DEN HAAG – Het aantal mensen dat voor het eerst asiel aanvraagt in Nederland is de afgelopen jaren fors gedaald. Waar in 2023 nog 38.380 eerste asielaanvragen werden geregistreerd, waren dat er in 2024 ongeveer 32.180 en in 2025 nog 24.070. Daarmee is het aantal binnen twee jaar met ruim 37 procent afgenomen. Ook worden minder verblijfsvergunningen verleend. Tegelijkertijd stijgt het aantal vreemdelingen dat een besluit krijgt om Nederland te verlaten.
Een onderzoek naar de officiële cijfers van CBS, IND en Eurostat laat zien dat de asielinstroom de afgelopen 26 jaar sterk heeft geschommeld. In 2000 vroegen ruim 43.000 mensen asiel aan. Daarna volgde een langdurige daling, met in 2007 slechts 7.435 eerste aanvragen. Nieuwe pieken ontstonden tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 en opnieuw in de jaren 2022 en 2023.
Aantal asielaanvragen daalt met ruim een kwart
In 2025 werden ongeveer 8.100 minder eerste asielaanvragen ingediend dan een jaar eerder. Dat betekent een daling van ruim 25 procent. Vooral het aantal Syrische asielzoekers nam sterk af: van ongeveer 11.500 in 2024 naar 3.300 in 2025.
Voorlopige cijfers laten echter zien dat de daling zich in 2026 niet zonder meer voortzet. Tot en met september werden ongeveer 17.729 eerste aanvragen geregistreerd, iets meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
Ook minder verblijfsvergunningen
Het CBS registreerde in 2025 in totaal 25.860 verleende tijdelijke asielvergunningen, tegenover 31.120 in 2024. Het aantal daalde daarmee met bijna 17 procent.
Volgens de overheid werd in 2025 nog 34 procent van de eerste asielaanvragen ingewilligd, tegenover 54 procent een jaar eerder. Vooral de gewijzigde beoordeling van aanvragen uit Syrië speelde daarbij een rol.
Dat er meer vergunningen worden verstrekt dan er nieuwe aanvragen binnenkomen, is mogelijk omdat de IND ook beslist over aanvragen uit eerdere jaren.
Meer mensen krijgen vertrekbesluit
Volgens Eurostat kregen in 2025 ongeveer 31.230 niet-EU-burgers een besluit om Nederland te verlaten. In 2024 waren dat er 19.100, een stijging van ruim 63 procent.
Dat betekent echter niet dat al deze personen daadwerkelijk zijn vertrokken. Bovendien betreffen deze cijfers ook andere vreemdelingen zonder verblijfsrecht en niet uitsluitend afgewezen asielzoekers.
De Dienst Terugkeer en Vertrek registreerde in 2025 ongeveer 7.360 aantoonbare vertrekken. Daarnaast vertrokken volgens de registratie 5.440 mensen zonder toezicht, van wie de daadwerkelijke bestemming niet kon worden vastgesteld.
Lagere instroom lost opvangproblemen niet direct op
Ondanks de afname van asielaanvragen blijft de opvang onder druk staan. Veel mensen wachten langdurig op een beslissing, terwijl statushouders niet kunnen doorstromen naar een woning.
De IND heeft daardoor nog altijd een grote werkvoorraad. Minder nieuwe aanvragen leiden dus niet automatisch tot minder bewoners in asielzoekerscentra.
Wat zeggen de cijfers over de toekomst?
De ontwikkeling sinds 2000 laat zien dat asielinstroom geen gelijkmatige beweging kent, maar sterk samenhangt met oorlogen, internationale crises en beleidswijzigingen.
De daling tussen 2023 en 2025 is aanzienlijk. Of deze zich in 2026 opnieuw doorzet, is onzeker. De voorlopige cijfers geven daarvoor nog onvoldoende aanleiding.
Voor een volledig beeld moeten drie zaken afzonderlijk worden bekeken: hoeveel mensen asiel aanvragen, hoeveel uiteindelijk bescherming krijgen en hoeveel vreemdelingen Nederland moeten verlaten of daadwerkelijk vertrekken.



