DEN HAAG – Zestien bruggen en viaducten in Nederland staan onder verscherpt toezicht vanwege mogelijk kwetsbaar voorspanstaal. Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat erkent dat de constructieve veiligheid van deze bouwwerken een punt van zorg is. Volgens de minister zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een acuut veiligheidsrisico, maar moeten bruggen waarin waterstofverbrossingsgevoelig staal is toegepast uiteindelijk worden vervangen. Rijkswaterstaat heeft voor 2026 en 2027 ongeveer vijf miljoen euro gereserveerd voor extra inspecties, materiaalonderzoek en monitoring.
Dat blijkt uit antwoorden die Karremans maandag 26 oktober aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De minister reageert op vragen van Kamerlid Habtamu de Hoop (PRO), die opheldering wilde over de veiligheid van Nederlandse bruggen en viaducten.
De vragen volgen op eerdere waarschuwingen over zogenoemde waterstofverbrossing. Dat verschijnsel kan ervoor zorgen dat staal in betonconstructies zijn sterkte verliest, waardoor de betrouwbaarheid van een brug of viaduct wordt aangetast.
Instorting Duitse brug aanleiding voor onderzoek
De zorgen zijn mede ontstaan na de instorting van de Carolabrug in het Duitse Dresden. Die gebeurtenis leidde tot aanvullend onderzoek naar vergelijkbare constructies in Nederland.
Uit onderzoek bleek dat bepaalde typen voorspanstaal onder specifieke omstandigheden kwetsbaar kunnen zijn voor waterstofverbrossing. Daarbij ontstaan veranderingen in het staal die tot scheurvorming en uiteindelijk tot breuk kunnen leiden.
Rijkswaterstaat onderzocht daarop Nederlandse bruggen en viaducten waarin mogelijk vergelijkbaar voorspanstaal is verwerkt.
Volgens Karremans komt de specifieke combinatie van staaltype en verwerkingsmethode die bij de Carolabrug werd aangetroffen, niet voor bij de onderzochte Nederlandse constructies.
Toch betekent dit volgens de minister niet dat alle zorgen zijn verdwenen. Bij zestien Nederlandse bruggen en viaducten is sprake van staal dat gevoelig kan zijn voor waterstofverbrossing.
Geen acuut gevaar, maar veiligheid blijft aandachtspunt
Kamerlid De Hoop wilde van de minister weten of het ontbreken van aanwijzingen voor acuut gevaar daadwerkelijk betekent dat de bruggen veilig zijn, of dat er eenvoudigweg nog onvoldoende informatie beschikbaar is.
Karremans antwoordt dat Rijkswaterstaat een veiligheidsbeoordeling maakt op basis van verschillende onderzoeken.
Daarbij wordt gekeken naar inspectieresultaten, materiaalonderzoek, constructieberekeningen, monitoring en beoordelingen door deskundigen.
Omdat het onmogelijk kan zijn om alle onderdelen van een betonconstructie rechtstreeks te onderzoeken, worden gerichte steekproeven genomen.
Op basis daarvan beoordelen specialisten de conditie van het staal in het gehele bouwwerk.
De minister erkent dat het ontbreken van ontdekte problemen niet automatisch bewijst dat er geen problemen bestaan.
Juist daarom worden de betrokken constructies extra gecontroleerd.
Zestien van ruim vierduizend bruggen en viaducten
Rijkswaterstaat beheert meer dan vierduizend bruggen en viaducten in Nederland.
Bij zestien daarvan is volgens de minister sprake van voorspanstaal dat gevoelig kan zijn voor waterstofverbrossing.
Aanvankelijk ging het om dertien constructies, maar later werden nog drie bruggen of viaducten aan de onderzoekslijst toegevoegd.
Niet alle bruggen met voorgespannen staal lopen hetzelfde risico. De problemen zijn volgens Karremans verbonden aan specifieke staaltypen en constructiemethoden.
De minister benadrukt dat de noodzaak tot voortijdige vervanging daarom niet geldt voor alle Nederlandse bruggen met voorspanstaal.
Een aantal van de zestien betrokken constructies zou vanwege de technische levensduur toch al vervangen moeten worden.
Andere bruggen en viaducten zullen mogelijk eerder moeten worden vervangen dan oorspronkelijk was voorzien.
Rijkswaterstaat trekt vijf miljoen euro uit
Voor het aanvullende inspectieprogramma heeft Rijkswaterstaat in 2026 en 2027 ongeveer vijf miljoen euro gereserveerd.
De betrokken bruggen en viaducten worden in beginsel ieder halfjaar geïnspecteerd.
Daarnaast wordt per constructie materiaalonderzoek uitgevoerd en worden de sterkteberekeningen opnieuw beoordeeld.
Wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt, kunnen bestaande berekeningen worden aangepast.
Ook worden sommige bruggen uitgerust met systemen die voortdurend veranderingen in de constructie registreren.
Daarmee wil Rijkswaterstaat mogelijke verslechtering vroegtijdig ontdekken.
De onderzoeken worden uitgevoerd in samenwerking met kennisinstituut TNO en het Duitse Bundesanstalt für Materialforschung und -prüfung.
Kennedyweg krijgt verkeersbeperkingen
Bij het viaduct Kennedyweg zijn inmiddels verschillende maatregelen getroffen.
Er geldt een gewichtsbeperking, het aantal beschikbare rijstroken is verminderd en de maximumsnelheid is verlaagd.
Deze beperkingen moeten ervoor zorgen dat de belasting van de constructie binnen veilige grenzen blijft.
De laatste vermelde inspectie vond plaats in het tweede kwartaal van 2026.
Of en wanneer het viaduct wordt vervangen, hangt af van keuzes die Rijkswaterstaat maakt bij het opnieuw vaststellen van de prioriteiten voor onderhoud en vervanging.
Cadettenkamp voortdurend gecontroleerd
Bij de twee viaducten van Cadettenkamp wordt eveneens extra onderzoek uitgevoerd.
Eén van de twee constructies is al in 2000 versterkt.
Daarnaast worden de viaducten iedere zes weken visueel gecontroleerd.
Sinds augustus 2026 is bovendien een systeem actief dat dag en nacht eventuele scheurvorming registreert.
Met deze continue monitoring moet sneller kunnen worden ingegrepen wanneer de toestand van de constructie verandert.
Voor andere bruggen en viaducten op de lijst zijn dergelijke permanente systemen niet altijd noodzakelijk.
Dat hangt volgens Rijkswaterstaat af van de constructie, het gebruikte staal en de resultaten van inspecties.
Algerabrug krijgt bijzondere aandacht
Ook de Algerabrug staat op de lijst van constructies waar mogelijke waterstofverbrossing een rol speelt.
Volgens de minister heeft deze brug een lagere risicokwalificatie dan bepaalde andere onderzochte objecten.
Dat komt doordat bij de Algerabrug voorspanstaal is gebruikt dat voorafgaand aan het storten van beton onder spanning is gebracht.
Dit zogenoemde voorgerekte staal wordt anders beoordeeld dan staal dat pas na het storten van beton is aangespannen.
Rijkswaterstaat onderhoudt contact met de gemeente die eigenaar is van de brugdelen waarin het mogelijke risico aanwezig is.
Daarbij stelt de dienst zijn technische expertise beschikbaar om te beoordelen hoe de brug veilig in gebruik kan blijven.
Ook viaducten bij Uitgeest en A28 onderzocht
Op de lijst staan verder onder meer het westelijke viaduct bij Uitgeest en twee viaducten over de spoorlijn Amersfoort-Zwolle, ter hoogte van de A28.
Voor het westelijke viaduct bij Uitgeest zijn inspecties gepland in het derde en vierde kwartaal van 2026.
De twee viaducten bij de A28 werden op basis van nieuwe inzichten later aan de onderzoekslijst toegevoegd.
De laatste vermelde inspectie van deze viaducten dateert uit het derde kwartaal van 2020. Nieuwe inspecties worden voorbereid.
Ook de viaducten Steenenhoek, de Oosterhoutsebrug, het Rozendaalsviaduct en het viaduct Kleinpolderplein maken deel uit van het overzicht.
Niet bij alle constructies zijn aanvullende verkeersmaatregelen nodig.
Minister verdedigt veiligheid Nederlandse bruggen
De Hoop vroeg Karremans ook hoe eerdere geruststellende uitspraken over de veiligheid van Nederlandse bruggen zich verhouden tot het feit dat nog niet alle onderzoeken waren afgerond.
De minister blijft achter de conclusie staan dat de bruggen veilig gebruikt kunnen worden zolang Rijkswaterstaat de noodzakelijke controles en maatregelen uitvoert.
Volgens Karremans worden alle bruggen en viaducten in beheer van Rijkswaterstaat periodiek geïnspecteerd.
Bij de zestien constructies met mogelijk kwetsbaar voorspanstaal is het inspectieregime aangescherpt.
Wanneer uit onderzoek blijkt dat de veiligheid onvoldoende kan worden gegarandeerd, worden maatregelen getroffen.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de belasting van een brug wordt beperkt, dat extra monitoring wordt geplaatst of dat vervanging noodzakelijk wordt.
Vervanging kan eerder noodzakelijk zijn
De minister maakt duidelijk dat de zestien onderzochte constructies niet allemaal tot het einde van hun oorspronkelijk verwachte levensduur kunnen blijven bestaan.
Voor bruggen waarin daadwerkelijk waterstofverbrossingsgevoelig staal is toegepast, moet rekening worden gehouden met vervanging.
Een deel was al opgenomen in de bestaande onderhouds- en vervangingsplanning.
Andere constructies zullen mogelijk eerder aan de beurt moeten komen.
De definitieve volgorde wordt bepaald binnen het afwegingskader waarmee Rijkswaterstaat onderhouds- en vervangingsprojecten prioriteert.
Concrete vervangingsdata en de totale kosten per brug zijn nog niet bekendgemaakt.
Onderzoek naar brugveiligheid gaat door
Volgens Karremans is inmiddels aanzienlijk meer bekend over de veiligheid van de betrokken bruggen en viaducten dan twee jaar geleden.
Toch blijven aanvullende inspecties, monitoring en materiaalonderzoek noodzakelijk.
De minister benadrukt dat nieuwe wetenschappelijke inzichten voortdurend worden meegenomen bij de beoordeling van constructies.
Daarmee moet worden voorkomen dat mogelijke aantasting van voorspanstaal onopgemerkt blijft.
Voor weggebruikers betekent dit dat de onderzochte bruggen en viaducten voorlopig in gebruik kunnen blijven zolang de veiligheidsbeoordelingen en eventuele aanvullende maatregelen dat toelaten.
De komende jaren moet duidelijk worden welke constructies als eerste worden vervangen en hoeveel geld daarvoor nodig is.




