VELSEN-NOORD – Een kliniek uit Velsen-Noord moet stoppen met het behandelen van longcovidpatiënten met een niet-geregistreerd geneesmiddel op basis van lidocaïne. Dat heeft de voorzieningenrechter op 8 oktober 2026 bepaald. Volgens de rechter mag de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingrijpen omdat de veiligheid en werkzaamheid van de behandeling onvoldoende wetenschappelijk zijn onderbouwd. Ongeveer zeventig patiënten maken momenteel gebruik van de omstreden behandeling.
De uitspraak heeft betrekking op Stichting Excellent Care Clinics (SECC) en Excellent Care Clinics International B.V. (ECC-I), beide gevestigd in Velsen-Noord. De organisaties behandelen patiënten met uiteenlopende pijnklachten, waaronder mensen die na een coronabesmetting langdurig kampen met zenuwpijn en andere gezondheidsproblemen.
Sinds augustus 2024 biedt ECC-I een behandeling aan waarbij patiënten zichzelf thuis onderhuidse injecties toedienen met een speciaal bereid geneesmiddel dat lidocaïne bevat. Volgens de kliniek ervaren patiënten hierdoor een aanzienlijke verbetering van hun gezondheid en dagelijks functioneren.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) constateerde echter tekortkomingen in de behandeling en de naleving van de wettelijke zorgvuldigheidseisen.
Minister gaf kliniek drie maanden de tijd
Op 23 juli 2026 gaf de minister de kliniek een officiële aanwijzing op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
Daarin staat dat Excellent Care Clinics binnen drie maanden moet stoppen met het voorschrijven van het niet-geregistreerde geneesmiddel. De behandeling mag uitsluitend worden voortgezet wanneer deze onderdeel is van een klinische proef die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.
Dat betekent dat de kliniek de huidige behandeling uiterlijk op 23 oktober 2026 moet beëindigen, tenzij aan die voorwaarden wordt voldaan.
De kliniek maakte bezwaar tegen de aanwijzing en stapte naar de rechter. De zorgaanbieder wilde voorkomen dat patiënten hun behandeling moesten onderbreken voordat over het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter heeft dat verzoek afgewezen. Daardoor blijft de aanwijzing van de minister van kracht.
Ongeveer zeventig patiënten worden behandeld
Tijdens de rechtszaak werd duidelijk dat ongeveer zeventig patiënten momenteel gebruikmaken van de behandeling. Volgens de kliniek ervaren zij grote gezondheidsvoordelen door de dagelijkse injecties.
Long covid kan gepaard gaan met ernstige vermoeidheid, pijnklachten, concentratieproblemen en beperkingen in het dagelijks functioneren. Voor veel patiënten zijn slechts beperkte behandelmogelijkheden beschikbaar.
De patiënten krijgen lidocaïne toegediend via een onderhuidse injectie die zij thuis zelf uitvoeren. Volgens de behandelaars zorgt deze methode voor een stabielere hoeveelheid van het geneesmiddel in het lichaam.
De kliniek stelt dat dit gunstigere resultaten oplevert dan behandelingen waarbij patiënten periodiek naar een ziekenhuis of behandelcentrum moeten reizen.
De rechter erkent dat patiënten verbetering ervaren, maar benadrukt dat deze ervaringen onvoldoende zijn om de veiligheid en werkzaamheid van een nieuwe behandeling wetenschappelijk vast te stellen.
Wetenschappelijk bewijs ontbreekt
Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is het ontbreken van een wetenschappelijke basis voor de gebruikte behandelwijze.
Lidocaïne is een bekend geneesmiddel dat onder meer wordt toegepast bij plaatselijke verdoving en bepaalde pijnbehandelingen. Het feit dat lidocaïne al jarenlang medisch wordt gebruikt, betekent volgens de rechter echter niet automatisch dat iedere nieuwe toepassing veilig en effectief is.
Het geneesmiddel dat Excellent Care Clinics gebruikt, is niet geregistreerd voor de betreffende behandeling en beschikt niet over een handelsvergunning.
Daardoor heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van deze specifieke bereiding niet beoordeeld.
Volgens de minister verschilt het middel op belangrijke punten van bestaande geregistreerde geneesmiddelen met lidocaïne. Het gaat onder meer om de samenstelling, verpakking en wijze van toediening.
De rechter vindt dat daarom niet zonder meer kan worden uitgegaan van de veiligheid van de behandeling.
Inspectie ontdekte tekortkomingen in patiëntendossiers
De IGJ onderzocht de werkwijze van de kliniek en bracht op 21 april 2026 een inspectiebezoek. Daarbij werden zes patiëntendossiers bekeken.
Uit het onderzoek bleek volgens de inspectie dat belangrijke onderdelen van de medische besluitvorming onvoldoende waren vastgelegd.
Zo kon niet worden vastgesteld dat patiënten vooraf volledig waren geïnformeerd over de aard en het doel van de behandeling en de mogelijke gezondheidsrisico's.
Ook ontbrak in onderzochte dossiers informatie waaruit bleek dat patiënten op de hoogte waren gesteld van het niet-reguliere karakter van de behandeling.
Daarnaast constateerde de inspectie dat de behandelingen onvoldoende waren afgestemd met de betrokken apothekers.
Bij een onaangekondigde herinspectie op 16 juli 2026 bleken volgens de IGJ nog altijd tekortkomingen te bestaan.
De minister verplichtte de kliniek daarom ook tot betere patiëntregistratie, structurele bespreking van complicaties en duidelijke vastlegging van geïnformeerde toestemming.
Eerder onderzoek naar behandeling ingetrokken
Excellent Care Clinics had gegevens over de behandeling verzameld tussen augustus 2024 en april 2025. Die gegevens werden verstrekt aan onderzoekers van het Amsterdam UMC.
De resultaten verschenen op 3 december 2025 in een medisch tijdschrift. Het betreffende wetenschappelijke artikel werd echter later ingetrokken.
Volgens de uitspraak besloten de onderzoekers op 23 februari 2026 tot intrekking. Het tijdschrift maakte die beslissing op 11 maart bekend.
De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) had eerder vastgesteld dat het onderzoek naar het geneesmiddel moet worden beschouwd als wetenschappelijk onderzoek met mensen.
Dat betekent dat vooraf een beoordeling door een medisch-ethische toetsingscommissie noodzakelijk was. Die beoordeling had niet plaatsgevonden.
Volgens de rechter had de kliniek al geruime tijd de mogelijkheid om een formele klinische proef voor te bereiden.
Patiënten vrezen ernstige terugval
Stichting Long Covid Recovery nam als derde partij deel aan de rechtszaak en verdedigde de belangen van de patiënten.
De stichting waarschuwde dat het stoppen van de behandeling grote gevolgen kan hebben voor mensen die door long covid ernstig beperkt zijn.
Volgens de stichting ervaren patiënten niet alleen minder zenuwpijn, maar ook verbeteringen bij vermoeidheid, cognitieve klachten en andere symptomen.
Het wegvallen van de behandeling zou volgens de patiëntenorganisatie kunnen leiden tot een aanzienlijke achteruitgang van de gezondheid en kwaliteit van leven.
Ook wees de stichting erop dat reizen naar een kliniek voor sommige ernstig zieke patiënten nauwelijks haalbaar is.
De rechter begrijpt deze zorgen, maar stelt vast dat de gevreesde verslechtering na het stoppen van de behandeling niet met voldoende medische gegevens is onderbouwd.
Alternatieve behandeling blijft mogelijk
Het besluit van de minister betekent niet dat de kliniek helemaal geen lidocaïne meer mag toepassen.
Onder voorwaarden mogen patiënten worden behandeld met geregistreerde geneesmiddelen die lidocaïne bevatten. Daarbij kan in uitzonderlijke omstandigheden sprake zijn van zogenoemd off-labelgebruik, waarbij een geregistreerd geneesmiddel voor een andere toepassing wordt voorgeschreven.
Volgens de minister zijn dergelijke alternatieven beschikbaar.
De kliniek stelde dat deze mogelijkheden voor haar patiënten niet geschikt zijn, omdat zij dan naar de behandellocatie moeten reizen en de toediening anders verloopt.
De voorzieningenrechter vindt echter dat onvoldoende is onderbouwd waarom geregistreerde geneesmiddelen voor iedere afzonderlijke patiënt geen adequaat alternatief zouden vormen.
Dat een behandeling minder comfortabel of belastender is, betekent volgens de rechter niet automatisch dat deze medisch ongeschikt is.
Patiëntveiligheid weegt zwaarder
Bij de beoordeling heeft de voorzieningenrechter de belangen van de kliniek en de patiënten afgewogen tegen het belang van de overheid om toezicht te houden op veilige en verantwoorde zorg.
Daarbij erkent de rechter dat long covid een ernstige aandoening kan zijn waarvoor nog geen genezende behandeling bestaat.
Ook wordt het belang van medische innovatie onderschreven, vooral voor patiënten die weinig andere behandelopties hebben.
Toch moet onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen volgens de rechter plaatsvinden binnen de wettelijke regels die patiënten beschermen.
Omdat een wetenschappelijke onderbouwing van de behandeling ontbreekt en de kliniek onvoldoende voortgang heeft aangetoond bij het organiseren van een klinische proef, krijgt patiëntveiligheid in deze zaak voorrang.
Behandeling moet uiterlijk 23 oktober stoppen
De uitspraak betekent dat Excellent Care Clinics zich moet houden aan de aanwijzing van 23 juli 2026.
De kliniek moet de behandeling met het niet-geregistreerde geneesmiddel uiterlijk 23 oktober beëindigen, tenzij de behandeling wordt voortgezet binnen een wettelijk toegestane klinische proef.
De kliniek heeft daarnaast de verplichting om patiënten zorgvuldig te begeleiden bij een eventuele overgang naar een andere behandeling.
Het bezwaar tegen de oorspronkelijke aanwijzing moet nog inhoudelijk worden behandeld. De voorzieningenrechter heeft namelijk uitsluitend beoordeeld of het besluit tijdelijk moest worden geschorst en heeft geen definitief oordeel gegeven over alle juridische bezwaren van de kliniek.
Totdat daarover anders wordt beslist, blijft de aanwijzing van kracht.




