ROTTERDAM, 30 juli 2026 – Een gezin uit de regio Rotterdam moet de huurwoning definitief verlaten, ondanks een ingesteld hoger beroep. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft in een kort geding geoordeeld dat de eerdere veroordeling tot ontruiming direct mag worden uitgevoerd door verhuurder Stichting Maasdelta Groep. De huisuitzetting is het gevolg van een politie-inval in februari 2025 waarbij verdovende middelen en attributen voor drugshandel werden gevonden, gevolgd door een bomaanslag bij de woning op 2 april 2025. Beide incidenten houden verband met de betrokkenheid van de oudste zoon van het gezin bij de drugshandel.
Hoger beroep biedt geen uitstel
Eerder oordeelde de rechter op 20 maart 2026 al dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was ontbonden en dat de bewoners het pand binnen veertien dagen moesten verlaten. De huurders spanden daarop een executiegeschil aan om de ontruiming te pauzeren totdat het gerechtshof in hoger beroep een definitieve uitspraak heeft gedaan. Zij gaven aan te vrezen voor dakloosheid, het verlies van werk en het in gevaar komen van een wettelijk schuldsaneringstraject (WSNP).
Veiligheid weegt zwaarder dan woonbelang
De kantonrechter heeft de eis van de huurders afgewezen. Bij de beoordeling is een belangenafweging gemaakt, waarbij het belang van de woningbouwcorporatie zwaarder werd gewogen dan het woonbelang van het gezin. De rechter stelt dat het belang van Maasdelta om de bewoning te beรซindigen evident en urgent is vanwege de drugsgerelateerde voorvallen. Hoewel de oudste zoon al jaren niet meer in de woning verblijft, acht de rechter het gevaar op herhaling niet geweken. In het criminele circuit deinst men er immers niet voor terug om familieleden van betrokkenen onder druk te zetten middels aanslagen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


