DEN HAAG – Wie een huurwoning zoekt en een Marokkaans klinkende naam heeft, maakt nog altijd minder kans om voor een bezichtiging te worden uitgenodigd. Tegelijkertijd blijkt dat bijna acht op de tien verhuurbemiddelaars een discriminerend verzoek van een verhuurder niet uitdrukkelijk afwijzen. Dat blijkt uit de nieuwste landelijke monitor naar discriminatie bij woningverhuur, waarover minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Tweede Kamer op 4 november heeft geïnformeerd.

Voor het onderzoek voerde het Verwey-Jonker Instituut 4.096 praktijktesten uit. Daarbij reageerden onderzoekers met fictieve woningzoekenden op advertenties voor huurwoningen. De profielen waren vrijwel identiek, maar verschilden bijvoorbeeld in naam, geslacht of seksuele gerichtheid. Op die manier konden de onderzoekers vaststellen of bepaalde groepen minder vaak werden uitgenodigd voor een bezichtiging.

De uitkomsten laten zien dat de eerdere daling van discriminatie niet overal doorzet. Mannen met een Marokkaans klinkende naam kregen te maken met een statistisch significante discriminatiegraad van 14 procent. Bij vrouwen met een Marokkaans klinkende naam bedroeg dat 16 procent. In de vorige meting werd bij geen van de onderzochte groepen nog een statistisch significant verschil vastgesteld.

Bij woningzoekenden met een Pools klinkende mannennaam en bij de onderzochte verschillen in geslacht en seksuele gerichtheid vonden de onderzoekers ditmaal geen aanwijzingen voor systematische discriminatie bij de uitnodiging voor een bezichtiging.

Verhuurmakelaars herkennen discriminatie, maar werken toch mee

Misschien nog opvallender zijn de resultaten van 200 telefoongesprekken waarin acteurs zich voordeden als verhuurders. Zij vroegen verhuurbemiddelaars of het mogelijk was bepaalde groepen buitenlanders uit te sluiten. Het ging daarbij uitdrukkelijk om Marokkanen, Turken en Polen.

Uit de gesprekken blijkt dat verhuurbemiddelaars steeds beter herkennen wanneer een verzoek discriminerend is. In 2021 en 2022 benoemde 26 procent van de bemiddelaars dat een dergelijk verzoek niet door de beugel kon. In 2024 en 2025 was dat aandeel al gestegen naar 55,5 procent.

Dat groeiende bewustzijn betekent echter niet dat discriminerende verzoeken daadwerkelijk worden geweigerd. Maar liefst 78,5 procent van de benaderde verhuurbemiddelaars wees het verzoek niet expliciet af en bood er direct of indirect ruimte voor. Een jaar eerder was dat 77,5 procent.

Daarmee blijft een aanzienlijk verschil bestaan tussen weten wat de regels zijn en er ook naar handelen. Volgens de minister laten de cijfers zien dat de aanpak van woondiscriminatie nog lang niet klaar is.

Gemeenten moeten optreden tegen discriminerende verhuurders

Sinds 1 juli 2023 geldt de Wet goed verhuurderschap. Die verplicht verhuurders en bemiddelaars om huurders op een transparante en objectieve manier te selecteren. Ook moeten zij duidelijk maken welke werkwijze zij hanteren om discriminatie te voorkomen.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op deze regels en moeten optreden wanneer verhuurders zich er niet aan houden. Iedere gemeente is bovendien verplicht een meldpunt te hebben waar huurders en woningzoekenden ongewenst verhuurgedrag kunnen melden.

Het kabinet ziet voorlopig geen aanleiding om daarnaast een afzonderlijke meldplicht in te voeren voor verhuurbemiddelaars die een discriminerend verzoek ontvangen. Eerder onderzoek wees volgens de minister uit dat zo'n verplichting moeilijk te controleren is en weinig zou toevoegen aan de bestaande mogelijkheden om op te treden.

Wel wordt de Wet goed verhuurderschap verder geëvalueerd. De minister verwacht de Tweede Kamer nog voor het einde van het jaar te informeren over de conclusies en mogelijke vervolgstappen.

Nieuwe voorlichting en betere toegang tot meldpunten

Naast toezicht en handhaving blijft het kabinet inzetten op voorlichting. In november en december volgt een nieuwe campagne op sociale media om woningzoekenden en verhuurders duidelijk te maken hoe discriminatie kan worden herkend en voorkomen.

Ook wordt gewerkt aan een betere toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorzieningen. Het is de bedoeling dat er één landelijke organisatie komt met lokale loketten waar mensen terechtkunnen voor ondersteuning. Dit vernieuwde stelsel moet naar verwachting op 1 januari 2028 ingaan.

Voor woningzoekenden verandert daarmee niet onmiddellijk iets aan de situatie op de huurmarkt. De nieuwe cijfers laten vooral zien dat bestaande regels en een groter bewustzijn nog onvoldoende zijn om discriminatie uit te bannen. Juist nu betaalbare huurwoningen schaars zijn, kan een kleinere kans op een bezichtiging grote gevolgen hebben voor mensen die dringend woonruimte zoeken.