De Verenigde Staten golden voor Europa decennialang als bondgenoot, beschermer en strategisch ijkpunt. Onder Donald Trump verandert dat beeld steeds sneller. Niet omdat Amerika plotseling een formele vijand is geworden, maar omdat Washington onder Trump steeds vaker handelt als een macht die bondgenoten dwingt, passeert en economisch onder druk zet zodra dat binnenlands of zakelijk voordeel oplevert.
De nieuwste chipkwestie maakt dat pijnlijk zichtbaar. De regering-Trump heeft volgens Reuters toestemming gegeven voor de verkoop van krachtige Nvidia H200-AI-chips aan ongeveer tien Chinese bedrijven, waaronder grote namen als Alibaba, Tencent, ByteDance en JD.com. Tegelijkertijd blijft Washington zware druk uitoefenen op Nederland en Europa om de export van ASML-technologie naar China verder te beperken. Daarmee ontstaat een fundamentele tegenstelling: Amerikaanse bedrijven krijgen ruimte, Europese bedrijven krijgen beperkingen.
Dat is geen bondgenootschappelijk beleid. Dat is machtspolitiek.
Amerika meet met twee maten
De kern van het probleem is niet dat exportcontrole op geavanceerde technologie onzinnig is. Integendeel. Chips, lithografiemachines en kunstmatige intelligentie zijn inmiddels even strategisch als olie, gas of militaire infrastructuur. Wie de chipketen controleert, heeft invloed op defensie, economie, datacenters, surveillance, supercomputers en toekomstige wapensystemen.
Juist daarom is consistentie noodzakelijk. Als China werkelijk zo’n groot veiligheidsrisico vormt dat ASML-machines niet of nauwelijks geleverd mogen worden, dan valt moeilijk uit te leggen waarom Nvidia wel toestemming krijgt om krachtige AI-chips aan Chinese bedrijven te verkopen. Het argument dat dit onder voorwaarden gebeurt, neemt de politieke tegenstrijdigheid niet weg. Ook volgens Reuters zijn er nog geen daadwerkelijke leveringen gemeld, mede door voorwaarden en wederzijds wantrouwen, maar de Amerikaanse toestemming zelf is het geopolitieke signaal.
Dat signaal luidt: Europese bedrijven moeten zich schikken naar Amerikaanse veiligheidsbelangen, terwijl Amerikaanse bedrijven uitzonderingen kunnen krijgen wanneer Washington dat uitkomt.
Nederland protesteert terecht
Nederland heeft officieel bezwaar gemaakt tegen een Amerikaans wetsvoorstel dat bondgenoten verder zou dwingen om Amerikaanse exportbeperkingen richting China over te nemen. Dat voorstel raakt vooral ASML, een van de belangrijkste technologiebedrijven van Nederland en Europa. Volgens Reuters heeft de Nederlandse regering haar zorgen kenbaar gemaakt over de extraterritoriale werking van de Amerikaanse plannen en de gevolgen voor ASML.
Dat protest is meer dan economisch eigenbelang. Het raakt aan soevereiniteit. De Verenigde Staten proberen steeds vaker Europese bedrijven indirect te besturen via Amerikaanse wetgeving, vergunningen, onderdelen, software, patenten en diplomatieke druk. Daarmee wordt Europa behandeld als uitvoeringsloket van Amerikaans beleid, niet als gelijkwaardige partner.
Het wrange is dat Nederland in de afgelopen jaren juist heeft meegedaan aan beperkingen op de export van de meest geavanceerde chipmachines naar China. Den Haag heeft pijnlijke economische keuzes gemaakt in naam van veiligheid en bondgenootschap. Maar wanneer Washington vervolgens Nvidia meer ruimte biedt, lijkt loyaliteit geen wederkerigheid op te leveren.
Trump ondermijnt zijn eigen China-beleid
Trump presenteert zich graag als de harde onderhandelaar tegenover China. Maar het Nvidia-besluit ondergraaft dat imago. Wie eerst stelt dat China technologisch moet worden afgeremd, maar daarna Amerikaanse AI-chips richting Chinese techreuzen toestaat, voert geen duidelijke strategie. Dat is geen doctrine, maar transactiepolitiek.
Een beleid dat per bedrijf, per deal en per politiek moment kan draaien, maakt bondgenoten onzeker. Europa kan op zo’n basis geen langetermijnstrategie bouwen. ASML, Europese chipbedrijven, defensie-industrieën, universiteiten en overheden hebben behoefte aan voorspelbare regels. Trump levert het tegenovergestelde: druk op maandag, uitzondering op dinsdag, dreiging op woensdag.
Daarmee wordt Amerika niet automatisch een vijand, maar wel een risico. Een bondgenoot die spelregels eenzijdig verandert, eigen bedrijven voortrekt en partners publiekelijk onder druk zet, verliest gezag. Vertrouwen verdwijnt niet in één klap. Het slijt. Deze chipkwestie is zo’n slijtagepunt.
Europa moet minder afhankelijk worden
De les voor Europa is helder. Strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten is niet langer vanzelfsprekend veilig. Dat geldt voor defensie, energie, cloudinfrastructuur, AI, chips en betaaltechnologie. Zolang Europa afhankelijk blijft van Amerikaanse vergunningen, platforms en politieke grillen, blijft het kwetsbaar voor de volgende koerswijziging in Washington.
ASML laat zien dat Europa wel degelijk sleuteltechnologie bezit. Juist daarom moet Europa die positie niet laten reduceren tot wisselgeld in een Amerikaans-Chinese machtsstrijd. Nederland en de Europese Unie moeten exportcontrole serieus nemen, maar die controle moet Europees gelegitimeerd zijn, niet simpelweg opgelegd door Washington.
De vraag is niet of Europa moet kiezen voor China of Amerika. De vraag is of Europa nog zelf kan kiezen. Trumps beleid maakt duidelijk dat zelfs een bevriend land kan veranderen in een bedreiging wanneer het bondgenootschap wordt vervangen door dwang, uitzonderingen en economisch eigenbelang.
Een betrouwbare bondgenoot vraagt offers, maar biedt ook bescherming, voorspelbaarheid en wederkerigheid. In deze chipkwestie biedt Trump vooral één boodschap: Amerika eerst, ook als Europa daarvoor de rekening betaalt.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





