DEN HAAG – Een man die in Leiden twee minderjarige meisjes seksueel heeft lastiggevallen, is in hoger beroep veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde op donderdag 5 november 2026 dat de man een groot gevaar vormt voor de veiligheid van anderen en dat eerdere behandelingen onvoldoende hebben geholpen om herhaling te voorkomen. De verdachte, geboren in 1975, werd al meerdere keren veroordeeld voor soortgelijke zedenmisdrijven en onderging eerder een tbs-behandeling. Volgens het hof is het onverantwoord om hem zonder intensieve behandeling in een beveiligde omgeving te laten terugkeren in de maatschappij.

De zaak draait om twee incidenten die in juni en juli 2024 in Leiden plaatsvonden. Op 4 juni confronteerde de verdachte een elfjarig meisje met seksueel gedrag. Hij stond in de bosjes met zijn ontblote geslachtsdeel in zijn hand en masturbeerde, terwijl hij probeerde de aandacht van het kind te trekken. Hij liep in haar richting en maakte lokgeluiden en gebaren. Volgens het hof handelde hij met het doel het meisje getuige te laten zijn van zijn seksuele handelingen.

Ruim een maand later, op 11 juli 2024, ging de man opnieuw de fout in. Ditmaal was een twaalfjarig meisje het slachtoffer. De verdachte liet haar zijn ontblote geslachtsdeel zien. Toen het meisje met versnelde pas wegliep, volgde hij haar, pakte haar vast en drukte zijn onderlichaam tegen haar lichaam ter hoogte van haar billen. Het gerechtshof achtte bewezen dat de man zich hiermee schuldig maakte aan aanranding van een kind in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar.

Slachtoffer ontwikkelde PTSS en paniekstoornis

De gevolgen voor het twaalfjarige slachtoffer zijn volgens het hof bijzonder ingrijpend geweest. Haar ouders maakten zowel tijdens de behandeling bij de rechtbank als in hoger beroep gebruik van een schriftelijke slachtofferverklaring. Daaruit blijkt dat hun dochter ruim twee jaar na het incident nog steeds ernstige problemen ondervindt van wat haar is overkomen.

Het meisje kon gedurende een half jaar niet naar school omdat de spanningen en angst te groot waren. Ze ontwikkelde een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een paniekstoornis waarvoor zij behandelingen moest ondergaan. Ook haar zelfbeeld, zelfvertrouwen en vertrouwen in mannen werden ernstig aangetast. Volgens de ouders heeft het incident bovendien grote gevolgen gehad voor het hele gezin.

Het gerechtshof rekent de verdachte deze gevolgen zwaar aan. Volgens de rechters heeft hij zijn eigen seksuele behoeften boven de belangen en de veiligheid van de slachtoffers geplaatst. Daarbij heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de langdurige psychische schade die zijn handelen kon veroorzaken.

Eerdere tbs-behandeling voorkwam nieuwe misdrijven niet

Uit het strafblad van de man blijkt dat hij al meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld voor zedendelicten. Hij kreeg in het verleden verschillende gevangenisstraffen en werd eerder veroordeeld tot tbs met voorwaarden. Die maatregel werd uiteindelijk omgezet in tbs met dwangverpleging, nadat hij de voorwaarden had overtreden door opnieuw wegens exhibitionisme met de politie in aanraking te komen.

De verdachte onderging tot 2018 een tbs-behandeling met dwangverpleging. Ook daarna bleef hij terugvallen in strafbaar gedrag, waaronder tijdens proeftijden. Het hof concludeert dat eerdere ambulante en klinische behandelingen onvoldoende effect hebben gehad en dat het risico op nieuwe seksuele delicten nog altijd groot is.

Voor het hoger beroep werden meerdere psychiatrische en psychologische rapportages bestudeerd. Een psychiater en een klinisch psycholoog onderzochten de verdachte en concludeerden dat hij tijdens de bewezenverklaarde feiten leed aan een exhibitionismestoornis. Daarnaast werden een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke persoonlijkheidstrekken en vermijdende persoonlijkheidstrekken vastgesteld.

Beide deskundigen achten het bovendien mogelijk dat sprake is van een pedofiele stoornis. Die diagnose werd echter niet definitief vastgesteld. Volgens de deskundigen hebben de psychische problemen invloed gehad op het gedrag van de verdachte, waardoor zij adviseerden de feiten hem in verminderde mate toe te rekenen. Het hof heeft dit advies overgenomen.

Deskundigen schatten risico op herhaling hoog in

De deskundigen zijn bezorgd over de grote kans dat de man opnieuw een seksueel misdrijf pleegt. Daarbij speelt een belangrijke rol dat eerdere behandelingen en strafrechtelijke maatregelen niet tot een blijvende gedragsverandering hebben geleid. Volgens de rapportages heeft de verdachte bovendien weinig inzicht in zijn eigen problematiek en ontbreekt voldoende intrinsieke motivatie om zich te laten behandelen.

Ook geeft de man onvoldoende openheid over zijn seksuele beleving. Zo ontkent hij dat zijn exhibitionistische gedrag gepaard gaat met seksuele opwinding en zelfbevrediging, terwijl er volgens de deskundigen aanwijzingen bestaan dat dit wel het geval is. Die beperkte openheid maakt een effectieve psychiatrische behandeling moeilijker.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep verklaarde de verdachte meerdere keren spijt te hebben van zijn gedrag. Het hof kreeg de indruk dat hij met de slachtoffers meeleefde, maar constateerde tegelijkertijd dat hij onvoldoende inzicht gaf in de achtergronden en drijfveren van zijn handelen.

Volgens het hof is daarom een langdurig en intensief behandeltraject noodzakelijk. Daarbij moet onder meer worden gewerkt aan het nemen van verantwoordelijkheid, het versterken van de controle over zijn gedrag en het gebruik van medicatie. Ook moet het risico op herhaling voortdurend kunnen worden beoordeeld.

Verdediging wilde tbs zonder dwangverpleging

De verdediging verzette zich tegen het opleggen van tbs met dwangverpleging. Volgens de advocaat zou behandeling binnen een tbs-maatregel met voorwaarden voldoende kunnen zijn. Daarbij werd aangevoerd dat de argumenten van de deskundigen tegen deze minder ingrijpende maatregel onvoldoende overtuigend waren en dat dwangverpleging niet in verhouding stond tot de feiten.

De verdediging wees er daarnaast op dat de verdachte de eerder opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden inmiddels ruimschoots in voorlopige hechtenis zou hebben uitgezeten. Ook werd gevraagd om, wanneer het hof niet voor tbs met voorwaarden zou kiezen, de behandeling van de zaak aan te houden zodat de reclassering een aanvullend rapport met mogelijke voorwaarden kon opstellen.

Het gerechtshof wees deze verzoeken af. Volgens de rechters is een behandeling onder voorwaarden onvoldoende om de veiligheid van anderen te waarborgen. Daarbij weegt zwaar dat de verdachte in het verleden opgelegde voorwaarden heeft overtreden, ondanks verschillende behandeltrajecten opnieuw strafbare feiten pleegde en onvoldoende openheid geeft over zijn problematiek.

Het hof acht een beveiligde behandelomgeving noodzakelijk waarin de verdachte intensief kan worden behandeld en voortdurend kan worden gecontroleerd. De tbs-maatregel met dwangverpleging wordt daarom als noodzakelijk en proportioneel beschouwd.

Tbs kan langer duren dan vier jaar

Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is dat de duur van de tbs-maatregel niet wettelijk is gemaximeerd. Het hof stelt vast dat de aanranding een misdrijf betreft dat gericht is tegen de lichamelijke integriteit van een persoon. Daardoor geldt voor deze tbs-maatregel geen vaste maximale totale duur.

Dit betekent niet dat de verdachte automatisch levenslang in een tbs-kliniek moet verblijven. Wel kan de maatregel worden verlengd zolang daarvoor een wettelijke grondslag bestaat en de veiligheid dat noodzakelijk maakt. De behandeling en het risico op herhaling spelen daarbij een belangrijke rol.

Naast de tbs-maatregel legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op. Daarbij is rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de man. De tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

Vier maanden eerdere voorwaardelijke celstraf niet uitgevoerd

Het hof moest ook beslissen over een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. Die straf was op 28 juni 2022 opgelegd door de rechtbank in Den Haag. Aan de voorwaardelijke straf was een proeftijd van drie jaar verbonden, waarin de man geen nieuwe strafbare feiten mocht plegen.

Omdat de verdachte tijdens die proeftijd opnieuw zedendelicten beging, stond vast dat hij de algemene voorwaarde had overtreden. Het Openbaar Ministerie wilde daarom dat de eerdere gevangenisstraf alsnog ten uitvoer werd gelegd.

Toch wees het hof deze vordering af. Volgens de rechters zou de uitvoering van de aanvullende gevangenisstraf betekenen dat de man pas vier maanden later voor een tbs-behandeling kon worden aangemeld. Gezien het grote belang van een snelle start van de noodzakelijke behandeling achtte het hof dat onwenselijk.

Het gerechtshof vernietigde formeel het vonnis van de rechtbank van 4 september 2025 en deed opnieuw uitspraak. De uiteindelijke straf en maatregel bleven hetzelfde: twaalf maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en tbs met dwangverpleging.

Met de uitspraak van 5 november 2026 benadrukt het hof dat de bescherming van mogelijke toekomstige slachtoffers zwaar weegt. Volgens de rechters kan het grote risico op herhaling alleen binnen een intensief en beveiligd behandeltraject op verantwoorde wijze worden verminderd.

</CodeBlock>

<text color="secondary" size="xs">Uitspraak gerechtshof in Den Haag, 5 november 2026. ECLI:NL:GHDHA:2026:3174, zaaknummer 22-002677-25. <FileCite ref="turn2file0" line_range_start={2} line_range_end={12}/><FileCite ref="turn2file0" line_range_start={394} line_range_end={415}/><FileCite ref="turn2file0" line_range_start={468} line_range_end={531}/></text>