DEN BOSCH – De rechtbank in Den Bosch heeft een man veroordeeld tot 80 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens het verrichten van seksuele handelingen met een paard en het vernielen van twee personenauto's in Oss. De verdachte werd op 23 september 2024 door de eigenaresse van het paard naakt aangetroffen in een stal, achter het dier. Uit uitgebreid forensisch onderzoek bleek dat DNA van de man in de anus van het paard aanwezig was. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte het dier seksueel heeft misbruikt. Van de afzonderlijke aanklacht wegens dierenmishandeling werd hij vrijgesproken, omdat niet kon worden vastgesteld dat het paard daadwerkelijk pijn of letsel had opgelopen of in zijn welzijn was benadeeld.

Het vonnis werd vrijdag 6 november 2026 uitgesproken. Naast de taakstraf en de voorwaardelijke gevangenisstraf moet de man 750 euro smartengeld betalen aan de eigenaresse van het paard. Ook werd de olie die bij het misbruik was gebruikt verbeurdverklaard.

Eigenaresse treft verdachte naakt aan in paardenstal

De gebeurtenissen speelden zich af op 23 september 2024 in Oss. De eigenaresse van het paard ontdekte de verdachte naakt in de stal. Hij bevond zich achter het dier en stond met zijn gezicht naar het paard gericht.

Volgens de rechtbank had de man de achterzijde van het paard met olie ingesmeerd en vervolgens seksuele handelingen met het dier verricht. Daarbij bracht hij zijn geslachtsorgaan in de anus van het paard.

De ontdekking had grote gevolgen voor de eigenaresse. Zij werd onverwacht geconfronteerd met het seksuele misbruik van haar dier en ervoer daardoor hevige gevoelens van angst, geschoktheid en onveiligheid.

Na de ontdekking werd een dierenarts ingeschakeld om het paard te onderzoeken en mogelijke sporen veilig te stellen. De resultaten van dat onderzoek speelden uiteindelijk een doorslaggevende rol bij de bewezenverklaring.

DNA meer dan miljard keer waarschijnlijker afkomstig van verdachte

Tijdens de rechtszaak ontstond discussie over de betrouwbaarheid van het forensische onderzoek. De verdediging stelde dat de monsters bij het paard niet volgens de juiste procedures waren afgenomen en daarom niet voor het bewijs mochten worden gebruikt.

De dierenarts had aanvankelijk zelfstandig drie monsters afgenomen met steriele medische wattenstaafjes. Zij deed dit voordat de forensische recherche arriveerde, omdat zij verwachtte dat het paard mogelijk snel ontlasting zou hebben. Daardoor konden belangrijke sporen verloren gaan of worden aangetast.

Nadat de politie ter plaatse was gekomen, nam de dierenarts onder toezicht van forensische onderzoekers nog negen monsters af. Hiervoor werd een speciale zedenset gebruikt die normaal gesproken bij mensen wordt ingezet.

De rechtbank verwierp het bezwaar van de verdediging. Volgens de rechters was de dierenarts voldoende deskundig, onder meer vanwege haar specialisatie in paarden. Bovendien had zij zorgvuldig gehandeld door steriele materialen te gebruiken en rekening te houden met het risico dat sporen verloren zouden gaan.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht vervolgens het veiliggestelde materiaal. Bij twee bemonsteringen, waaronder een monster uit de anus van het paard, werd een DNA-profiel aangetroffen dat meer dan één miljard keer waarschijnlijker was onder de hypothese dat het DNA afkomstig was van de verdachte dan onder de hypothese dat het afkomstig was van een willekeurige onbekende persoon.

Ook werden verschillende monsters onderzocht op de aanwezigheid van humaan prostaatspecifiek antigeen, een stof die in hoge concentraties voorkomt in spermavloeistof. De tests waren onder meer positief bij monsters rondom de anus en aan de buitenkant van de peniskoker van het paard.

Een deskundige van het NFI verklaarde dat de test specifiek op menselijk prostaatspecifiek antigeen reageert en dat het feit dat de monsters bij een paard waren afgenomen geen vals-positieve uitslag veroorzaakt.

De rechtbank concludeerde op basis van de gecombineerde onderzoeksresultaten dat DNA van de verdachte in de anus van het dier was aangetroffen en dat zich rondom de anus en de peniskoker menselijke spermavloeistof bevond.

Geen verklaring voor aanwezigheid DNA

De verdachte gaf volgens de rechtbank geen verklaring voor zijn aanwezigheid in de stal of voor het aantreffen van zijn DNA in de anus van het paard.

Ook het strafdossier bood geen aanknopingspunten voor een andere verklaring. In combinatie met de waarneming van de eigenaresse vond de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat de man seksuele handelingen met het dier had verricht.

Dat leidde echter niet automatisch tot een veroordeling voor dierenmishandeling. De verdachte was ook aangeklaagd omdat hij het paard pijn of letsel zou hebben toegebracht of het welzijn van het dier zou hebben benadeeld.

De officier van justitie en de verdediging waren het erover eens dat daarvoor onvoldoende bewijs bestond. De rechtbank kwam tot dezelfde conclusie en sprak de verdachte van dit afzonderlijke feit vrij.

De vrijspraak betekent niet dat de seksuele handelingen niet hebben plaatsgevonden, maar uitsluitend dat de voor dierenmishandeling vereiste gevolgen niet voldoende bewezen konden worden.

Dag later twee auto's vernield

De verdachte stond daarnaast terecht voor vernielingen die op 24 september 2024, een dag na het incident met het paard, in Oss plaatsvonden.

Hij beschadigde twee personenauto's door met een mes meerdere autobanden lek te steken. Daarnaast sloeg hij met een plank een autoruit in.

Bij de politie bekende de verdachte deze vernielingen. De rechtbank achtte de feiten op basis van zijn verklaring en de overige bewijsmiddelen bewezen.

Volgens de rechters liet de man met zijn handelen zien geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen.

Geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf

De officier van justitie had een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand geëist, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank nam deze eis over.

Bij het bepalen van de straf hielden de rechters rekening met de ernst van de seksuele handelingen met het paard en de schade aan de auto's. De rechtbank benadrukte dat seksueel contact tussen mensen en dieren in strijd is met de goede zeden en maatschappelijke onrust en verontwaardiging veroorzaakt.

Tegelijkertijd werd gekeken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die in 2000 is geboren. Uit zijn justitiële documentatie bleek dat hij niet eerder voor vergelijkbare strafbare feiten met justitie in aanraking was gekomen.

Volgens de reclassering had de man inmiddels zijn woonsituatie en werk op orde. Hij kreeg begeleiding en was begonnen met een schuldhulpverleningstraject. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou volgens de reclassering waarschijnlijk betekenen dat hij zijn woning en baan zou verliezen.

De verdachte had overigens niet willen meewerken aan het opstellen van een volledig reclasseringsrapport. Daardoor kon geen uitgebreide analyse van zijn strafbare gedrag worden gemaakt.

De rechtbank vond uiteindelijk een taakstraf passend. Wanneer de man deze niet uitvoert, kan vervangende hechtenis van 40 dagen volgen.

Daarnaast geldt gedurende twee jaar een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Wanneer hij in die periode opnieuw een strafbaar feit pleegt, kan deze alsnog ten uitvoer worden gelegd.

De rechtbank constateerde ook dat de redelijke termijn voor de behandeling van de strafzaak was overschreden. Omdat die overschrijding beperkt was, leidde dit niet tot strafvermindering.

750 euro smartengeld voor eigenaresse paard

De eigenaresse van het paard had een schadevergoeding van 750 euro gevraagd vanwege de psychische gevolgen van de gebeurtenissen.

De verdediging vond dat deze vergoeding niet moest worden toegekend, omdat volgens haar onvoldoende was aangetoond dat sprake was van een juridisch relevante aantasting van de persoon.

De rechtbank wees de vordering echter volledig toe. Volgens de rechters was de confrontatie met het ernstige misbruik van haar paard zodanig ingrijpend dat de nadelige gevolgen voor de eigenaresse voor de hand lagen.

Daarbij hield de rechtbank er rekening mee dat een paard onder dergelijke omstandigheden als een betrekkelijk weerloos slachtoffer moet worden beschouwd.

De verdachte moet de vrouw 750 euro betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 september 2024. Ook legde de rechtbank een schadevergoedingsmaatregel op, waardoor de overheid de betaling kan innen.

Een andere benadeelde partij had vanwege de vernieling van een auto nog 250 euro aan immateriële schadevergoeding gevraagd. Die vordering werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat onvoldoende was onderbouwd dat sprake was van aantasting van de persoon. De materiële schade aan de auto was bovendien al door de verzekeraar vergoed.

Met het vonnis is de verdachte veroordeeld voor het seksueel misbruik van het paard en de vernieling van twee auto's. De rechtbank maakte daarbij een duidelijk onderscheid tussen het bewezen seksuele misbruik en de niet bewezen afzonderlijke aanklacht wegens dierenmishandeling.