DEN HAAG – Het kabinet wil de rijksoverheid ingrijpend saneren. In 2035 moeten er ongeveer 25.000 voltijdsbanen minder zijn bij ministeries en uitvoeringsorganisaties. Daarmee verdwijnt naar schatting één op de zes banen binnen de rijksdienst. De operatie moet uiteindelijk jaarlijks 3,5 miljard euro opleveren. Staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) heeft de plannen maandag 26 oktober aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Politie en defensie blijven buiten schot, maar organisaties zoals de Belastingdienst, het UWV en de Immigratie- en Naturalisatiedienst worden niet bij voorbaat ontzien
Het kabinet wil een kleinere overheid die volgens Van der Burg eenvoudiger, slimmer en goedkoper werkt. De afgelopen jaren groeide het aantal rijksambtenaren aanzienlijk, ondanks eerdere voornemens om de overheid juist af te slanken.
De staatssecretaris vindt dat er fundamentele keuzes moeten worden gemaakt over welke taken de overheid nog uitvoert en welke werkzaamheden kunnen verdwijnen.
Bijna 16 procent van de banen moet verdwijnen
De rijksoverheid telt momenteel ongeveer 160.000 voltijdsbanen. Het kabinet wil dat aantal de komende negen jaar met ongeveer 25.000 terugbrengen.
Dat komt neer op een vermindering van bijna 16 procent van de huidige personeelsomvang.
Het gaat om voltijdsequivalenten, ook wel fte's genoemd. Het werkelijke aantal betrokken medewerkers kan daardoor afwijken, omdat niet iedere ambtenaar voltijds werkt.
De bezuinigingen worden over meerdere jaren verspreid en zullen niet bij ieder ministerie even zwaar uitvallen.
Hoeveel banen bij afzonderlijke ministeries en uitvoeringsorganisaties verdwijnen, is nog niet vastgesteld.
Ambtenarenapparaat groeide afgelopen jaren fors
De aangekondigde sanering volgt op een periode waarin het aantal rijksambtenaren juist sterk toenam.
In 2021 werkten ruim 139.000 mensen voor de rijksoverheid. Vorig jaar waren dat er volgens de beschikbare personeelscijfers meer dan 168.000.
Dat betekent een groei van bijna 30.000 medewerkers in vier jaar tijd.
Volgens Van der Burg heeft de overheid steeds meer taken naar zich toegetrokken. Tegelijkertijd zijn wetten en regels ingewikkelder geworden.
Voor vrijwel iedere uitzondering, controle of nieuwe regeling zijn medewerkers nodig om de uitvoering te organiseren.
De staatssecretaris wil deze ontwikkeling doorbreken door niet alleen het aantal ambtenaren te verminderen, maar ook de hoeveelheid werk structureel terug te brengen.
Bezuiniging loopt op tot 3,5 miljard euro
De financiële doelstellingen zijn aanzienlijk.
In 2027 moet de rijksoverheid al 900 miljoen euro besparen op haar organisatiekosten.
Daarna loopt de jaarlijkse bezuiniging verder op. Vanaf 2035 moet structureel 3,5 miljard euro minder worden uitgegeven.
Het gaat daarbij niet uitsluitend om personeelskosten.
Ook kantoorruimte, externe adviseurs, facilitaire dienstverlening, ICT-systemen en andere organisatiekosten worden aangepakt.
De miljardenbesparing is volgens het kabinet noodzakelijk om de rijksoverheid betaalbaar en bestuurbaar te houden.
Belastingdienst, UWV en IND niet uitgezonderd
Opvallend is dat verschillende grote uitvoeringsorganisaties niet vooraf worden uitgesloten van de saneringsplannen.
Daaronder vallen de Belastingdienst, het UWV en de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Juist deze organisaties hebben de afgelopen jaren te maken gehad met hoge werkdruk, ingewikkelde regelgeving en problemen bij de uitvoering.
Het kabinet erkent dat bezuinigingen bij dergelijke instanties risico's kunnen opleveren voor de dienstverlening.
Van der Burg stelt echter dat minder ingewikkelde regels en procedures ervoor kunnen zorgen dat hetzelfde werk met minder medewerkers wordt uitgevoerd.
Volgens hem moet de overheid stoppen met het voortdurend toevoegen van uitzonderingen aan bestaande regelingen.
Door regels eenvoudiger te maken, zouden uitvoeringsinstanties minder capaciteit nodig hebben voor controles, beoordelingen en administratieve handelingen.
Politie en defensie blijven buiten schot
Niet alle onderdelen van de overheid hoeven mee te doen aan de personeelsreductie.
Het kabinet heeft besloten dat onder meer politie en defensie worden uitgezonderd.
Dat betekent dat de beoogde vermindering van 25.000 voltijdsbanen vooral bij andere onderdelen van de rijksoverheid moet worden gerealiseerd.
De gevolgen kunnen daardoor per ministerie aanzienlijk verschillen.
Van der Burg heeft nog niet bekendgemaakt welke departementen het grootste deel van de bezuinigingen voor hun rekening moeten nemen.
Daarover worden de komende maanden verdere afspraken gemaakt.
Minder ambtenaren door natuurlijk verloop
Het kabinet wil onder meer kritisch kijken naar vacatures die ontstaan wanneer ambtenaren vertrekken of met pensioen gaan.
Niet iedere vrijgekomen functie hoeft automatisch opnieuw te worden ingevuld.
Een algemene vacaturestop komt er voorlopig niet. Volgens Van der Burg zou een dergelijke maatregel te weinig rekening houden met de verschillen tussen overheidsorganisaties.
Ook wil het kabinet minder gebruikmaken van dure externe medewerkers en zelfstandigen.
Of gedwongen ontslagen noodzakelijk worden, is nog niet duidelijk.
Dat hangt onder meer af van de snelheid waarmee functies kunnen verdwijnen, de uitstroom van personeel en de reorganisaties die afzonderlijke ministeries moeten doorvoeren.
Kunstmatige intelligentie moet werk overnemen
Een belangrijke rol in de sanering is weggelegd voor digitalisering en kunstmatige intelligentie.
Het kabinet onderzoekt welke werkzaamheden met behulp van AI sneller en goedkoper kunnen worden uitgevoerd.
Daarbij kan worden gedacht aan administratieve processen, het verwerken van informatie en het beantwoorden van veelgestelde vragen.
Ook digitale loketten en chatbots moeten de dienstverlening verbeteren.
In het eerste kwartaal van 2027 wil het kabinet concrete doelstellingen presenteren voor de productiviteitswinst en besparingen door kunstmatige intelligentie.
Daarbij moet nog blijken hoeveel werkzaamheden daadwerkelijk kunnen worden geautomatiseerd zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening achteruitgaat.
Eén werkplek voor twee medewerkers
Ook het gebruik van kantoorruimte wordt ingrijpend aangepakt.
Het kabinet wil uiteindelijk nog maar één fysieke werkplek beschikbaar hebben voor iedere twee rijksmedewerkers.
Dat moet mogelijk worden doordat veel ambtenaren gedeeltelijk vanuit huis werken.
Volgens het kabinet worden overheidsgebouwen daardoor niet altijd efficiënt benut.
Door kantoorruimte beter te verdelen en medewerkers vaker gebruik te laten maken van gedeelde werkplekken, kunnen gebouwen worden afgestoten.
Dat moet besparen op huur, onderhoud, energie en facilitaire voorzieningen.
Vrijgekomen panden kunnen mogelijk een andere bestemming krijgen, bijvoorbeeld als woningen of bedrijfsruimte.
Adviesorganen worden flink teruggebracht
Naast ministeries en uitvoeringsdiensten wil het kabinet ook het aantal adviesorganen verminderen.
Momenteel telt de rijksoverheid 28 vaste adviescolleges en ongeveer 150 adviescommissies.
Volgens Van der Burg is in de afgelopen decennia een omvangrijk netwerk ontstaan van instanties die beleid beoordelen, controleren en van advies voorzien.
Dat leidt volgens hem tot extra werkzaamheden en ingewikkelde besluitvorming.
Het kabinet wil daarom verschillende adviesorganen opheffen, samenvoegen of hun werkzaamheden beperken.
Welke organisaties daadwerkelijk verdwijnen, wordt later bekendgemaakt.
Ook het aantal beleidsevaluaties moet aanzienlijk omlaag. Momenteel worden er jaarlijks ongeveer 400 uitgevoerd.
Jaarlijks minstens 500 regels schrappen
Het vereenvoudigen van wet- en regelgeving vormt een belangrijk onderdeel van de plannen.
Het kabinet wil ieder jaar minimaal 500 regels schrappen of eenvoudiger maken.
Daarnaast komt er een jaarlijks terugkerende Vereenvoudigingswet waarmee onnodig ingewikkelde bepalingen sneller kunnen worden aangepast.
Ook wordt onderzocht of Nederland een systeem kan invoeren waarbij ministeries regelmatig moeten aantonen dat bestaande regels nog noodzakelijk zijn.
Volgens Van der Burg is het huidige systeem vaak te ingewikkeld geworden voor zowel burgers als ambtenaren.
Minder uitzonderingen moeten ervoor zorgen dat aanvragen sneller kunnen worden behandeld en minder controlewerk noodzakelijk is.
Ook Wet open overheid onder de loep
De staatssecretaris wil daarnaast kijken naar de uitvoering van de Wet open overheid, de Woo.
Deze wet geeft burgers, journalisten en organisaties de mogelijkheid documenten bij de overheid op te vragen.
Volgens het kabinet zijn sommige informatieverzoeken zo breed geformuleerd dat het veel ambtelijke capaciteit kost om de gevraagde documenten te verzamelen en te beoordelen.
Daarom wordt onderzocht of de uitvoering eenvoudiger kan.
Daarbij zal de overheid een evenwicht moeten vinden tussen het beperken van administratieve lasten en het behouden van openbaarheid en controleerbaarheid van overheidshandelen.
Voor journalisten en burgers is de Woo een belangrijk middel om inzicht te krijgen in overheidsbesluiten.
Eerdere kabinetten slaagden niet in inkrimping
De aangekondigde plannen zijn niet de eerste poging om de rijksoverheid kleiner te maken.
Ook eerdere kabinetten wilden het aantal ambtenaren terugdringen en de organisatie efficiënter maken.
In de praktijk nam het personeelsbestand echter verder toe.
Nieuwe taken, ingewikkeldere regelgeving, maatschappelijke problemen en een groeiende behoefte aan toezicht zorgden voor extra werkzaamheden.
Volgens Van der Burg is ditmaal een andere aanpak noodzakelijk.
Hij erkent dat uitsluitend efficiënter werken niet voldoende is om de bezuinigingsdoelstellingen te halen.
Daarom zal het kabinet ook moeten besluiten welke overheidstaken kunnen worden beperkt, anders georganiseerd of beëindigd.
Zorgen over kwaliteit dienstverlening
De plannen roepen belangrijke vragen op over de gevolgen voor burgers en bedrijven.
Bij organisaties zoals de Belastingdienst, het UWV en de IND kunnen personeelstekorten leiden tot langere wachttijden wanneer het werk niet evenredig wordt verminderd.
Daarom is volgens het kabinet het vereenvoudigen van regels een voorwaarde voor de personeelsreductie.
De komende jaren moet blijken of administratieve werkzaamheden daadwerkelijk voldoende kunnen worden teruggebracht.
Ook is nog onduidelijk welke gevolgen de sanering krijgt voor inspecties, toezicht en de uitvoering van bestaande wettelijke verplichtingen.
Het kabinet zal moeten aantonen dat de beoogde besparingen haalbaar zijn zonder dat essentiële overheidstaken in de knel komen.
Concrete plannen volgen in voorjaarsnota
De komende maanden werkt het kabinet de plannen verder uit.
Binnen een half jaar moet er een meerjarige aanpak liggen voor de toekomst van de rijksoverheid.
Daarbij worden ook de voorstellen betrokken van de Commissie Toekomst Rijksdienst.
De precieze verdeling van de bezuinigingen over ministeries en organisaties volgt bij de voorjaarsnota.
Dan moet duidelijker worden waar banen verdwijnen, welke overheidsdiensten worden samengevoegd en welke werkzaamheden worden geschrapt.
Ingrijpende reorganisatie tot 2035
De plannen betekenen dat de rijksoverheid voor een van de grootste reorganisaties in jaren staat.
Met ongeveer 25.000 voltijdsbanen minder wil het kabinet terug naar een aanzienlijk kleinere organisatie.
Tegelijkertijd moet de dienstverlening aan burgers en bedrijven volgens de staatssecretaris eenvoudiger en sneller worden.
Of die combinatie haalbaar is, zal afhangen van de concrete keuzes die de komende jaren worden gemaakt.
Voorlopig staat vooral de financiële doelstelling vast: in 2027 moet 900 miljoen euro worden bespaard en vanaf 2035 jaarlijks 3,5 miljard euro.
Hoeveel ambtenaren daadwerkelijk hun baan verliezen en hoeveel functies door natuurlijk verloop of reorganisaties verdwijnen, is nog niet bekend.




