DEN HAAG - De voormalige Nederlandse Transgenderwet heeft diep ingegrepen in het leven van transgender en intersekse personen. Mensen werden onder meer geconfronteerd met een verplichte onomkeerbare sterilisatie wanneer zij hun geslachtsregistratie in de geboorteakte wilden wijzigen. Nieuw onderzoek van de Radboud Universiteit brengt de schade, dwang en het verlies van autonomie als gevolg van die regels in kaart.
Het onderzoek is donderdag door staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs en Emancipatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Het volgt op de formele excuses die het kabinet in 2020 aan transgender en intersekse personen maakte voor het leed dat door de oude wetgeving is veroorzaakt.
Sterilisatie was voorwaarde
Sinds 1985 konden transgender en intersekse personen hun geslachtsvermelding in de geboorteakte laten wijzigen. Daar waren tot 2014 echter vergaande voorwaarden aan verbonden.
Wie de registratie wilde veranderen, moest aantonen dat het lichaam, voor zover fysiek en psychologisch mogelijk en verantwoord, was aangepast aan het gewenste geslacht.
Daarnaast gold een eis van onomkeerbare sterilisatie. Tot 2001 moest iemand die getrouwd was bovendien eerst scheiden voordat wijziging van de geslachtsregistratie mogelijk was.
Volgens het kabinet werden mensen daarmee voor een uiterst pijnlijke en mensonterende keuze gesteld. De voorwaarden veroorzaakten volgens de overheid veel schade, verdriet en leed.
De eisen verdwenen op 1 juli 2014 uit de wet.
Kabinet bood in 2020 excuses aan
Het Transgender- en Interseksecollectief stelde de Nederlandse Staat in 2019 aansprakelijk voor materiële en immateriële schade die door de wet zou zijn veroorzaakt.
Hoewel de formele verjaringstermijn op dat moment was verstreken, besloot de overheid vanwege de ingrijpende gevolgen van de wet toch een gebaar te maken.
Dat bestond uit een onverplichte financiële tegemoetkoming en publieke erkenning van het veroorzaakte leed. Op 30 november 2020 boden de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister voor Rechtsbescherming namens het kabinet formeel excuses aan.
Als onderdeel van dat traject werd ook onderzoek toegezegd naar de gevolgen van de oude wet.
Getroffenen geïnterviewd
Onderzoekers van de Radboud Universiteit spraken voor het onderzoek met mensen die zelf met de oude Transgenderwet te maken kregen.
Aan de hand van hun ervaringen is onderzocht hoe de wettelijke voorwaarden ingrepen in hun persoonlijke leven en welke vormen van schade zij daardoor hebben ervaren.
Volgens de Kamerbrief laat het onderzoek zien dat sprake was van dwang en verlies van autonomie. Ook wordt beschreven hoe wetgeving en medische praktijk direct in het leven van mensen ingrepen, zonder dat lichamelijke integriteit en persoonlijke autonomie daarbij volgens de onderzoekers voldoende centraal stonden.
Het kabinet ziet het onderzoek als een bijdrage aan de maatschappelijke erkenning van wat mensen tussen 1985 en 2014 is aangedaan.
Gevolgen nog altijd voelbaar
Volgens Tielen is het uitspreken van excuses een belangrijke stap geweest, maar is daarmee de verantwoordelijkheid van de overheid niet beëindigd.
Een deel van de mensen die met de voormalige wet te maken kreeg, ervaart volgens het kabinet nog altijd de gevolgen ervan.
Het onderzoek moet daarom niet alleen vastleggen wat er in het verleden is gebeurd, maar ook bijdragen aan verdere erkenning van het leed dat transgender en intersekse personen hebben ervaren.
Documentaire verschijnt later dit jaar
Later dit najaar verschijnt ook een documentaire over het traject rond de erkenning en excuses. Daarmee wordt dit specifieke traject formeel afgesloten.
Het kabinet benadrukt tegelijkertijd dat het beleid rond veiligheid, gezondheid en vrijheid van transgender en intersekse personen doorgaat.
Zo wordt in november een verdere uitwerking van de versterkte aanpak voor lhbtiq+-veiligheid naar de Tweede Kamer gestuurd.
Daarnaast wordt onderzocht of er een wettelijk verbod moet komen op niet-noodzakelijke medische behandelingen bij intersekse kinderen.
Volgens het kabinet kan het verleden niet worden teruggedraaid, maar kan de overheid wel lessen trekken uit de gevolgen van de oude wetgeving en toekomstige bescherming van lichamelijke integriteit en autonomie versterken.




