DEN BOSCH – Een eigenaresse van een schoonheidssalon in Amsterdam is door de rechtbank in Den Bosch veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens mensensmokkel. De vrouw, geboren in 1968, liet drie Braziliaanse vrouwen zonder rechtmatig verblijf in Nederland werken in haar onderneming en bood hun onderdak. Ook betaalde zij voor één van hen de vliegtickets vanuit Brazilië en gaf zij instructies om bij de paspoortcontrole te doen alsof zij als toerist naar Nederland kwam. Volgens de rechtbank handelde de salonhoudster bewust en uit financieel gewin. Een eerder opgelegde bestuurlijke boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen stond een strafrechtelijke veroordeling niet in de weg.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte gedurende een langere periode betrokken was bij het faciliteren van illegaal verblijf en dat zij van deze handelwijze een gewoonte had gemaakt. De vrouwen verrichtten werkzaamheden in haar schoonheidssalon, waar zij klanten behandelden. De verdachte betaalde hen contant en droeg geen belastingen of sociale premies voor hen af.
Vliegtickets betaald en toeristisch bezoek voorgewend
De strafzaak heeft betrekking op gebeurtenissen tussen september 2022 en november 2023 in Amsterdam en Almere. Een van de Braziliaanse vrouwen werd in mei 2023 door de verdachte geholpen om vanuit Brazilië naar Nederland te reizen.
De salonhoudster betaalde de vliegtickets en verstrekte een uitnodigingsmail waarin het bezoek als vakantie werd voorgesteld. Ook kreeg de vrouw volgens de rechtbank de instructie om bij aankomst te doen alsof zij uitsluitend voor een vakantie naar Nederland kwam.
Die verklaring kon zij vervolgens bij de paspoortcontrole gebruiken. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte wist dat de toegang tot Nederland onder deze omstandigheden wederrechtelijk was.
Dat oordeel werd onder meer gebaseerd op haar eigen verklaringen. De verdachte erkende dat zij voorafgaand aan de komst van de vrouw niet de benodigde vergunningen had geregeld, terwijl zij wist dat dit wel noodzakelijk was.
Ook had zij verklaard dat de Braziliaanse vrouw zonder arbeidscontract voor haar werkte omdat zij illegaal in Nederland verbleef.
Vrouwen sliepen in schoonheidssalon
Naast het organiseren van de reis bood de verdachte onderdak aan de drie Braziliaanse vrouwen. Eén van hen verbleef enkele dagen in haar woning in Almere en overnachtte daarnaast in de schoonheidssalon in Amsterdam.
De rechtbank baseerde deze vaststelling onder meer op verklaringen van betrokkenen en onderzoek naar de mobiele telefoon van de vrouw. Daaruit bleek dat haar toestel tussen 23 oktober en 4 november 2023 op 293 momenten verbinding had gemaakt met het wifinetwerk van de salon.
Opvallend was dat deze verbindingen niet uitsluitend tijdens normale werktijden plaatsvonden, maar ook gedurende de nacht en in de vroege ochtenduren. Volgens de rechtbank ondersteunde dit de conclusie dat de vrouw daadwerkelijk in het bedrijf overnachtte.
Ook de twee andere Braziliaanse vrouwen sliepen volgens het strafdossier in de schoonheidssalon. De eigenaresse was hiervan op de hoogte.
De verdediging stelde dat twee van de vrouwen al eerder in Nederland verbleven en dat de verdachte ervan uitging dat zij hier mochten zijn. De rechtbank verwierp dit verweer. De salonhoudster had namelijk zelf verklaard dat zij wist dat deze vrouwen illegaal in Nederland waren toen zij voor haar kwamen werken.
Financieel voordeel door contante betalingen
Een belangrijk onderdeel van de bewezenverklaring is het financiële voordeel dat de verdachte met de werkzaamheden behaalde.
De drie vrouwen werkten in de schoonheidssalon die de verdachte als eenmanszaak exploiteerde. Zij behandelden klanten van haar onderneming, waardoor de salonhoudster meer klanten kon bedienen en inkomsten kon genereren.
Bovendien werden de vrouwen contant betaald. De verdachte verklaarde dat zij nooit belastingen of sociale premies voor hen had afgedragen.
Volgens de rechtbank staat daarmee vast dat zij kosten bespaarde en financieel voordeel behaalde. De werkzaamheden waren dus niet uitsluitend bedoeld om de vrouwen aan onderdak of inkomsten te helpen, maar dienden ook haar eigen zakelijke belangen.
De rechtbank kwalificeert het structureel bieden van verblijf aan de vrouwen, gecombineerd met hun tewerkstelling en het oogmerk van financieel gewin, als mensensmokkel waarvan de verdachte een gewoonte had gemaakt.
Eerdere bestuurlijke boete verhinderde strafzaak niet
Tijdens de rechtszaak ontstond een juridische discussie over de vraag of de verdachte nog strafrechtelijk mocht worden vervolgd. Zij had namelijk al een bestuurlijke boete gekregen wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen.
Volgens haar advocaat betekende die eerdere bestraffing dat het Openbaar Ministerie niet opnieuw een procedure mocht beginnen over dezelfde gedragingen. De verdediging beriep zich daarbij op het beginsel dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden vervolgd of bestraft, ook bekend als het ne bis in idem-beginsel.
De rechtbank ging niet mee in deze redenering. Volgens de rechters beschermen de bepalingen uit de Wet arbeid vreemdelingen en de strafrechtelijke bepalingen over mensensmokkel verschillende rechtsbelangen.
De bestuurlijke boete richt zich op overtredingen van de regels rond het laten werken van buitenlandse werknemers. De strafrechtelijke vervolging ging daarentegen over het bewust faciliteren van wederrechtelijke toegang tot en verblijf in Nederland.
De rechtbank verwees daarbij naar eerdere rechtspraak van de Hoge Raad. Ook een recent arrest van 6 oktober 2026, dat door de verdediging was aangehaald, leidde niet tot een ander oordeel.
De rechters bepaalden wel dat bij de strafoplegging rekening moest worden gehouden met de gevolgen van beide procedures. De totale belasting voor de verdachte mocht niet onevenredig worden.
Daarvan was volgens de rechtbank bij de uiteindelijk opgelegde straf geen sprake.
Mensensmokkel kan kwetsbare mensen blootstellen aan misbruik
Bij de strafmaat benadrukte de rechtbank de ernst van mensensmokkel. Volgens de rechters wordt door dergelijke praktijken het Nederlandse en Europese beleid tegen illegale toegang en illegaal verblijf ondermijnd.
Daarnaast draagt mensensmokkel bij aan het voortbestaan van een illegaal circuit waarin kwetsbare mensen gemakkelijk slachtoffer kunnen worden van uitbuiting en misbruik.
De rechtbank hield tegelijkertijd rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit haar justitiële documentatie bleek dat zij niet eerder met justitie in aanraking was gekomen. Ook had zij de feiten grotendeels bekend en erkend dat zij verkeerd had gehandeld.
Voor de eerder opgelegde bestuurlijke boete was inmiddels een betalingsregeling getroffen.
Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting kan mensensmokkel aanleiding geven tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde persoon. De rechtbank vond een dergelijke gevangenisstraf in deze zaak echter niet passend.
De officier van justitie had een taakstraf van 160 uur geëist. De verdediging had verzocht om een volledig voorwaardelijke taakstraf, mede vanwege de eerdere bestuurlijke boete.
Voorwaardelijke gevangenisstraf als waarschuwing
De rechtbank besloot uiteindelijk een onvoorwaardelijke taakstraf van 160 uur op te leggen. Wanneer de verdachte deze niet uitvoert, kan vervangende hechtenis van 80 dagen volgen. De tijd die zij eerder in verzekering heeft doorgebracht, wordt volgens de gebruikelijke berekening op de taakstraf in mindering gebracht.
Daarnaast kreeg de vrouw een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaar.
Deze extra straf werd opgelegd omdat de verdachte gedurende langere tijd mensensmokkel had gefaciliteerd en daarvan een gewoonte had gemaakt. Ook woog mee dat zij nog altijd eigenaresse was van een schoonheidssalon.
Wanneer zij tijdens de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt, kan de voorwaardelijke gevangenisstraf alsnog ten uitvoer worden gelegd.
Braziliaanse vrouwen eisen ruim 14.000 euro schadevergoeding
Twee van de Braziliaanse vrouwen hadden zich in de strafzaak als benadeelde partij gevoegd. Zij vroegen gezamenlijk 14.136,90 euro aan schadevergoeding.
De eerste vrouw vorderde 8.000 euro, bestaande uit 3.000 euro aan gemiste inkomsten en 5.000 euro aan immateriële schade. De tweede vrouw vroeg 6.136,90 euro, waarvan 1.136,90 euro betrekking had op achterstallige inkomsten en eveneens 5.000 euro op immateriële schade.
De officier van justitie vond dat de materiële schade moest worden toegewezen en stelde voor de immateriële schadevergoeding voor beide vrouwen te matigen tot 3.000 euro.
De rechtbank kwam tot een ander oordeel en verklaarde beide vrouwen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Bij de gevorderde inkomsten ging het volgens de rechtbank om de nakoming van gemaakte arbeidsafspraken en niet om schade die rechtstreeks voortvloeide uit de bewezenverklaarde mensensmokkel.
Voor de immateriële schade was volgens de rechters onvoldoende duidelijk welk deel rechtstreeks verband hield met de strafbare feiten waarvoor de salonhoudster was veroordeeld.
De vrouwen verwezen namelijk ook naar de omstandigheden waaronder zij hadden moeten werken. Uitbuiting was in deze strafzaak echter niet ten laste gelegd. De rechtbank kon daarom niet zonder aanvullend onderzoek vaststellen of de gestelde schade rechtstreeks voortkwam uit de bewezenverklaarde feiten.
Een dergelijk onderzoek zou de strafprocedure onevenredig belasten. De vrouwen kunnen hun vorderingen nog wel voorleggen aan de burgerlijke rechter.
Met de uitspraak is de salonhoudster veroordeeld voor het bewust organiseren van illegale toegang tot Nederland en het uit winstbejag faciliteren van het verblijf van drie Braziliaanse vrouwen. De rechtbank maakte daarbij onderscheid tussen de bewezen mensensmokkel, de eerdere overtredingen van de arbeidswetgeving en de gestelde arbeidsuitbuiting, die in deze strafzaak niet afzonderlijk werd vervolgd.


Reacties
Er zijn nog geen goedgekeurde reacties.