkelijke voorstel wordt onder meer de arbeidskorting met 173 euro verhoogd. Daarnaast wil het kabinet de belastingtarieven in de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting met 0,06 procentpunt verlagen.

Ook is voorgesteld de bestaande korting op de brandstofaccijns met een jaar te verlengen. Daardoor zou de accijns op benzine in 2027 uitkomen op ongeveer 85 cent per liter en die op diesel op ongeveer 55 cent per liter.

Deze maatregelen maken deel uit van het eerder ingediende belastingpakket. Omdat het kabinet opnieuw onderhandelt over aanvullende lastenverlichting, kunnen de uiteindelijke voorstellen nog veranderen.

Volgens de berichtgeving wil de coalitie in de aangepaste plannen vooral extra tegemoetkomingen voor huishoudens opnemen. Welke bedragen daarvoor beschikbaar worden gesteld en hoe deze maatregelen worden gefinancierd, moet uit de officiële stukken blijken.

Ook ondernemers krijgen met veranderingen te maken

Het oorspronkelijke Belastingplan 2027 bevat daarnaast verschillende maatregelen voor bedrijven en zelfstandigen. Zo wil het kabinet de fiscale mogelijkheden voor innovatieve ondernemingen verbeteren en investeringen in energiebesparing stimuleren.

De energie-investeringsaftrek moet volgens de eerder gepresenteerde plannen worden verhoogd van 40 naar 45 procent. Ook wil het kabinet de innovatiebox voor het midden- en kleinbedrijf verruimen.

Daartegenover staan voorstellen om bepaalde belastingvoordelen voor startende ondernemers in de komende jaren af te schaffen. Het kabinet wil hiermee het belastingstelsel vereenvoudigen en bestaande fiscale regelingen opnieuw beoordelen.

Ook deze onderdelen moeten nog definitief door het parlement worden vastgesteld.

Spannend debat in Tweede Kamer

Voor premier Jetten wordt het debat van woensdag een belangrijke politieke test. Het kabinet heeft weliswaar intern overeenstemming bereikt, maar zonder steun van oppositiepartijen kunnen de plannen niet worden aangenomen.

Tijdens het debat kunnen partijen wijzigingen voorstellen. Het kabinet kan besluiten dergelijke voorstellen over te nemen wanneer daarmee alsnog een meerderheid ontstaat.

Daarmee blijft de mogelijkheid bestaan dat het uiteindelijke belastingpakket op belangrijke onderdelen afwijkt van het akkoord dat de coalitie maandagavond heeft bereikt.

Voor de Belastingdienst is tijdige duidelijkheid belangrijk. Nieuwe belastingtarieven en regelingen moeten administratief worden voorbereid voordat zij kunnen worden ingevoerd.

Wanneer het parlement geen overeenstemming bereikt, kan dat gevolgen hebben voor de geplande belastingmaatregelen, de koopkracht van huishoudens en de inkomsten van de overheid.

Akkoord nog geen definitieve belastingwet

Hoewel de coalitiepartijen het onderling eens zijn geworden, betekent dit niet dat de nieuwe belastingregels al vaststaan. Eerst moeten de aangepaste voorstellen officieel worden ingediend en vervolgens voldoende steun krijgen in de Tweede Kamer.

Daarna moet ook de Eerste Kamer de wetsvoorstellen beoordelen en goedkeuren. Pas wanneer beide Kamers hebben ingestemd, kunnen de maatregelen definitief worden ingevoerd.

De komende dagen moeten duidelijk maken of premier Jetten erin slaagt het minderheidskabinet aan een meerderheid voor het Belastingplan 2027 te helpen. Daarbij staan niet alleen de belastingtarieven voor huishoudens en ondernemers op het spel, maar ook de toekomst van de al jarenlang omstreden vermogensbelasting in box 3.