DEN HAAG, 6 juli 2026 – Het kabinet werkt aan een nieuwe aanpak om de overlast door uitheemse rivierkreeften in Nederlandse wateren beter te beheersen. De rode Amerikaanse rivierkreeft en andere invasieve soorten zorgen volgens het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) steeds vaker voor problemen in sloten, beken, plassen en polders.
De dieren woelen bodems om, graven in oevers en verstoren ecosystemen. Daardoor komen waterkwaliteit, biodiversiteit en de stabiliteit van oevers onder druk te staan. Vooral waterschappen en provincies signaleren dat de massale aanwezigheid van de rivierkreeften het halen van doelen voor de Kaderrichtlijn Water kan bemoeilijken.
Volgens het kabinet is er geen eenvoudige landelijke maatregel die overal werkt. De dieren zijn wijdverspreid, planten zich snel voort en keren na wegvangacties vaak terug wanneer aanvullende maatregelen uitblijven. De aanpak moet daarom per gebied worden bepaald.
Toont het percentage van het totale watersysteem dat in eigendom is van het waterschap.
Toont het percentage van de Kaderrichtlijn Water (KRW) waterlichamen in eigendom van het waterschap.
Toont het percentage van de wateren binnen Natura 2000-gebieden in eigendom van het waterschap.
Wegvangen alleen geen structurele oplossing
Het kabinet ziet wegvangen niet als zelfstandige oplossing. Volgens de Unie van Waterschappen kunnen de kosten van alleen grootschalig vangen oplopen tot tientallen tot honderden miljoenen euroโs per jaar. Daar komt bij dat open watersystemen vaak opnieuw worden bevolkt, omdat rivierkreeften zich via watergangen gemakkelijk verspreiden.
Toch blijft wegvangen onderdeel van de gereedschapskist. Het kan volgens het kabinet zinvol zijn in kleinere of minder open watersystemen, vooral wanneer het wordt gecombineerd met andere maatregelen. Daarbij wordt gedacht aan natuurvriendelijke oevers, verbetering van de waterkwaliteit, herstel van ecosystemen en de inzet of terugkeer van natuurlijke predatoren.
De staatssecretaris van LVVN werkt aan regels waarmee waterschappen structureel uitheemse rivierkreeften kunnen vangen met selectieve vistuigen. Die moeten wetenschappelijk zijn getest, geschikt zijn voor grootschalige vangst en geen bijvangst van andere soorten veroorzaken. De regelgeving wordt naar verwachting medio 2027 van kracht.
Selectieve vistuigen en minder bijvangst
Vanaf dat moment kunnen waterschappen twee eerder ontwikkelde en geteste selectieve rivierkreeftvistuigen gebruiken. Zij mogen ook andere partijen inhuren, zoals beroepsvissers, muskusratbestrijders of sportvisserijverenigingen.
Daarnaast loopt onderzoek naar aanpassing van bestaande beroepsvistuigen, zoals fuiken, kubben en korven. Die veroorzaken nu bij grootschalige inzet risico op bijvangst van vissen en andere dieren. Alleen wanneer duidelijk is dat zulke vistuigen zonder schadelijke bijvangst kunnen worden gebruikt, kunnen ze mogelijk in de regelgeving worden opgenomen.
Handhaving blijft daarbij een aandachtspunt. Het kabinet wil voorkomen dat illegaal gebruik van fuiken moeilijker te onderscheiden wordt van toegestane vangst.
Visrechten vormen knelpunt
Een belangrijk obstakel bij de aanpak is de versnipperde verdeling van visrechten. Voor het wegvangen van uitheemse rivierkreeften moet de uitvoerende partij visrechthebbende zijn of toestemming hebben van de visrechthebbende. Ook kan toestemming nodig zijn van de eigenaar van omliggende oevers om het water te kunnen betreden.
Uit een landelijke inventarisatie blijkt dat waterschappen weliswaar verantwoordelijk zijn voor het beheer van een groot deel van het watersysteem, maar lang niet altijd eigenaar zijn van het water. Het eigendom, en daarmee vaak ook het visrecht, ligt regelmatig bij gemeenten, provincies, terreinbeherende organisaties of andere partijen.
De inventarisatie laat zien dat waterschappen tussen 7 en 80 procent van het watersysteem in hun gebied in eigendom hebben. Binnen water dat wel eigendom is van waterschappen, ligt het schaaldiervisrecht vaak bij het waterschap zelf. Bij de meeste waterschappen gaat het om 75 tot 100 procent. In sommige gebieden is het recht echter uitgegeven aan derden, vooral aan sportvisserij. Beroepsvisserij heeft volgens het onderzoek meestal geen of een beperkt aandeel in de schaaldiervisrechten, met uitzondering van waterschap Rivierenland.
Convenant moet toestemming eenvoudiger maken
Omdat toestemming vaak van andere overheden of organisaties moet komen, wil het kabinet inzetten op een bestuurlijk convenant. Daarin moeten betrokken partijen zich committeren om toestemming te verlenen wanneer waterbeheerders in een bepaald gebied uitheemse rivierkreeften willen wegvangen.
Met zoโn convenant kan de uitvoeringslast worden beperkt zonder dat direct wetgeving hoeft te worden aangepast. Ook partijen die visrechten huren, zoals de Sportvisunie, kunnen worden betrokken. Zij hebben volgens de Kamerbrief aangegeven visrecht beschikbaar te willen stellen wanneer dat nodig is voor maatregelen tegen uitheemse rivierkreeften.
Als het convenant onvoldoende oplossing biedt, kan later alsnog aanpassing van wet- en regelgeving worden overwogen.
Natuurvriendelijke oevers krijgen nadruk
Het kabinet geeft bij de aanpak van wijdverspreide invasieve exoten prioriteit aan maatregelen die ook bijdragen aan biodiversiteitsdoelen. Natuurvriendelijke oevers spelen daarin een belangrijke rol. Onderzoeken en een pilot van het Hoogheemraadschap van Rijnland wijzen erop dat zulke oevers kunnen helpen bij de beheersing van uitheemse rivierkreeften.
Natuurvriendelijke oevers verbeteren niet alleen de leefomgeving voor planten en dieren, maar kunnen ook bijdragen aan betere waterkwaliteit. Rijnland stimuleert de aanleg ervan met een subsidieregeling.
Geen extra rijksgeld beschikbaar
Nieuwe rijksmiddelen voor de aanpak zijn niet beschikbaar. Wanneer een waterbeheerder besluit dat wegvangen onderdeel wordt van een lokale beheersingsaanpak, komen de kosten voor rekening van die beheerder.
Waterschappen mogen inkomsten uit de watersysteemheffing inzetten voor verbetering van waterkwaliteit en oeverstabiliteit. Daaronder kunnen ook maatregelen tegen uitheemse rivierkreeften vallen, wanneer de dieren het halen van waterkwaliteitsdoelen in gevaar brengen.
Versnipperde informatie bemoeilijkt overzicht
De inventarisatie van schaaldiervisrechten laat ook zien dat een volledig landelijk overzicht nog niet haalbaar is. De beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens verschillen sterk per organisatie. Waterschappen beschikken vaak over deels gedigitaliseerde gegevens, terwijl provincies, gemeenten en terreinbeherende organisaties hun informatie minder volledig of minder toegankelijk hebben vastgelegd.
Voor drie gebieden is verdiepend onderzoek gedaan: Hoogheemraadschap Delfland, Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en Waterschap Rijn en IJssel. Daaruit blijkt dat gemeenten en terreinbeheerders een substantieel deel van het oppervlaktewater in eigendom hebben, maar dat de bijbehorende visrechtensituatie vaak onbekend of niet snel te achterhalen is.
Volgens het kabinet is die versnippering een praktische belemmering. De komende aanpak moet daarom niet alleen gaan over vangtechniek en ecologie, maar ook over toestemming, eigendom en samenwerking tussen overheden en andere waterpartijen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



