ROTTERDAM – Het kabinet gaat een nationale database ontwikkelen waarmee ongewenste drones boven Nederland sneller kunnen worden opgespoord en herkend. De eerste praktijkproef begint nog voor het einde van 2026 in de haven van Rotterdam. Met behulp van radar, camera's, geluidssensoren en detectie van radiofrequenties willen overheid en bedrijfsleven een beter beeld krijgen van het droneverkeer. De aanpak volgt op verschillende incidenten in 2025 waarbij ongeautoriseerde drones werden waargenomen bij onder meer militaire vliegbases en Eindhoven Airport. Uiteindelijk moet het systeem ook worden ingezet rond Schiphol, de Noordzee en andere locaties die van groot belang zijn voor de nationale veiligheid.

Volgens het kabinet wordt het Nederlandse luchtruim steeds intensiever gebruikt door drones. Deze onbemande luchtvaartuigen bieden belangrijke voordelen, bijvoorbeeld bij het inspecteren van bruggen en sluizen, het controleren van infrastructuur en het ondersteunen van hulpdiensten. Tegelijkertijd neemt de noodzaak toe om onderscheid te kunnen maken tussen toegestane dronevluchten en toestellen die zonder toestemming in gevoelige gebieden opereren.

Momenteel beschikken verschillende overheidsinstanties en particuliere organisaties over eigen systemen om drones te detecteren. De verzamelde informatie is echter versnipperd, waardoor een volledig landelijk overzicht ontbreekt. Met de nieuwe database wil het kabinet deze gegevens samenbrengen, zodat sneller kan worden vastgesteld waar drones vliegen en of sprake is van ongeautoriseerd gebruik.

Rotterdamse haven wordt eerste testgebied

De haven van Rotterdam is aangewezen als eerste locatie voor de praktijkproef. In het uitgestrekte havengebied bevinden zich belangrijke logistieke voorzieningen, industriële installaties en infrastructuur die van groot economisch belang zijn voor Nederland.

Tijdens de proef gaan bedrijven en overheidsinstanties verschillende technieken combineren om drones te herkennen en te volgen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar detectie op basis van radiofrequenties, geluid, camerabeelden en radar.

Door informatie uit verschillende systemen met elkaar te verbinden, moet een nauwkeuriger beeld ontstaan van alle dronebewegingen in het havengebied. De betrokken partijen onderzoeken bovendien hoe zij de verzamelde gegevens effectief kunnen uitwisselen.

Ook wordt ervaring opgedaan met het Europese U-space-systeem. Dit systeem is bedoeld om droneverkeer veilig te organiseren en te begeleiden. Het kan daarnaast helpen om onderscheid te maken tussen drones die rechtmatig opereren en toestellen die mogelijk een veiligheidsrisico vormen.

Drones worden overigens al op verschillende manieren ingezet in de Rotterdamse haven. Ze ondersteunen beveiligingscontroles, vervoeren bepaalde materialen, inspecteren infrastructuur en kunnen bij branden of andere incidenten snel worden ingezet om de situatie vanuit de lucht te beoordelen.

Schiphol in 2027 en Noordzee in 2028

De Rotterdamse proef vormt het begin van een landelijke ontwikkeling. Het kabinet wil het systeem de komende jaren stapsgewijs uitbreiden naar andere gebieden waar droneverkeer gevolgen kan hebben voor de veiligheid.

Volgens de huidige planning wordt Schiphol in 2027 aan de database toegevoegd. In 2028 moet het systeem worden uitgebreid naar de Noordzee, inclusief de vitale infrastructuur die zich daar bevindt. Daarbij kan worden gedacht aan belangrijke energievoorzieningen en andere installaties die essentieel zijn voor de Nederlandse samenleving.

Richting 2030 moeten ook andere publieke en private voorzieningen van vitaal belang onder het landelijke systeem gaan vallen.

De uitbreiding moet ervoor zorgen dat betrokken organisaties niet langer uitsluitend afhankelijk zijn van hun eigen detectiemiddelen, maar gebruik kunnen maken van een gezamenlijk overzicht.

Incidenten bij militaire vliegbases aanleiding voor maatregelen

De plannen komen voort uit zorgen over ongeautoriseerd dronegebruik. In 2025 deden zich binnen korte tijd meerdere incidenten voor waarbij drones werden gesignaleerd op plaatsen waar zij niet zonder toestemming mochten vliegen. Onder meer militaire vliegbases van Defensie en Eindhoven Airport kregen hiermee te maken.

Het vorige kabinet richtte daarop een speciale taskforce op om de aanpak van dergelijke incidenten te versterken.

Volgens de regering zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat de dreiging van drones voor de nationale veiligheid daadwerkelijk is toegenomen. Wel wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat de situatie in de toekomst verandert.

Daarom wil het kabinet nu investeren in betere detectie, informatie-uitwisseling en samenwerking tussen betrokken instanties.

Naast de ontwikkeling van de database is in het derde kwartaal van 2026 een Nationaal Expertisecentrum gestart. Organisaties die verantwoordelijk zijn voor belangrijke infrastructuur en voorzieningen kunnen daar terecht met vragen over droneveiligheid en mogelijke beschermingsmaatregelen.

Nieuwe mogelijkheden voor Nederlandse dronesector

Het kabinet benadrukt dat de maatregelen niet uitsluitend bedoeld zijn om ongewenste drones tegen te houden. De ontwikkeling van betrouwbare detectiesystemen moet ook bijdragen aan de verdere groei van de Nederlandse dronesector.

Drones worden steeds vaker gebruikt voor werkzaamheden die anders gevaarlijk, tijdrovend of kostbaar zijn. Voorbeelden zijn de inspectie van dijken en bruggen, het controleren van moeilijk bereikbare installaties en medisch transport tussen ziekenhuizen.

Om deze ontwikkelingen te stimuleren werkt het kabinet aan een Strategische Agenda Onbemande Luchtvaart. Daarin wordt vastgelegd hoe Nederland de mogelijkheden van dronetechnologie beter kan benutten en welke stappen nodig zijn om de sector verder te ontwikkelen.

In de eerste helft van 2027 moet bovendien een Nationale Drone Top plaatsvinden. Tijdens deze bijeenkomst worden overheden, bedrijven en andere betrokken organisaties samengebracht om kennis uit te wisselen en de samenwerking te versterken.

Met de praktijkproef in Rotterdam zet het kabinet de eerste stap naar een landelijk systeem dat droneverkeer beter zichtbaar moet maken. De komende jaren moet blijken hoe effectief de nieuwe technologieën zijn en in hoeverre de verzamelde gegevens kunnen bijdragen aan het sneller herkennen en aanpakken van ongewenste drones.