DEN HAAG – Meer dan 11.000 mensen wachten inmiddels langer dan zes maanden op een beoordeling voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat aantal is fors gestegen. Eind 2025 ging het nog om 7.900 mensen.
De toename komt volgens het UWV doordat het tijd kost om de eigen organisatie bij te sturen. Vooral bij de WIA blijft de druk groot. Voor de Wajong-beoordelingen neemt de achterstand juist af. Het UWV verwacht dat er eind 2026 geen achterstand meer is bij Wajong-aanvragen.
Voor de WIA is het beeld minder gunstig. De verwachting is dat de achterstanden de komende jaren verder oplopen. Volgens de huidige prognose kan het aantal achterstallige WIA-beoordelingen in 2030 uitkomen op ongeveer 100.000 tot 150.000.
Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt de toegenomen achterstand zorgelijk. Het UWV blijft zich de komende periode vooral richten op WIA- en Wajong-aanvragen. Herbeoordelingen worden alleen uitgevoerd als sprake is van een medisch of financieel schrijnende situatie.
Kabinet wil druk op verzekeringsartsen verlagen
Het kabinet neemt maatregelen om de achterstanden bij het UWV te verkleinen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het anders verdelen van taken. Meer werkzaamheden die nu nog bij verzekeringsartsen liggen, moeten worden uitgevoerd door andere medewerkers.
Daardoor moet het mogelijk worden om met hetzelfde aantal verzekeringsartsen meer beoordelingen af te handelen. De inzet is nodig omdat het tekort aan verzekeringsartsen al langere tijd een belangrijke oorzaak is van de oplopende wachttijden.
Daarnaast wil het kabinet strengere inhoudelijke eisen stellen aan het aanvragen van een herbeoordeling. Daarmee moet de werklast bij het UWV worden beperkt. Herbeoordelingen vragen veel capaciteit, terwijl die capaciteit ook nodig is voor mensen die voor het eerst een WIA- of Wajong-beoordeling aanvragen.
UWV werkt aan cultuur- en organisatieverandering
Naast de maatregelen op korte termijn werkt het UWV aan een bredere organisatie- en cultuurverandering. Die moet leiden tot betere dienstverlening en duidelijkere werkprocessen.
Een belangrijk doel is het verkleinen van verschillen tussen regio’s. Werkprocessen moeten meer worden geüniformeerd, zodat aanvragen op een vergelijkbare manier worden behandeld. Dat moet de uitvoerbaarheid verbeteren en bijdragen aan snellere besluitvorming.
Minister Vijlbrief schrijft dat er vertrouwen is dat het UWV met deze aanpak op de goede weg is. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat de uitvoering van de plannen nog jaren zal duren. Kleine aanpassingen en tijdelijke maatregelen lossen de problemen volgens hem niet structureel op.
De minister wil daarom in gesprek met vakbonden en werkgevers over een arbeidsongeschiktheidsregeling die beter werkt en uitvoerbaar blijft. Volgens Vijlbrief is een bredere discussie nodig om het stelsel toekomstbestendig te maken.
Minder fouten bij berekening van uitkeringen
Het UWV maakt ondertussen minder fouten bij het vaststellen van het dagloon. Dat dagloon bepaalt mede hoe hoog een uitkering wordt. Tussen 2020 en 2024 ging de berekening in 12,5 procent van de gevallen fout. In 2025 daalde dat foutpercentage gemiddeld naar 3 procent.
Voor 2020 lag het foutpercentage rond de 5 procent. Omdat het aantal fouten inmiddels duidelijk lager ligt, heeft de minister besloten de herstelactie voor dagloonfouten niet uit te breiden.
Wel wordt de herstelactie voor loonloze tijdvakken uitgebreid. Daarbij gaat het om gevallen waarin het dagloon vóór 4 augustus 2025 is berekend.
Ook het aantal onjuiste WIA-beslissingen is in de loop van 2025 gedaald. Begin 2025 lag het foutpercentage nog op 11,5 procent. In het laatste kwartaal van dat jaar was dat gedaald naar 8,3 procent.
Volgens de minister blijft verbetering nodig, maar laten de cijfers zien dat maatregelen binnen het UWV effect beginnen te hebben. De grootste uitdaging blijft echter het terugdringen van de wachttijd voor mensen die afhankelijk zijn van een tijdige beoordeling.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


