DEN HAAG – Het kabinet heeft meer tijd nodig om uitvoering te geven aan de afspraken over de erkenning van de Molukse gemeenschap in Nederland. De deadlines die de Tweede Kamer eerder vastlegde voor onafhankelijk onderzoek en een nationale agenda blijken volgens premier Rob Jetten niet haalbaar. Dat schrijft hij maandag 26 oktober in antwoord op Kamervragen van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder. De regering wil voorkomen dat het traject wordt afgeraffeld en benadrukt dat de verschillende Molukse gemeenschappen zorgvuldig moeten worden betrokken.
De vertraging volgt op een eerder aangenomen motie van Ceder en andere Kamerleden, waarin het kabinet werd gevraagd concrete stappen te zetten richting erkenning. De motie bevat drie onderdelen: onafhankelijk onderzoek, overleg met de Molukse gemeenschap en een verkenning naar een nationale agenda.
Onderzoek nog in voorbereidende fase
Volgens Jetten is inmiddels een voortraject gestart waarin bestaande wetenschappelijke kennis over de Molukse geschiedenis en de ervaringen van de gemeenschap wordt verzameld. Daarbij wordt onderzocht welke onderwerpen al voldoende zijn bestudeerd en waar nog belangrijke hiaten bestaan die aanvullend onderzoek noodzakelijk maken.
De afgelopen periode vonden meerdere bijeenkomsten plaats met wetenschappers en jonge Molukse academici. Een onafhankelijk wetenschappelijk instituut moet uiteindelijk een onderzoeksagenda opstellen. Welke instelling deze opdracht krijgt, wordt nog niet bekendgemaakt. Het instituut zal binnenkort een subsidieaanvraag indienen om het werk mogelijk te maken.
Molukse gemeenschap moet breed worden betrokken
Naast het onderzoek werkt de regering aan een plan om vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschappen bij het erkenningstraject te betrekken. Daarbij staan volgens Jetten representativiteit en draagvlak centraal, omdat de gemeenschap niet als één homogene groep kan worden beschouwd.
Binnen de Molukse gemeenschap bestaan verschillende opvattingen over de geschiedenis, de betekenis van erkenning en de manier waarop de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid moet nemen. Het kabinet wil daarom voorkomen dat slechts een beperkt aantal organisaties of vertegenwoordigers bij de gesprekken wordt betrokken.
Deadlines uit Kamermotie worden niet gehaald
De Tweede Kamer had gevraagd uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 de eerste resultaten van het onafhankelijke onderzoek te presenteren. De verkenning naar een nationale agenda moest uiterlijk in het tweede kwartaal van datzelfde jaar gereed zijn.
Jetten erkent nu dat daarvoor meer tijd nodig is dan oorspronkelijk was voorzien. Volgens hem vergen brede raadpleging, wetenschappelijk onderzoek en de procedures voor opdrachten en subsidies meer voorbereiding dan aanvankelijk werd aangenomen.
De premier benadrukt dat zorgvuldigheid belangrijker is dan het strikt vasthouden aan de oorspronkelijke planning. Een nieuwe concrete einddatum noemt hij in zijn beantwoording nog niet.
Nationale agenda moet erkenning concreet maken
Een belangrijk onderdeel van de motie is de verkenning naar een nationale agenda voor de Molukse gemeenschap. Daarin moet worden onderzocht op welke manier de erkenning verder kan worden uitgewerkt en welke onderwerpen daarbij aandacht verdienen.
Het kabinet wil de resultaten van het wetenschappelijke onderzoek en de gesprekken met de Molukse gemeenschappen gebruiken als basis voor deze agenda. Ook de uitkomsten van rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer worden daarbij betrokken.
Welke concrete maatregelen uiteindelijk onderdeel worden van de nationale agenda, is nog niet vastgesteld. Het kabinet wil eerst de verschillende standpunten en wensen in kaart brengen voordat hierover verdere besluiten worden genomen.
Historische achtergrond van Molukse gemeenschap
De discussie over erkenning hangt samen met de komst van ongeveer 12.500 Molukkers naar Nederland in 1951. Onder hen bevonden zich voormalige militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en hun gezinnen, die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland werden overgebracht.
Hun verblijf werd aanvankelijk als tijdelijk voorgesteld. Veel gezinnen werden ondergebracht in woonoorden, waaronder voormalige kampen. Een snelle terugkeer naar de Molukken bleek echter niet mogelijk, waardoor de gemeenschap uiteindelijk een blijvende plaats in de Nederlandse samenleving kreeg.
De wijze waarop de Nederlandse overheid destijds met de Molukkers omging, heeft diepe sporen achtergelaten. Binnen de gemeenschap bestaan al tientallen jaren gevoelens van teleurstelling en vragen over de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat.
Excuses van Jetten krijgen vervolg
De Kamervragen volgen ook op de eerder door premier Jetten uitgesproken excuses aan de Molukse gemeenschap. Die excuses vormden een belangrijke stap in het erkenningstraject, maar volgens de Tweede Kamer moet het niet bij woorden blijven.
Ceder wil daarom weten welke concrete opdrachten inmiddels zijn verstrekt, welke bewindspersonen verantwoordelijk zijn en wanneer resultaten verwacht kunnen worden. Ook vraagt hij waarom nog geen duidelijkheid bestaat over de uitvoering van verschillende onderdelen van de motie.
Jetten antwoordt dat de coördinerende verantwoordelijkheid ligt bij de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Vanuit dat ministerie wordt gewerkt aan de verdere organisatie van het onderzoek en het overleg.
Nieuwe voortgangsbrief voor einde van het jaar
Het kabinet belooft de Tweede Kamer voor het einde van 2026 opnieuw te informeren over de voortgang. In die brief moet duidelijker worden welke stappen worden gezet en binnen welke termijn de oorspronkelijke motie alsnog kan worden uitgevoerd.
Daarbij moet ook meer duidelijkheid ontstaan over de onderzoeksagenda en de manier waarop de Molukse gemeenschap bij het proces wordt betrokken. Een definitieve planning voor alle onderdelen ontbreekt vooralsnog.
Erkenning vraagt volgens kabinet om zorgvuldigheid
Met de nieuwe beantwoording maakt Jetten duidelijk dat het kabinet de erkenning van de Molukse gemeenschap wil voortzetten, maar dat het oorspronkelijke tijdschema wordt losgelaten. De regering benadrukt dat daadwerkelijke erkenning alleen mogelijk is wanneer voldoende ruimte wordt geboden aan de uiteenlopende stemmen binnen de gemeenschap.
Voor de Tweede Kamer blijft voorlopig de vraag wanneer de aangekondigde onderzoeken en gesprekken concrete resultaten gaan opleveren. De nieuwe voortgangsbrief, die uiterlijk eind december wordt verwacht, moet daar meer duidelijkheid over geven.




