DEN HAAG – Nederland verhoogt de defensie-uitgaven dit jaar aanzienlijk minder snel dan Europese landen die dichter bij Rusland liggen. Terwijl Polen en de Baltische staten hun militaire budgetten fors uitbreiden, blijft de Nederlandse stijging beperkt tot 5 à 8 procent. Tegelijkertijd dreigt Europa zijn eigen defensiedoelstellingen niet te halen. Volgens nieuw onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade kan het financiële tekort richting 2030 oplopen tot honderden miljarden euro's. Het grootste probleem is inmiddels niet alleen geld, maar vooral het gebrek aan fabrieken, productiecapaciteit en technisch personeel.

De Europese defensie-uitgaven zijn sinds de Russische invasie van Oekraïne sterk gestegen. Toch waarschuwt Allianz Trade dat de groei inmiddels aanzienlijk vertraagt, terwijl de veiligheidsdreiging en de vraag naar militair materieel onverminderd groot blijven.

Nederland behoort volgens het onderzoek tot de landen die relatief voorzichtig omgaan met de extra begrotingsruimte die Brussel beschikbaar stelt voor defensie. Dat is opvallend, omdat de steun onder de Nederlandse bevolking voor hogere defensie-uitgaven relatief groot is.

Nederland verhoogt defensiebudget met maximaal 8 procent

Volgens Allianz Trade stijgen de Nederlandse defensie-uitgaven in 2026 met ongeveer 5 tot 8 procent. Daarmee blijft Nederland duidelijk achter bij de Europese koplopers, die hun militaire budgetten in een veel hoger tempo uitbreiden.

Vooral landen die geografisch dicht bij Rusland liggen, investeren aanzienlijk meer in hun krijgsmacht. Nederland bevindt zich in de Europese middenmoot en moet volgens het onderzoek ook rekening houden met andere grote maatschappelijke uitgaven.

“Nederland verhoogt zijn defensiebudget, maar doet dat duidelijk voorzichtiger dan landen die dichter bij Rusland liggen”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade.

Volgens Geeroms staan overheden voor moeilijke keuzes. Naast defensie vragen ook andere beleidsterreinen om extra financiële middelen, waardoor de beschikbare begrotingsruimte moet worden verdeeld.

Europa dreigt defensiedoelstellingen niet te halen

De Europese defensie-uitgaven stijgen dit jaar naar verwachting tot 2,3 procent van het bruto binnenlands product. In 2025 was dat nog 2,2 procent.

Hoewel de uitgaven dus blijven toenemen, neemt het groeitempo volgens Allianz Trade snel af. In 2024 en 2025 stegen de budgetten nog met meer dan 20 procent per jaar. Voor 2026 wordt een groei van ongeveer 9 procent verwacht.

Wanneer deze ontwikkeling doorzet, komt Europa in 2030 volgens de onderzoekers uit op defensie-uitgaven van ongeveer 2,6 procent van het bbp.

Dat is minder dan de doelstelling van 3 procent waarmee Allianz Trade in zijn berekeningen rekening houdt. Het cumulatieve tekort loopt daardoor volgens het onderzoek op tot ongeveer 255 miljard euro.

Afgezet tegen de NAVO-doelstelling van 3,5 procent voor de belangrijkste militaire uitgaven wordt het verschil nog groter. Dan kan het tekort richting 2030 oplopen tot maar liefst 575 miljard euro.

Polen en Baltische staten investeren aanzienlijk meer

Binnen Europa ontstaan steeds grotere verschillen tussen de landen die hun defensie-uitgaven opvoeren.

Polen en de Baltische staten behoren tot de koplopers. Zij bewegen volgens Allianz Trade richting militaire uitgaven van 4,5 tot 5,5 procent van hun bruto binnenlands product.

Landen als Frankrijk, Italië, België, Tsjechië en Slovenië blijven volgens het onderzoek daarentegen onder 2,5 procent.

Nederland bevindt zich tussen deze groepen, maar laat een minder sterke budgetgroei zien dan de landen aan de oostgrens van Europa.

Volgens de onderzoekers speelt de geografische ligging een belangrijke rol. Landen die dichter bij Rusland liggen, ervaren de militaire dreiging doorgaans directer en investeren daarom sneller in hun verdediging.

Miljarden extra leveren niet automatisch meer wapens op

Het grootste probleem voor de Europese defensie-industrie verschuift volgens Allianz Trade van financiering naar productiecapaciteit.

Overheden kunnen weliswaar miljarden euro's beschikbaar stellen, maar dat betekent niet dat defensiebedrijven onmiddellijk meer tanks, raketten, drones en munitie kunnen produceren.

Nieuwe fabrieken bouwen kost jaren. Bovendien moeten bedrijven investeren in machines, gespecialiseerde productielijnen en goed opgeleid personeel.

“Je kunt miljarden extra op de begroting zetten, maar dan staat er morgen nog geen nieuwe fabriek voor raketten of munitie”, waarschuwt Geeroms.

Volgens hem groeien de politieke ambities inmiddels sneller dan de Europese defensie-industrie aankan. Daardoor dreigt een situatie waarin overheden wel geld beschikbaar hebben, maar onvoldoende materieel kunnen aanschaffen.

Orderboeken defensiebedrijven voller dan ooit

De vraag naar militair materieel is inmiddels uitzonderlijk groot.

Volgens Allianz Trade zijn de gezamenlijke orderportefeuilles van de tien grootste beursgenoteerde Europese defensiebedrijven opgelopen tot meer dan vijf keer hun jaarlijkse omzet.

Dat betekent dat deze ondernemingen voor meerdere jaren aan opdrachten hebben binnengehaald.

Toch houden de investeringen in extra productiecapaciteit geen gelijke tred met de groeiende vraag. De investeringsratio van de onderzochte bedrijven blijft steken rond 5 procent.

Defensiebedrijven zijn volgens de kredietverzekeraar terughoudend met het bouwen van nieuwe fabrieken zolang zij onvoldoende zekerheid hebben over toekomstige overheidsopdrachten.

Een nieuwe fabriek moet immers tientallen jaren rendabel kunnen blijven.

Defensiebedrijven vrezen hoge kosten

Naast de onzekerheid over toekomstige bestellingen hebben Europese defensiebedrijven te maken met stijgende kosten.

Hogere rente, duurdere grondstoffen en oplopende energieprijzen drukken op de winstgevendheid.

Volgens Allianz Trade is de gemiddelde nettowinstmarge van grote Europese defensiebedrijven gedaald van ongeveer 10 procent in 2025 naar circa 8 procent dit jaar.

Dat maakt omvangrijke investeringen in nieuwe fabrieken minder aantrekkelijk.

“Zo'n investering moet twintig of dertig jaar renderen. Een defensiebedrijf wil daarom weten of de huidige politieke beloftes ook over vijf of tien jaar nog overeind staan”, aldus Geeroms.

Zolang overheden die zekerheid onvoldoende bieden, zullen sommige bedrijven voorzichtig blijven met het uitbreiden van hun productie.

Europa koopt nog te veel als 27 afzonderlijke landen

Een ander belangrijk probleem is volgens het onderzoek de versnippering van Europese defensieaankopen.

De lidstaten van de Europese Unie kopen veel militaire systemen nog afzonderlijk in. Daardoor kiezen landen regelmatig voor verschillende voertuigen, wapensystemen en communicatietechnologieën.

Deze systemen zijn niet altijd eenvoudig met elkaar te combineren, wat gezamenlijke militaire operaties ingewikkelder kan maken.

Ook moeten onderdelen, onderhoud en opleidingen voor uiteenlopende systemen afzonderlijk worden georganiseerd.

Volgens Geeroms leidt deze werkwijze tot onnodig hoge kosten en inefficiëntie.

“Als Europa honderden miljarden extra aan defensie gaat besteden, moet daar één gezamenlijke strategie achter zitten. Anders kopen we vooral méér, maar worden we militair niet automatisch sterker.”

Groot tekort aan technisch personeel

Naast de beperkte productiecapaciteit vormt het tekort aan geschoolde medewerkers een steeds groter probleem.

De Europese defensie-industrie telt volgens Allianz Trade inmiddels ongeveer 650.000 tot 700.000 werknemers. Dat is 30 tot 40 procent meer dan in 2021.

In dezelfde periode stegen de militaire uitgaven echter met 75 procent en werden de orderportefeuilles meer dan twee keer zo groot.

De groei van het personeelsbestand blijft daardoor achter bij de toenemende vraag.

Vooral ingenieurs, technici en specialisten op het gebied van militaire elektronica, rakettechnologie en luchtverdediging zijn moeilijk te vinden.

De defensie-industrie moet bovendien concurreren met andere technologiebedrijven die eveneens goed opgeleid personeel zoeken.

Vooral drones en ruimtevaart kampen met personeelstekort

De grootste vraag naar nieuwe medewerkers doet zich voor bij moderne militaire technologie.

Volgens het onderzoek heeft 26 procent van de onderzochte openstaande vacatures betrekking op drones en onbemande vliegtuigen.

Ruimtevaarttechnologie is verantwoordelijk voor 16 procent van de vacatures. Nog eens 13 procent heeft betrekking op intelligence en surveillance, waaronder inlichtingenverzameling en bewaking.

Deze specialisaties spelen een steeds belangrijkere rol in moderne militaire conflicten.

De oorlog in Oekraïne heeft bijvoorbeeld duidelijk gemaakt hoe belangrijk drones, elektronische oorlogsvoering en realtime-inlichtingen voor de krijgsmacht zijn geworden.

Het opleiden van voldoende specialisten kost echter veel tijd.

“Geld kun je relatief snel beschikbaar stellen, vakmensen niet”, zegt Geeroms. Een gespecialiseerde ingenieur voor rakettechnologie of luchtverdediging is volgens hem niet binnen enkele maanden opgeleid.

Europese defensie-industrie staat voor grote uitdaging

Allianz Trade concludeert dat Europa voor een dubbele opgave staat. Niet alleen moeten overheden voldoende geld beschikbaar stellen, de defensie-industrie moet ook in staat zijn dit budget om te zetten in daadwerkelijk inzetbaar materieel.

Daarvoor zijn langdurige contracten, gezamenlijke Europese aankopen, investeringen in nieuwe productielijnen en de opleiding van technisch personeel noodzakelijk.

Volgens de kredietverzekeraar is vooral voorspelbaarheid van belang. Wanneer defensiebedrijven erop kunnen vertrouwen dat de hogere militaire uitgaven jarenlang worden volgehouden, wordt investeren in extra capaciteit aantrekkelijker.

Nederland zal keuzes moeten maken

Voor Nederland betekent het onderzoek dat een stijgend defensiebudget alleen niet voldoende is om de militaire slagkracht te vergroten.

Het kabinet zal volgens de analyse niet alleen moeten bepalen hoeveel extra geld naar defensie gaat, maar ook hoe dat geld doelmatig wordt besteed.

Daarbij spelen samenwerking met andere Europese landen, gezamenlijke aanschaf van wapensystemen en versterking van de Nederlandse defensie-industrie een belangrijke rol.

Ook het aantrekken en opleiden van technisch personeel zal de komende jaren steeds belangrijker worden.

De centrale conclusie van Allianz Trade is dat Europa financieel ambitieuzer is geworden, maar dat de industriële capaciteit onvoldoende snel meegroeit.

Zonder verdere uitbreiding van de productie dreigt Europa zijn defensiedoelstellingen voor 2030 te missen, zelfs wanneer overheden bereid zijn honderden miljarden euro's extra beschikbaar te stellen.