BREDA - De rechtbank in Breda heeft een 15-jarige jongen veroordeeld voor poging tot doodslag na een steekincident op 18 maart 2026. De minderjarige stak een andere jongen met een mes in het bovenlichaam nadat een ruzie was ontstaan. Het slachtoffer raakte levensgevaarlijk gewond en moest met spoed worden geopereerd.
De rechtbank legt 180 dagen jeugddetentie op, waarvan 66 dagen voorwaardelijk. Het onvoorwaardelijke deel komt overeen met de 114 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast krijgt hij een gedragsbeïnvloedende maatregel van twaalf maanden.
Ruzie loopt uit de hand
Volgens de rechtbank ontstond op 18 maart een ruzie tussen de verdachte en een andere jongen. De verdachte sloeg hem in het gezicht, waarna hij werd teruggeslagen.
Daarop trok de verdachte een mes met een groot lemmet. Op beelden die tijdens de zitting zijn bekeken, was volgens de rechtbank te zien dat hij meerdere keren met het mes zwaaiende bewegingen maakte in de richting van het bovenlichaam van de andere jongen.
Het uiteindelijke slachtoffer probeerde de twee uit elkaar te halen. Hij kwam daarbij meerdere keren dicht bij de verdachte en werd tijdens een van de bewegingen met het mes geraakt ter hoogte van zijn middenrif.
Slachtoffer met spoed geopereerd
Het slachtoffer werd na het steekincident met spoed naar het ziekenhuis gebracht en nog dezelfde nacht geopereerd. Hij had onder meer een scheur in zijn middenrif en verbleef ongeveer een week in het ziekenhuis.
Aan het incident hield hij een groot litteken over. Volgens de rechtbank heeft het geweld grote gevolgen gehad voor hem en zijn familie.
Het slachtoffer ondervindt volgens de uitspraak nog altijd gevolgen op school, tijdens het sporten en in zijn sociale leven.
Verdachte zei niemand te willen raken
De 15-jarige verklaarde dat hij niet van plan was iemand te raken. Hij zou het mes alleen hebben gebruikt om de andere jongen af te schrikken, omdat hij bang was dat die mogelijk ook een mes had.
Volgens de verdachte was het slachtoffer zelf tegen het mes aangelopen. Toen hij hoorde dat iemand was geraakt, zou hij direct zijn excuses hebben aangeboden en de ruzie hebben beëindigd.
De rechtbank stelt vast dat geen sprake was van rechtstreeks opzet om het slachtoffer te doden. Wel vindt de rechtbank bewezen dat sprake was van zogenoemd voorwaardelijk opzet.
Bewust risico op dodelijke afloop
Volgens de rechters maakte de verdachte krachtige zwaaiende bewegingen met een groot mes op hoogte van het bovenlichaam, terwijl hij wist dat het slachtoffer dichtbij was en tussenbeide probeerde te komen.
In het bovenlichaam bevinden zich vitale organen en grote bloedvaten. Door onder deze omstandigheden door te blijven zwaaien, heeft de verdachte volgens de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat iemand dodelijk gewond zou raken.
Daarom is poging tot doodslag bewezen.
Rechtbank ziet grote zorgen
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte en met adviezen van deskundigen.
Die deskundigen zien een verhoogd risico op herhaling wanneer begeleiding en behandeling ontbreken. Volgens de rechtbank heeft de jongen behoefte aan een streng en gestructureerd kader met intensieve begeleiding.
Ook speelde mee dat de verdachte eerder met justitie in aanraking was gekomen en tijdens het steekincident nog in een proeftijd liep.
Twaalf maanden gedragsmaatregel
Naast de jeugddetentie legt de rechtbank een gedragsbeïnvloedende maatregel van twaalf maanden op.
De jongen moet onder meer deelnemen aan behandeling en begeleiding gericht op agressieregulatie, het herkennen van risicosituaties, emotieregulatie en sociale vaardigheden.
Ook moet hij een passende dagbesteding in de vorm van onderwijs, werk of een ander programma behouden. De jeugdreclassering mag hem maximaal zes maanden elektronisch volgen als dat noodzakelijk wordt geacht.
Wanneer hij onvoldoende meewerkt aan de maatregel, kan daarvoor zes maanden vervangende jeugddetentie worden opgelegd.
Contactverbod met slachtoffer
Aan het voorwaardelijke deel van de jeugddetentie is een proeftijd van twee jaar verbonden.
Gedurende die periode mag de verdachte op geen enkele wijze direct of indirect contact zoeken met het slachtoffer. Ook moet hij zich melden bij de jeugdreclassering en aanwijzingen van de begeleiding opvolgen.
Ruim 10.000 euro schadevergoeding
Het slachtoffer vroeg ruim 36.000 euro schadevergoeding. De rechtbank wijst daarvan 10.679,73 euro toe.
Het bedrag bestaat uit 679,73 euro materiële schade en 10.000 euro immateriële schade. Over het bedrag moet vanaf 18 maart 2026 wettelijke rente worden betaald.
Omdat het slachtoffer minderjarig is, wordt het geld gestort op een beschermde rekening waarover niet zonder toestemming kan worden beschikt.
Daarnaast moet de verdachte een eerder voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 40 uur alsnog uitvoeren.




