DEN HAAG – De hoge energieprijzen in Nederland zorgen ervoor dat steeds meer industriële bedrijven hun productie stilleggen, fabrieken sluiten of activiteiten naar het buitenland verplaatsen. Vooral de chemische industrie, metaalbedrijven en andere grote energieverbruikers hebben moeite om te concurreren met buitenlandse producenten. De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar: honderden arbeidsplaatsen zijn verdwenen en verschillende bedrijven twijfelen over hun toekomst in Nederland.

Volgens onderzoeksinstituut TNO betalen grote industriële stroomverbruikers in Nederland aanzienlijk meer dan concurrenten in buurlanden. Uit een vergelijking uit 2025 bleek dat de totale elektriciteitskosten in Duitsland, België en Frankrijk voor bepaalde bedrijven 15 tot 60 procent lager lagen. Niet alleen de energieprijs, maar ook belastingen, nettarieven en buitenlandse compensatieregelingen veroorzaken deze verschillen.

Vredestein verplaatst productie naar Hongarije

Een duidelijk voorbeeld is bandenfabrikant Apollo Vredestein in Enschede. De fabriek sloot op 30 juni 2026 definitief haar deuren. Ongeveer 500 werknemers verloren hun baan. De bandenproductie wordt voortgezet in Hongarije en India, waar de productiekosten lager liggen.

Het bedrijf noemde de sterk gestegen energie- en loonkosten, teruglopende vraag en concurrentie van goedkope producenten als redenen voor de sluiting.

Chemiefabrieken verdwijnen uit Rotterdam

Ook in de Rotterdamse haven zijn de gevolgen zichtbaar. Chemiebedrijven LyondellBasell/Covestro en Tronox besloten hun fabrieken op de Maasvlakte en in de Botlek te sluiten. Daarmee gingen honderden arbeidsplaatsen verloren.

De ondernemingen wezen op hoge productiekosten, internationale overcapaciteit en toenemende concurrentie vanuit Azië. Eerder beëindigden onder meer Indorama en AluChemie hun productieactiviteiten in Rotterdam.

Toekomst Nyrstar in Budel onzeker

Bij zinkproducent Nyrstar in Budel staan ongeveer 500 arbeidsplaatsen onder druk. Het bedrijf maakte op 24 september bekend de toekomst van de Nederlandse vestiging te onderzoeken.

Volgens de directie draait de fabriek al jaren verlies. Vooral de hoge elektriciteitskosten en het ontbreken van voldoende compensatie voor netwerkkosten maken produceren in Nederland moeilijk. De fabriek blijft voorlopig open.

Ook afvalverwerker Cedo Recycling in Geleen beëindigde zijn activiteiten. De productie verhuisde naar Litouwen, waarbij ongeveer 55 banen verdwenen.

Zes provincies slaan alarm

Donderdag 29 oktober riepen zes provincies, waaronder Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, het kabinet op sneller maatregelen te nemen.

De overheid heeft vanaf 2028 jaarlijks honderden miljoenen euro's gereserveerd om de elektriciteitskosten voor de industrie te verlagen. Volgens de provincies komt die ondersteuning te laat.

Minister Stientje van Veldhoven wil onderzoeken hoe Nederlandse bedrijven beter kunnen worden beschermd tegen de hoge energierekening.

Gevaar voor Nederlandse economie

Volgens het CBS verplaatste tussen 2021 en 2023 ruim vijf procent van de middelgrote en grote bedrijven een deel van de activiteiten naar het buitenland. Daarbij speelden ook loonkosten en strategische keuzes een rol.

Van een massaal vertrek van alle Nederlandse bedrijven is geen sprake. Wel neemt de druk op energie-intensieve fabrieken toe. Wanneer productie verdwijnt, dreigt Nederland niet alleen werkgelegenheid, maar ook industriële kennis en economische zelfstandigheid te verliezen.