AMSTERDAM, 22 april 2026 – Het gerechtshof Amsterdam heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden voor grootschalige oplichting met cryptovaluta en gewoontewitwassen. De zaak draaide om een beleggingsconstructie waarbij ongeveer 140 mensen geld inlegden voor zogenoemde daghandel in cryptomunten.
Volgens het hof ging het om een totaalbedrag van ruim 5,6 miljoen euro. De man presenteerde zich met zijn onderneming als een betrouwbare partij die ervaring had met handel in cryptovaluta. Inleggers kregen voorgespiegeld dat hun geld zou worden gebruikt voor de aankoop en verkoop van cryptomunten. Ook werd gesproken over hoge rendementen.
Geld niet volledig belegd in crypto
Uit het onderzoek bleek volgens het hof dat slechts een beperkt deel van de ingelegde bedragen daadwerkelijk werd gebruikt voor de aankoop van cryptovaluta. Een aanzienlijk deel van het geld werd aangewend voor privé-uitgaven, overboekingen naar privérekeningen en betalingen aan derden.
De FIOD stelde vast dat van de miljoenen aan inleg minder dan zeven ton aan cryptovaluta werd aangekocht. Ook bleek dat na 8 mei 2018 geen nieuwe cryptomunten meer werden gekocht, terwijl daarna nog miljoenen euro’s van inleggers binnenkwamen. Het hof nam over dat rendementen en terugbetalingen mede werden voldaan uit geld van andere investeerders.
Listige kunstgrepen en valse voorstellingen
Het hof oordeelde dat de verdachte zich bediende van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels. Via onder meer een website en persoonlijke contacten werd bij beleggers de indruk gewekt dat sprake was van een professionele en betrouwbare beleggingsmaatschappij.
In werkelijkheid was er volgens het hof geen sprake van de voorgespiegelde jarenlange ervaring. Ook waren de beloften over dagelijks rendement en beperkt risico niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Beleggers werden daardoor bewogen geld over te maken.
Het hof sprak de man op onderdelen vrij, onder meer van medeplegen. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking met anderen bij de oplichting of het witwassen.
Straf lager door lange duur procedure
Het gerechtshof achtte in beginsel een gevangenisstraf van achttien maanden passend. Die straf werd verlaagd naar vijftien maanden, omdat de redelijke termijn in de strafprocedure was overschreden. De zaak begon in 2018 en werd in hoger beroep pas op 20 april 2026 afgerond.
Naast de celstraf legde het hof een beroepsverbod van vijf jaar op. De man mag in die periode niet werken als bestuurder van vennootschappen, beleggingsadviseur, vermogensbeheerder of handelaar in financiële producten, waaronder cryptovaluta.
Bitcoins verbeurd verklaard
Ook verklaarde het hof twee in beslag genomen bitcoinbedragen verbeurd. Het gaat om 0,83 bitcoin en 0,07 bitcoin. Volgens het hof waren deze voorwerpen geheel of grotendeels verkregen door de bewezenverklaarde feiten.
De vorderingen van benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte en de betrokken rechtspersoon zijn failliet verklaard. Volgens het hof moeten de vorderingen daarom in die faillissementen aan de orde komen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
