DEN HAAG โ Het kabinet wil het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel eenvoudiger en beter uitvoerbaar maken. Een nieuw wetsvoorstel verandert daarom de beoordeling van re-integratie-inspanningen, geeft UWV een wettelijke basis om bepaalde WIA-voorschotten kwijt te schelden en past enkele regels binnen de Wajong aan. Vooral voor werkgevers moet meer zekerheid ontstaan over de medische beoordeling tijdens een langdurig ziekteproces.
Oordeel bedrijfsarts wordt leidend
Een belangrijke wijziging betreft de zogenoemde toets op de re-integratie-inspanningen. Wanneer een werknemer langdurig ziek is, moeten werkgever en werknemer zich inspannen om terugkeer naar werk mogelijk te maken.
Bij de beoordeling daarvan kijkt UWV onder meer naar wat de werknemer medisch gezien nog kan. In de nieuwe situatie wordt het oordeel van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend.
Hiermee moet worden voorkomen dat een werkgever achteraf wordt geconfronteerd met een ander medisch oordeel van een verzekeringsarts van UWV.
Onder het huidige systeem kan verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts gevolgen hebben voor de werkgever. Wanneer UWV oordeelt dat onvoldoende aan re-integratie is gedaan, kan een werkgever verplicht worden het loon van een zieke werknemer langer door te betalen.
Minder onzekerheid over loonsanctie
Het wetsvoorstel moet aan die onzekerheid een einde maken. Een werkgever kan straks niet meer een loonsanctie krijgen omdat een verzekeringsarts van UWV achteraf anders denkt over de medische mogelijkheden van de werknemer dan de bedrijfsarts tijdens het re-integratietraject.
Dat betekent niet dat de controle door UWV verdwijnt. De uitvoeringsorganisatie blijft beoordelen of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan om werkhervatting mogelijk te maken.
Het verschil zit vooral in de medische uitgangspositie. Voor de beoordeling van de re-integratie-inspanningen hoeft UWV niet opnieuw te bepalen wat de werknemer vanuit medisch oogpunt wel en niet aankan. Daarvoor wordt uitgegaan van het oordeel van de bedrijfsarts.
De maatregel moet werkgevers en werknemers vooraf meer duidelijkheid geven over de eisen waaraan zij tijdens het re-integratietraject moeten voldoen.
Wettelijke regeling voor WIA-voorschotten
Een tweede belangrijke wijziging heeft betrekking op WIA-voorschotten. Mensen die langdurig arbeidsongeschikt zijn, kunnen te maken krijgen met wachttijden voordat definitief is vastgesteld of zij recht hebben op een WIA-uitkering.
Om te voorkomen dat zij tijdens die periode zonder inkomen komen te zitten, kan UWV een voorschot verstrekken.
Een probleem ontstaat wanneer na de definitieve beoordeling blijkt dat iemand geen of minder recht heeft op een WIA-uitkering dan vooraf op basis van het voorschot werd aangenomen. In beginsel kan daardoor een bedrag ontstaan dat moet worden terugbetaald.
Het wetsvoorstel geeft UWV een expliciete wettelijke bevoegdheid om dergelijke voorschotten in bepaalde situaties kwijt te schelden.
Kwijtschelding krijgt wettelijke basis
In de nieuwe wet wordt vastgelegd onder welke voorwaarden kwijtschelding mogelijk is. Daarmee moet een wettelijke oplossing ontstaan voor problemen die mede worden veroorzaakt door lange wachttijden bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Ook wordt geregeld hoe zowel de uitgekeerde voorschotten als de bedragen die uiteindelijk worden kwijtgescholden, worden gefinancierd.
Voor mensen die lang op een WIA-beoordeling moeten wachten, moet hierdoor meer duidelijkheid ontstaan over hun financiรซle positie. Tegelijk krijgt UWV een formele juridische basis voor het omgaan met voorschotten die achteraf niet volledig blijken overeen te komen met het uiteindelijke uitkeringsrecht.
Ook regels Wajong aangepast
Het derde onderdeel van het wetsvoorstel richt zich op de Wajong. Daarbij gaat het niet om een grote herziening van de uitkering, maar om technische aanpassingen en verduidelijkingen.
De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de omstandigheden waaronder het recht op een Wajong-uitkering kan eindigen. Daarnaast worden de regels verduidelijkt voor situaties waarin een eerder beรซindigd recht opnieuw kan herleven.
Het kabinet wil hiermee onduidelijkheden in de huidige regelgeving wegnemen en de uitvoering voor zowel UWV als uitkeringsgerechtigden duidelijker maken.
Drie wijzigingen binnen รฉรฉn wetsvoorstel
Het voorstel combineert daarmee drie verschillende aanpassingen binnen het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Bij re-integratie moet het medische oordeel van de bedrijfsarts meer zekerheid geven, bij de WIA wordt een wettelijke oplossing gecreรซerd voor de problematiek rond voorschotten en binnen de Wajong worden bestaande regels verduidelijkt.
De wijzigingen moeten volgens het kabinet vooral bijdragen aan een beter uitvoerbaar stelsel. Werkgevers krijgen meer zekerheid dat zij niet achteraf worden afgerekend op een verschil tussen twee medische beoordelingen, terwijl werknemers duidelijker moeten weten waar zij tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid aan toe zijn.
Met de wettelijke regeling voor WIA-voorschotten wordt daarnaast geprobeerd te voorkomen dat lange wachttijden bij UWV leiden tot nieuwe financiรซle onzekerheid voor mensen die nog wachten op hun definitieve arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



