BREDA - De rechtbank in Breda heeft een man veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf voor het dealen van cocaïne en MDMA. Volgens de rechtbank handelde hij gedurende ongeveer vier maanden in gebruikershoeveelheden harddrugs en had hij daarnaast een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne en MDMA in zijn woning liggen.
De handel vond plaats tussen 4 maart en 1 juli 2025. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte samen met een ander meerdere keren cocaïne en MDMA verkocht, afleverde en vervoerde.
184 gram cocaïne in woning
Bij een doorzoeking van de woning van de verdachte werd ongeveer 184 gram cocaïne en 7 gram MDMA aangetroffen.
De verdediging vroeg de rechtbank om uit te gaan van een kortere periode van drugshandel. Volgens de advocaat zou de handel pas vanaf 17 mei 2025 bewezen kunnen worden, omdat de verdachte vanaf dat moment tijdens observaties in beeld kwam.
De rechtbank ging daar niet in mee. Daarbij speelde onder meer de inhoud van een bij de verdachte aangetroffen dealertelefoon een rol.
Uit historische gegevens van die telefoon bleek volgens de rechtbank dat het toestel gedurende de gehele ten laste gelegde periode dezelfde reisbewegingen maakte als de privételefoon van de verdachte. Ook maakte de dealertelefoon gebruik van zendmasten in de omgeving van zijn woning.
Coördinerende rol in drugslijn
Volgens de rechtbank had de verdachte een belangrijke en coördinerende positie binnen de drugshandel.
Hij beheerde via de dealertelefoon de contacten met klanten en bewaarde de voorraad verdovende middelen in zijn woning. De rechtbank noemt zijn rol daarom onmisbaar voor de drugslijn.
Bij de strafoplegging weegt mee dat cocaïne en MDMA sterk verslavend kunnen zijn en ernstige schade aan de gezondheid van gebruikers kunnen veroorzaken.
De rechtbank wijst er daarnaast op dat de handel in harddrugs vaak samenhangt met andere criminaliteit, zowel onder gebruikers als tussen drugshandelaren.
Eerder veroordeeld voor soortgelijk feit
De verdachte was eerder veroordeeld tot een taakstraf voor een vergelijkbaar strafbaar feit. Dat heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf in zijn nadeel meegewogen.
Ook werkte hij niet mee aan een onderzoek van de reclassering. De man verscheen bovendien niet tijdens de behandeling van zijn strafzaak om uitleg te geven over zijn handelen.
Volgens de rechtbank heeft hij daarmee geen verantwoordelijkheid voor zijn gedrag genomen.
De verdediging had gevraagd om rekening te houden met zijn jeugdige leeftijd, de volgens haar kortere handelsperiode en het feit dat hij na deze zaak niet opnieuw met politie en justitie in aanraking zou zijn gekomen. Een taakstraf zou volgens de advocaat passend zijn.
Taakstraf volgens rechtbank onvoldoende
De rechtbank vindt een taakstraf onvoldoende gezien de ernst van de feiten.
Als uitgangspunt geldt bij regelmatige verkoop van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende drie tot zes maanden volgens de gebruikelijke oriëntatiepunten een gevangenisstraf van ongeveer acht maanden.
In deze zaak zijn volgens de rechtbank echter strafverzwarende omstandigheden aanwezig. De verdachte was eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit en had bovendien een voorraad cocaïne en MDMA in huis.
Alles afwegend acht de rechtbank daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zestien maanden passend.
Telefoons verbeurdverklaard
Verschillende in beslag genomen goederen worden verbeurdverklaard omdat ze bij de strafbare feiten zijn gebruikt.
Het gaat onder meer om meerdere mobiele telefoons, waaronder een Samsung Galaxy A54, een iPhone 13 Pro, een Samsung Galaxy J4+ en een iPhone 13. Ook een plastic zakje en een doos met magneten worden verbeurdverklaard.
Een horloge en een elektronische tracker worden teruggegeven.
De tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt afgetrokken van de gevangenisstraf van zestien maanden.




