DEN HAAG - Het kabinet wil de toegankelijkheid en continuïteit van de huisartsenzorg verder verbeteren. Vanaf 2027 moet er meer ruimte komen voor regionale financiële afspraken tussen huisartsen en zorgverzekeraars. Tegelijkertijd lopen enkele andere plannen vertraging op, waaronder een landelijk systeem waarmee patiënten eenvoudiger van huisarts kunnen wisselen of zich bij een praktijk kunnen inschrijven.

Dat schrijft minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA.

Het uiteindelijke doel is dat iedereen zich bij een huisartsenpraktijk in de eigen omgeving kan inschrijven.

Landelijk inschrijfsysteem vertraagd

Een van de vertraagde afspraken betreft een landelijk ruil- en inschrijfsysteem voor patiënten. De Landelijke Huisartsen Vereniging, InEen en Zorgverzekeraars Nederland werken aan een systeem waarmee patiënten gemakkelijker een beschikbare huisarts kunnen vinden.

Een eerste verkenning is afgerond, maar de invoering duurt langer dan oorspronkelijk voorzien. De betrokken organisaties werken nu aan een implementatieplan voor 2027.

Het kabinet heeft de partijen gevraagd het traject prioriteit te geven, omdat een goed functionerend inschrijfsysteem volgens het ministerie van belang is om huisartsenzorg toegankelijk te houden.

Geen snelle oplossing voor regionale tekorten

Ook een onderzoek naar een betere regionale spreiding van huisartsen loopt vertraging op.

Het ministerie onderzoekt samen met het ministerie van Onderwijs en betrokken partijen welke mogelijkheden bestaan om huisartsen beter over Nederland te verdelen. Daarbij wordt gekeken naar verschillende beleidsopties en de mogelijke voor- en nadelen.

Uit de eerste fase blijkt volgens het kabinet dat er geen eenvoudige of snelle oplossing bestaat voor regionale verschillen in het aanbod van huisartsen.

Over zowel het landelijke inschrijfsysteem als de regionale spreiding verwacht het kabinet voor het tweede kwartaal van 2027 opnieuw informatie aan de Kamer te sturen.

Bekostiging huisartsen wordt aangepast

Ook de manier waarop huisartsenzorg wordt betaald, wordt opnieuw bekeken.

Het huidige financieringsmodel werd in 2015 ingevoerd. Volgens het kabinet functioneert dat systeem in de basis goed, maar sluiten de financiële prikkels niet meer volledig aan bij de huidige problemen in de huisartsenzorg.

Zo stimuleert het systeem volgens het ministerie onvoldoende dat patiënten zoveel mogelijk dezelfde huisarts of andere vaste zorgverleners zien.

Ook bestaat de vraag of praktijken voldoende financieel worden gestimuleerd om zorg toegankelijk te houden voor kwetsbare patiënten.

Het kabinet vindt bovendien dat de bekostiging in de afgelopen jaren steeds ingewikkelder is geworden.

Meer ruimte voor maatwerk vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 kan de Nederlandse Zorgautoriteit de bekostiging aanpassen om regionale maatwerkafspraken gemakkelijker te maken.

Daarmee kunnen huisartsenpraktijken en zorgverzekeraars bijvoorbeeld afspraken maken over extra financiële ondersteuning wanneer de continuïteit van de huisartsenzorg in een bepaalde regio onder druk staat.

Omdat de problemen per regio verschillen, moeten zorgverzekeraars volgens de afspraken financieel maatwerk bieden waar dat nodig is.

Een nieuwe signaleringsmatrix van Vektis moet inzicht geven in regionale problemen rond de toegankelijkheid van huisartsenzorg. Daarmee kunnen partijen gerichter bepalen waar extra maatregelen noodzakelijk zijn.

Bijna 2.000 huisartsen werken met bijzondere groepen

De Kamerbrief gaat ook in op problemen rond de herregistratie van huisartsen die werken met bijzondere patiëntengroepen.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om artsen die medische zorg geven aan mensen in instellingen voor langdurige zorg, militairen of gedetineerden.

Voor behoud van hun registratie moeten huisartsen iedere vijf jaar aan bepaalde eisen voldoen. Een daarvan is dat zij gemiddeld minimaal zestien uur per week in de reguliere huisartsgeneeskunde werken.

Voor huisartsen die bijzondere patiëntengroepen behandelen bestaat een zogenoemde 8+8-regeling. Zij moeten minimaal acht uur per week vanuit een reguliere huisartsenpraktijk werken en daarnaast minimaal acht uur algemene medische zorg aan bijzondere groepen leveren.

Registratie mogelijk in gevaar

Uit onderzoek van Nivel blijkt dat ongeveer 2.000 huisartsen geheel of gedeeltelijk met bijzondere patiëntengroepen werken. Dat is ongeveer 12 tot 13 procent van alle huisartsen.

Van deze groep verwacht 5 tot 6 procent onder de huidige regels niet aan de herregistratie-eisen te kunnen voldoen. Bij huisartsen in reguliere praktijken ligt dat percentage op 1 tot 2 procent.

Ongeveer 1 procent van alle geregistreerde huisartsen verwacht de registratie uiteindelijk te laten verlopen als gevolg van de uren-eis.

Volgens betrokken huisartsen kan dit de continuïteit van zorg voor kwetsbare groepen onder druk zetten.

Ministerie bespreekt regels met beroepsgroep

De eisen voor herregistratie worden niet door het ministerie vastgesteld, maar door het College Geneeskundige Specialismen in samenwerking met de beroepsgroep.

Het ministerie gaat de resultaten van het Nivel-onderzoek daarom bespreken met de beroepsorganisaties.

Daarbij wordt gekeken naar de vraag of medische zorg aan bijzondere patiëntengroepen voldoende overeenkomt met reguliere huisartsenzorg en in hoeverre de huidige eisen gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en kwaliteit van zorg.

Het kabinet wil de komende periode verder werken aan een sterkere eerstelijnszorg, waarbij de huisarts een centrale rol blijft spelen als eerste aanspreekpunt voor patiënten.