ARNHEM, 8 juni 2026 – De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de minister van Asiel en Migratie een asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen. Volgens de rechtbank is Bulgarije verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag op basis van de Dublinverordening.
De uitspraak gaat over een asielzoeker die op 27 september 2024 in Nederland een aanvraag indiende voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nederland diende daarop een terugnameverzoek in bij Bulgarije. Dat verzoek werd door Bulgarije aanvaard.
Derde beoordeling van dezelfde zaak
De zaak lag al eerder bij de rechter. Twee eerdere besluiten van de minister werden vernietigd, omdat volgens de rechtbank onvoldoende was gemotiveerd waarom Nederland nog mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije.
In het nieuwste besluit van 2 december 2025 verwees de minister opnieuw naar Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat. De asielzoeker stelde dat eerst een nieuw voornemen had moeten worden uitgebracht en dat hij aanvullend had moeten worden gehoord.
Geen nieuw gehoor nodig
De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechter was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een nieuw voornemen noodzakelijk maakten. Ook het tijdsverloop was onvoldoende reden voor een aanvullend gehoor.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende was ingegaan op rapporten over de opvangsituatie in Bulgarije, waaronder het AIDA-rapport en het Matteo-rapport. De problemen in Bulgarije zijn volgens de rechtbank niet ernstig genoeg om overdracht onmogelijk te maken.
Beroep ongegrond verklaard
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Daarmee blijft het besluit van de minister in stand en hoeft Nederland de asielaanvraag niet inhoudelijk te behandelen. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







