BORN – Waar jarenlang personenauto's van merken als DAF, Volvo, Mitsubishi, BMW en Mini van de lopende band rolden, worden tegenwoordig militaire drones, batterijpakketten en onbemande voertuigen gebouwd. De voormalige autofabriek VDL Nedcar in het Limburgse Born heeft een ingrijpende verandering ondergaan. Na het wegvallen van de autoproductie dreigde een groot industrieel complex zijn betekenis te verliezen, maar de oorlog in Oekraïne en de groeiende behoefte aan Europees defensiematerieel hebben de fabriek een nieuwe toekomst gegeven.
De fabriek is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijke productielocatie voor de Nederlandse defensie-industrie. Verschillende gespecialiseerde bedrijven maken er materieel dat bestemd is voor de Nederlandse en Oekraïense krijgsmacht. Daarbij gaat het niet uitsluitend om drones die vanuit de lucht worden ingezet, maar ook om voertuigen die zonder bestuurder over het slagveld kunnen rijden en batterijsystemen voor militaire toepassingen.
De omschakeling is opmerkelijk. Nog geen drie jaar geleden stond de toekomst van de fabriek ter discussie nadat BMW besloot de productie van Mini's en andere modellen in Born te beëindigen. Inmiddels worden de bestaande fabriekshallen opnieuw gebruikt en is de locatie onderdeel geworden van een samenwerking tussen VDL Groep, het ministerie van Defensie en internationale technologiebedrijven.
Van Nederlandse autogeschiedenis naar militaire industrie
De geschiedenis van de autofabriek in Born gaat terug tot de jaren zestig. Aanvankelijk werden er personenauto's van DAF geproduceerd. Later volgden modellen van Volvo en Mitsubishi, waarna de fabriek uiteindelijk onderdeel werd van VDL Groep. Onder de naam VDL Nedcar produceerde het bedrijf onder meer Mini's en de BMW X1 voor de Duitse autofabrikant BMW Group.
De fabriek was jarenlang een belangrijke werkgever in Limburg. Duizenden werknemers waren betrokken bij de productie van voertuigen en de bijbehorende logistieke en technische werkzaamheden. Aan die periode kwam begin 2024 een einde, toen de laatste productieopdrachten van BMW afliepen en geen nieuwe autofabrikant werd gevonden die de bestaande capaciteit wilde benutten.
Het wegvallen van de autoproductie leidde tot grootschalig banenverlies en onzekerheid over de toekomst van het uitgestrekte fabrieksterrein. VDL ging op zoek naar nieuwe activiteiten waarbij de aanwezige gebouwen, machines en technische kennis opnieuw konden worden ingezet.
De veranderende veiligheidssituatie in Europa bood uiteindelijk een onverwachte mogelijkheid. Door de Russische invasie van Oekraïne nam de vraag naar drones, militaire voertuigen en andere defensietechnologie sterk toe. Tegelijkertijd wilden Nederland en andere Europese landen hun productiecapaciteit uitbreiden en minder afhankelijk worden van leveranciers buiten Europa.
Defensie huurt 120.000 vierkante meter fabriekshallen
In maart 2025 maakten VDL Groep en het ministerie van Defensie bekend dat zij de voormalige autofabriek gedeeltelijk zouden inzetten voor de productie van militair materieel. De samenwerking kreeg vervolgens concreet vorm met een overeenkomst voor minimaal tien jaar.
Defensie huurt ongeveer 120.000 vierkante meter aan fabriekshallen en bijbehorende voorzieningen op het terrein in Born. Het grote voordeel is dat veel industriële faciliteiten al aanwezig waren. Daardoor konden nieuwe productielijnen aanzienlijk sneller worden ingericht dan bij de bouw van een volledig nieuwe fabriek.
In oktober 2025 werd de defensieproductie officieel gestart. Onder meer Milrem Robotics, Tulip Tech en DeltaQuad kregen een rol bij de productie van onbemande voertuigen, militaire batterijsystemen en drones.
De samenwerking is volgens Defensie niet uitsluitend bedoeld om Oekraïne te ondersteunen. Ook de Nederlandse krijgsmacht moet profiteren van een sterkere binnenlandse industrie, snellere leveringen en een grotere beschikbaarheid van militair materieel.
Oekraïense aanvals- en verkenningsdrones uit Born
Een belangrijke ontwikkeling volgde in april 2026, toen VDL Defentec en het Oekraïense bedrijf Greentech Harvest afspraken maakten over de gezamenlijke productie van twee typen drones. De overeenkomst werd ondertekend in Middelburg, tijdens een bezoek van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky aan Nederland.
Het gaat om de K4 Deepstrike, een langeafstandsaanvalsdrone, en de Baton, een drone voor verkenningsdoeleinden. Deze systemen zijn ontwikkeld voor militaire toepassingen in Oekraïne en moeten bijdragen aan de verdediging van het land tegen de Russische strijdkrachten.
De K4 Deepstrike is bedoeld om doelen op grotere afstand aan te vallen, terwijl de Baton wordt ingezet voor het verzamelen van informatie en het observeren van gebieden. Daarmee vertegenwoordigen de twee toestellen verschillende onderdelen van de moderne droneoorlog.
Nederland heeft ruim 135 miljoen euro vrijgemaakt voor het gezamenlijke droneproject. De Nederlandse overheid financiert de productie en doneert de systemen vervolgens aan Oekraïne.
Defensie verwachtte bij de ondertekening dat de productie nog in 2026 zou beginnen. Het exacte productievolume en de leveringsplanning zijn niet openbaar gemaakt. Wel is duidelijk dat de samenwerking verder gaat dan het simpelweg aankopen van bestaande drones: Oekraïense technologie wordt gecombineerd met Nederlandse industriële productiecapaciteit.
Ook onbemande rupsvoertuigen voor het slagveld
Naast vliegende drones worden in Born ook onbemande grondvoertuigen geproduceerd. Een van de belangrijkste projecten is de THeMIS van het Estse defensiebedrijf Milrem Robotics. Dit voertuig rijdt op rupsbanden en kan op afstand worden bestuurd, waardoor militairen niet zelf achter het stuur hoeven plaats te nemen.
De THeMIS is ontworpen voor uiteenlopende taken op het slagveld. Het voertuig kan voorraden, munitie en andere materialen vervoeren, maar ook worden ingezet om gewonde militairen uit gevaarlijke gebieden te evacueren.
Vooral dat laatste is belangrijk in Oekraïne, waar het ophalen van gewonden onder vijandelijk vuur levensgevaarlijk kan zijn. Door onbemande voertuigen in te zetten, kunnen militairen worden ondersteund zonder dat voor iedere transportbeweging extra personeel aan dezelfde risico's wordt blootgesteld.
In juni 2026 openden Milrem Robotics en VDL Defentec officieel een productielijn voor de THeMIS in Born. Tijdens de opening werden de eerste in Nederland vervaardigde voertuigen overgedragen aan de Nederlandse overheid, die ze vervolgens beschikbaar stelt aan Oekraïne.
De productielijn ondersteunt een door Nederland gefinancierde levering van meer dan honderd onbemande grondvoertuigen. Volgens de betrokken bedrijven is de assemblage zo ingericht dat de productie relatief snel kan worden uitgebreid wanneer de vraag verder stijgt.
Batterijen en andere militaire technologie
Ook batterijsystemen spelen een belangrijke rol bij de nieuwe activiteiten in Born. Het bedrijf Tulip Tech is betrokken bij de productie van batterijen voor militaire toepassingen, waaronder systemen die worden gebruikt in drones en andere onbemande apparatuur.
De beschikbaarheid van betrouwbare energievoorzieningen is essentieel voor moderne militaire technologie. Drones moeten langdurig kunnen vliegen of opereren, terwijl onbemande voertuigen onder uiteenlopende omstandigheden moeten blijven functioneren.
Door de productie van verschillende onderdelen op één industriële locatie samen te brengen, willen VDL en Defensie de samenwerking tussen fabrikanten verbeteren. Dat kan de ontwikkeling, assemblage en levering van nieuwe systemen versnellen.
De locatie in Born krijgt daarmee een bredere functie dan uitsluitend de productie van drones. Het terrein ontwikkelt zich tot een industrieel centrum waar meerdere vormen van defensietechnologie worden vervaardigd en getest.
Koning Willem-Alexander bezoekt nieuwe productielijnen
Dat de omschakeling van VDL Nedcar ook nationaal veel aandacht krijgt, bleek in juni 2026. Koning Willem-Alexander bracht toen een werkbezoek aan de fabriek in Born om zich te laten informeren over de nieuwe defensieactiviteiten.
Tijdens het bezoek sprak de koning met de directie van VDL over de samenwerking met Defensie en de veranderingen in het productieproces. Vervolgens bezocht hij de productielijnen voor batterijpakketten, drones en onbemande voertuigen.
Ook werd gesproken over de beschikbaarheid van technisch personeel en de mogelijkheden om bestaande industriële kennis opnieuw te benutten. De omschakeling van een autofabriek naar een productielocatie voor defensiematerieel vraagt immers om andere producten en technieken, maar veel kennis van assemblage, logistiek en kwaliteitscontrole blijft bruikbaar.
Nieuwe werkgelegenheid, maar ook zorgen
De nieuwe activiteiten bieden kansen voor de werkgelegenheid in Limburg. Met de komst van defensiebedrijven kunnen opnieuw technische arbeidsplaatsen ontstaan en krijgen voormalige medewerkers van VDL Nedcar mogelijkheden om hun ervaring in te zetten.
Hoeveel banen uiteindelijk worden gecreëerd, hangt af van de omvang van de opdrachten en de verdere uitbreiding van de productie. De nieuwe defensieactiviteiten betekenen bovendien niet dat alle verdwenen arbeidsplaatsen uit de voormalige autoproductie automatisch terugkeren.
De veranderingen roepen daarnaast vragen op bij omwonenden. Tijdens een informatiebijeenkomst in juni uitten bewoners zorgen over de veiligheid van het terrein en de mogelijke gevolgen van de productie van militair materieel voor de omgeving.
Sommige bewoners vrezen dat een fabriek die onderdelen en systemen voor Oekraïne produceert, aantrekkelijker kan worden als doelwit voor sabotage of andere vormen van dreiging. VDL heeft aangegeven samen te werken met Defensie en gespecialiseerde partijen om veiligheidsrisico's te beoordelen en waar mogelijk te beperken.
Ook de vergunningverlening vraagt aandacht. De provincie Limburg verlengde in juli een tijdelijke gedoogregeling waardoor VDL de defensieproductie kon voortzetten terwijl aan een aangepaste vergunning werd gewerkt. Volgens de provincie speelde het nationale en Europese veiligheidsbelang daarbij een belangrijke rol.
Van personenauto's naar een nieuwe industriële toekomst
De transformatie van VDL Nedcar laat zien hoe ingrijpend de Europese industrie verandert onder invloed van de oorlog in Oekraïne. Waar de fabriek jarenlang afhankelijk was van opdrachten uit de internationale auto-industrie, wordt nu een deel van de capaciteit gebruikt voor militaire technologie.
De bestaande fabriekshallen, technische voorzieningen en kennis van industriële productie maken het mogelijk om sneller materieel te bouwen dan wanneer alle voorzieningen vanaf de grond zouden moeten worden ontwikkeld.
Voor Nederland betekent de locatie in Born extra productiecapaciteit op eigen grondgebied. Voor Oekraïne betekent het toegang tot in Nederland geproduceerde drones, batterijen en onbemande voertuigen die kunnen worden ingezet bij de verdediging tegen Rusland.
De voormalige autofabriek heeft daarmee een opvallende nieuwe functie gekregen. Waar vroeger de personenauto's van Mini, Mitsubishi en Volvo de fabriek verlieten, worden nu militaire systemen gebouwd die duizenden kilometers verderop een rol spelen in de oorlog in Oekraïne.




Reacties
Er zijn nog geen goedgekeurde reacties.