AMSTERDAM – Het Openbaar Ministerie heeft donderdag een werkstraf van 80 uur geëist tegen een 50-jarige man uit Amsterdam vanwege uitlatingen tijdens twee demonstraties. De helft van de werkstraf moet wat het OM betreft voorwaardelijk worden opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. De man wordt verdacht van het beledigen van twee politieagenten, groepsbelediging van Joden en het vergoelijken van internationale misdrijven.
De verdachte stond op donderdag 1 oktober terecht voor uitlatingen die hij deed tijdens demonstraties op 27 juli 2025 en 2 april 2026. Volgens het Openbaar Ministerie ging de man daarbij verder dan wat binnen de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht is toegestaan.
Agenten beledigd tijdens demonstratie
Tijdens een pro-Palestijnse demonstratie op 27 juli 2025 zou de Amsterdammer twee politieagenten hebben uitgescholden. Hij gebruikte daarbij onder meer de termen „politie fascisten”, „staatsterroristen” en „politie hoerenzonen”.
De agenten waren op dat moment aan het werk om de demonstratie te begeleiden. Volgens het OM kan kritiek op het optreden van de politie ver gaan, maar waren de uitlatingen in dit geval rechtstreeks beledigend voor de betrokken agenten.
De verdachte zou de woorden hebben gebruikt nadat volgens hem een andere demonstrant hardhandig was aangehouden. Het Openbaar Ministerie vindt dat geen rechtvaardiging voor de beledigingen.
Uitlatingen over Holocaust
De tweede zaak heeft betrekking op een demonstratie op de Dam op 2 april 2026, gericht tegen Israël en ter ondersteuning van Palestijnen. De verdachte deed daar uitlatingen die volgens het OM erop neerkwamen dat de nazi’s de vervolging en moord op Joden tijdens de Holocaust hadden moeten voltooien, zodat de staat Israël niet zou zijn ontstaan.
Het OM vervolgt de man voor groepsbelediging van Joden en het vergoelijken van internationale misdrijven. De officier van justitie vindt dat de verdachte met deze uitlatingen de grenzen van het demonstratierecht en de vrijheid van meningsuiting heeft overschreden.
Demonstratierecht biedt veel ruimte
De officier van justitie benadrukte tijdens de behandeling van de zaak dat demonstreren een fundamenteel recht is. Ook scherpe kritiek op regeringen en overheden en uitingen die als kwetsend, schokkend of verontrustend worden ervaren, kunnen volgens het OM binnen dat recht vallen.
Het Openbaar Ministerie zegt daarom terughoudend te zijn met strafrechtelijk optreden tegen uitlatingen tijdens demonstraties. Daarmee moet worden voorkomen dat mensen uit angst voor vervolging geen gebruik meer durven te maken van hun demonstratierecht.
Volgens de aanklager betekent die terughoudendheid echter niet dat iedere uitlating is toegestaan. Belediging, discriminatoire uitlatingen en het vergoelijken van ernstige internationale misdrijven kunnen volgens het OM strafbaar zijn.
Duizenden demonstraties in Amsterdam
In Amsterdam worden jaarlijks meer dan 3.000 demonstraties gehouden, meldt het Openbaar Ministerie. De politie heeft daarbij onder meer tot taak demonstranten te begeleiden, groepen van elkaar te scheiden wanneer spanningen oplopen en de veiligheid van deelnemers en omstanders te bewaken.
Volgens de officier van justitie waren de twee beledigde agenten tijdens de demonstratie van juli 2025 juist aanwezig om het protest mogelijk te maken en in goede banen te leiden.
De verdachte neemt volgens het OM regelmatig deel aan demonstraties tegen Israël en voor Palestijnen en is ook betrokken bij het organiseren daarvan. Het Openbaar Ministerie benadrukte dat demonstreren tegen Israël of steun uitspreken voor Palestijnen op zichzelf geen strafbaar feit is. De strafzaak draait om de specifieke uitlatingen die de man tijdens de twee demonstraties zou hebben gedaan.
OM wil deels voorwaardelijke straf
De officier van justitie eiste uiteindelijk een werkstraf van 80 uur. Daarvan moet 40 uur voorwaardelijk zijn. Aan het voorwaardelijke deel wil het OM een proeftijd van twee jaar verbinden.
Met het voorwaardelijke deel van de straf wil het Openbaar Ministerie volgens de aanklager voorkomen dat de verdachte tijdens toekomstige demonstraties opnieuw strafbare uitlatingen doet.
De man is met de strafeis nog niet veroordeeld. De rechtbank moet beoordelen of de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en welke straf eventueel passend is.
De rechtbank doet naar verwachting over twee weken uitspraak.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


