DEN HAAG – De Nederlandse Rechtspraak hanteert sinds 1 november 2026 een aanvullende aanbeveling voor de berekening van wettelijke rente over smartengeld. Daarmee wordt verduidelijkt vanaf welk moment slachtoffers aanspraak kunnen maken op rente over een vergoeding voor immateriële schade. Ook komt er een duidelijker uitgangspunt voor letselschadezaken waarin het ongeval of de schadeveroorzakende gebeurtenis al vijf jaar of langer geleden plaatsvond. De aanbeveling moet bijdragen aan een meer uniforme behandeling van schadeclaims bij onder meer verkeersongelukken, arbeidsongevallen en andere gebeurtenissen waarbij mensen lichamelijk of psychisch letsel oplopen.
Smartengeld is een financiële vergoeding voor schade die niet rechtstreeks in geld is uit te drukken. Het gaat bijvoorbeeld om lichamelijke pijn, psychisch leed, blijvende beperkingen of verlies aan levensvreugde. Anders dan bij medische kosten, reiskosten of inkomensverlies kan deze schade niet eenvoudig worden vastgesteld aan de hand van facturen of loonstroken. De hoogte van het smartengeld wordt daarom bepaald aan de hand van de ernst van het letsel, de gevolgen voor het slachtoffer en de omstandigheden van het individuele geval.
Wettelijke rente vanaf het moment van het ongeval
De belangrijkste verduidelijking betreft het moment waarop de wettelijke rente begint te lopen. Volgens de nieuwe aanbeveling wordt deze rente in beginsel berekend vanaf de gebeurtenis die de aansprakelijkheid heeft veroorzaakt. Bij een verkeersongeval is dat doorgaans de datum waarop het ongeval plaatsvond. De rente begint dus niet pas te lopen wanneer een rechter de uiteindelijke hoogte van het smartengeld vaststelt.
Dat uitgangspunt bestond al binnen de Nederlandse rechtspraak, maar leidde in de praktijk tot discussie. Vooral wanneer de definitieve schadevergoeding pas vele jaren na een ongeval werd vastgesteld, ontstond de vraag of rente over het volledige bedrag vanaf de oorspronkelijke gebeurtenis moest worden berekend.
De rechterlijke werkgroep heeft bewust besloten het bestaande uitgangspunt te handhaven. Wanneer de rente pas zou ingaan op het moment waarop het smartengeld definitief wordt vastgesteld, zou een aansprakelijke partij financieel voordeel kunnen behalen door de afwikkeling van een schadeclaim te vertragen. Het slachtoffer zou daarentegen langer op zijn vergoeding moeten wachten zonder over die periode rente te ontvangen.
Bij oudere letselschadezaken geldt indexeringscorrectie
De aanvullende aanbeveling bevat een belangrijke uitzondering voor oudere schadezaken. Wanneer de schadeveroorzakende gebeurtenis minstens vijf jaar vóór de definitieve vaststelling van het smartengeld heeft plaatsgevonden, wordt bij de berekening rekening gehouden met prijsindexering.
Daarbij wordt voorkomen dat een slachtoffer zowel een naar het huidige prijsniveau verhoogd smartengeldbedrag als wettelijke rente over dat volledige actuele bedrag ontvangt. De correctie houdt in dat het smartengeld wordt teruggerekend naar het prijsniveau dat bij de oorspronkelijke gebeurtenis hoort. Over het aldus vastgestelde bedrag wordt vervolgens de wettelijke rente vanaf de gebeurtenis berekend.
De Rechtspraak geeft hiervoor zelf een rekenvoorbeeld. Bij een slachtoffer dat op 1 januari 2010 volledig blind werd, zou volgens de Rotterdamse Schaal op het prijsniveau van 2025 ongeveer 185.000 euro aan smartengeld passend zijn. Teruggerekend naar het prijsniveau van 2010 komt dat neer op ongeveer 124.000 euro. Wanneer daarover tot 1 januari 2026 de wettelijke rente wordt berekend, bedraagt die in het voorbeeld ongeveer 78.500 euro. Het totaal komt daarmee uit op ongeveer 202.500 euro.
Dit voorbeeld laat zien dat de combinatie van indexering en rente aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de uiteindelijke schadevergoeding. Het betreft een illustratieve berekening en geen standaardbedrag waarop slachtoffers automatisch recht hebben.
Rotterdamse Schaal moet verschillen verkleinen
De nieuwe aanbeveling vormt een aanvulling op de Rotterdamse Schaal, waarmee de Rechtspraak sinds 1 januari 2026 werkt. Dit model is ontwikkeld door onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam en biedt rechters meer houvast bij het vaststellen van smartengeld.
De schaal verdeelt lichamelijk en psychisch letsel en andere persoonsaantastingen in verschillende categorieën. Per categorie zijn bandbreedtes opgenomen waarbinnen een passende vergoeding kan worden vastgesteld. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de ernst en de duur van het letsel en de gevolgen voor het dagelijks functioneren.
Het doel is om vergelijkbare schadegevallen op een meer consistente manier te beoordelen. Dat betekent echter niet dat ieder slachtoffer met hetzelfde letsel automatisch hetzelfde bedrag ontvangt. De persoonlijke omstandigheden blijven een belangrijke rol spelen.
Ook de aanvullende aanbeveling over wettelijke rente is niet bindend. Rechters kunnen daarvan afwijken wanneer objectieve omstandigheden maatwerk noodzakelijk maken. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij beroepsziekten, waarbij het moeilijk is om één duidelijke datum aan te wijzen waarop de schade is ontstaan.
Grote gevolgen voor slachtoffers bij langdurige procedures
Voor slachtoffers van ernstig letsel kan de afwikkeling van een schadeclaim jarenlang duren. Soms is pas na een lange medische behandeling duidelijk welke beperkingen blijvend zijn en welke invloed deze hebben op werk, gezinsleven en dagelijkse activiteiten.
Gedurende die periode kunnen onderhandelingen plaatsvinden met een verzekeraar of aansprakelijke partij. Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, kan uiteindelijk een rechter worden ingeschakeld. De wettelijke rente kan daardoor een belangrijk onderdeel worden van het totale bedrag dat moet worden betaald.
Naast smartengeld kunnen slachtoffers ook aanspraak maken op vergoeding van andere schadeposten. Denk daarbij aan verlies van arbeidsinkomen, medische behandelingen, huishoudelijke hulp, aanpassingen aan de woning en toekomstige zorgkosten. Voor deze schadeposten gelden eigen uitgangspunten voor de vaststelling en berekening.
Gespecialiseerde juridische begeleiding kan daarom van belang zijn. Letselschadeadvocaten, zoals HIJINK Advocaten met vestigingen in Arnhem en Nijmegen, begeleiden slachtoffers bij het vaststellen van hun schade en het verhalen daarvan op aansprakelijke partijen. Wanneer aansprakelijkheid vaststaat, komen redelijke kosten van buitengerechtelijke juridische bijstand in beginsel voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking.
Aanbevelingen worden regelmatig geëvalueerd
De Rotterdamse Schaal en de bijbehorende aanbevelingen zijn bedoeld om meer duidelijkheid en voorspelbaarheid te bieden bij de vaststelling van smartengeld. De Rechtspraak heeft aangekondigd dat de schaal en de aanbevelingen periodiek worden geëvalueerd en waar nodig worden aangepast aan ontwikkelingen binnen de rechtspraktijk.
Met de aanvullende aanbeveling van 1 november 2026 is vooral verduidelijkt hoe rechters moeten omgaan met de wettelijke rente en met schadevergoedingen die betrekking hebben op gebeurtenissen uit een verder verleden. Voor slachtoffers kan een zorgvuldige toepassing van deze uitgangspunten een aanzienlijk verschil maken in de uiteindelijke financiële compensatie.




Reacties
Er zijn nog geen goedgekeurde reacties.