Amsterdam en Rotterdam hebben een meerderheid met buitenlandse herkomst, terwijl Utrecht een meerderheid met Nederlandse herkomst heeft.

Onderzoek: sociale verschillen tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht

AMSTERDAM/ROTTERDAM/UTRECHT โ€“ Drie grote Nederlandse steden, drie duidelijk verschillende sociaal-economische profielen. Amsterdam is verreweg de grootste van de drie en kent de sterkste internationale bevolkingssamenstelling. Rotterdam heeft op verschillende inkomens- en arbeidsmarktindicatoren de zwaarste sociale problematiek. Utrecht is jonger en scoort gemiddeld gunstiger op werk, inkomen, schulden en bijstandsafhankelijkheid.

Dit onderzoek vergelijkt de meest recente onderling bruikbare cijfers van het CBS en de gemeentelijke onderzoeksdiensten. Daarbij is รฉรฉn belangrijke kanttekening nodig: Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn niet letterlijk de drie grootste gemeenten van Nederland. Amsterdam staat eerste, Rotterdam tweede, Den Haag derde en Utrecht vierde. De vergelijking richt zich op deze drie steden omdat zij in de onderzoeksopdracht zijn geselecteerd.

Niet alle cijfers hebben hetzelfde peiljaar

Een vergelijking van steden lijkt eenvoudig, maar officiรซle gegevens verschijnen niet allemaal tegelijkertijd. Voor inwonertallen kan al naar 1 januari 2026 worden gekeken, terwijl de nieuwste goed vergelijkbare gegevens over herkomst uit 2024 komen. De arbeidsmarktcijfers hebben betrekking op 2025, armoede en inkomen hoofdzakelijk op 2024 en de vergelijkbare CBS-bijstandsdichtheid op juni 2024. Die verschillende peildata worden daarom bij iedere indicator vermeld.

Ook het begrip sociale welvaart heeft geen enkel officieel percentage. In dit onderzoek wordt het daarom benaderd aan de hand van meerdere meetbare factoren: armoede, inkomen, werkloosheid, arbeidsparticipatie, bijstandsgebruik en geregistreerde problematische schulden. Samen geven die een bredere indicatie van de materiรซle en sociaal-economische positie van inwoners.

DATA-ONDERZOEK

Amsterdam, Rotterdam en Utrecht vergeleken

Bevolking op 1 januari 2026

* Het Rotterdamse inwonertal voor 2026 is voorlopig en door Onderzoek010 afgerond op ruim 673.000.
** Berekend als complement van het CBS-percentage buitenlandse herkomst. Studentenhuishoudens zijn niet opgenomen in de CBS-inkomensverdeling.

De bevolkingscijfers komen uit de gemeentelijke registraties; de vergelijkingen naar herkomst, inkomen, arbeidsmarkt, bijstand en leeftijd uit CBS-statistieken.

Amsterdam nadert de miljoen inwoners

Amsterdam telde op 1 januari 2026 941.873 geregistreerde inwoners. Daarmee blijft de hoofdstad ruim groter dan Rotterdam en bijna tweeรซnhalf keer zo groot als Utrecht.

Rotterdam kwam volgens voorlopige cijfers op ruim 673.000 inwoners. De groei was in 2025 beperkt tot ongeveer 900 inwoners. Onderzoek010 wijst daarbij op minder vestiging vanuit het buitenland en meer vertrek naar andere Nederlandse gemeenten.

Utrecht telde op 1 januari 378.140 inwoners. De stad kreeg er gedurende 2025 slechts 1.405 inwoners bij. Dat is voor Utrecht een historisch kleine groei: tussen 2001 en 2023 nam het inwonertal gemiddeld met meer dan 5.000 personen per jaar toe.

‘Autochtoon’ en ‘allochtoon’ vervangen door nieuwe CBS-indeling

Voor de gevraagde vergelijking tussen autochtone en allochtone inwoners is een terminologische aanpassing noodzakelijk. Het CBS gebruikt deze oude tweedeling niet meer als huidige statistische indeling. Sinds 2022 ligt de nadruk op herkomst buiten of binnen Nederland, het eigen geboorteland en dat van de ouders.

Dat levert forse verschillen op. In Amsterdam had op 1 januari 2024 59,6 procent van de bevolking een buitenlandse herkomst. Daarvan was 38,0 procentpunt zelf in het buitenland geboren en 21,7 procentpunt in Nederland geboren. Daarmee had ongeveer 40,4 procent een Nederlandse herkomst.

In Rotterdam ging het om 56,5 procent buitenlandse herkomst. Van de totale Rotterdamse bevolking was 33,2 procent in het buitenland geboren en 23,3 procent in Nederland geboren met een buitenlandse herkomst volgens de CBS-indeling. De Nederlandse-herkomstgroep komt daarmee op ongeveer 43,5 procent.

Utrecht wijkt duidelijk af. Daar had 40,3 procent een buitenlandse herkomst: 23,1 procentpunt was in het buitenland geboren en 17,1 procentpunt in Nederland. Ongeveer 59,7 procent valt daarmee in de categorie Nederlandse herkomst.

Amsterdam en Rotterdam zijn dus steden waarin de bevolking met buitenlandse herkomst inmiddels de meerderheid vormt. In Utrecht geldt dat niet.

Herkomst zegt op zichzelf niets over sociale positie

De bevolkingsopbouw mag niet รฉรฉn-op-รฉรฉn worden gekoppeld aan armoede, werkloosheid of bijstand. CBS-onderzoek laat zien dat verschillen tussen herkomstgroepen onder meer samenhangen met leeftijd en onderwijsniveau en dat correctie daarvoor verschillen verkleint, maar niet volledig wegneemt. Stadsgemiddelden bewijzen bovendien geen oorzakelijk verband tussen herkomst en sociaaleconomische positie.

Dat onderscheid is belangrijk omdat Amsterdam en Rotterdam zowel een groot aandeel inwoners met buitenlandse herkomst als relatief hoge armoedepercentages hebben. Uit die samenloop kan niet worden geconcludeerd dat het ene automatisch de oorzaak van het andere is.

Armoede het hoogst in Amsterdam

Volgens de nieuwe gezamenlijke armoedemethode van CBS, SCP en Nibud leefde in 2024 landelijk 3,1 procent van de bevolking in armoede. Bij deze methode worden onder meer gezinssamenstelling, noodzakelijke kosten voor wonen en levensonderhoud en het beschikbare vermogen meegenomen.

Amsterdam kwam uit op 6,7 procent. Daarmee lag het aandeel ruim twee keer zo hoog als gemiddeld in Nederland en stond Amsterdam landelijk zeer hoog. Rotterdam volgde met 6,3 procent. Utrecht kwam op 4,0 procent uit.

Ook net boven de armoedegrens is de kwetsbaarheid aanzienlijk. CBS definieert ‘bijna-arm’ als een inkomen tot 25 procent boven de armoedegrens in combinatie met onvoldoende financiรซle buffer. In Rotterdam behoorde in 2024 12,0 procent tot die groep en in Amsterdam 10,5 procent, tegenover 6,4 procent landelijk.

Utrecht kent eigen ruimere armoedegrens

De gemeente Utrecht gebruikt voor veel lokale regelingen daarnaast een ruimere beleidsgrens van 125 procent van het wettelijk sociaal minimum. Volgens die maatstaf zat in 2024 13,6 procent van de Utrechtse huishoudens onder die grens, circa 22.300 huishoudens. Ongeveer 12.100 huishoudens, 7,3 procent, moesten rondkomen van maximaal 101 procent van het sociaal minimum.

Die Utrechtse percentages kunnen niet rechtstreeks tegenover de landelijke armoedecijfers van 4,0, 6,3 en 6,7 procent worden gezet: het gaat om een andere definitie.

Rotterdam heeft hoogste werkloosheid

Op de arbeidsmarkt zijn de verschillen eveneens duidelijk. Het CBS berekende voor 2025 een werkloosheidspercentage van 6,4 procent in Rotterdam, tegen 5,3 procent in Amsterdam en 4,4 procent in Utrecht. Landelijk bedroeg de werkloosheid 3,9 procent.

Daarbij betekent ‘werkloos’ volgens de CBS-definitie niet simpelweg ‘geen baan’. Tot de werkloze beroepsbevolking behoren 15- tot 75-jarigen zonder betaald werk die recent naar werk hebben gezocht en direct beschikbaar zijn. Iemand met een uitkering is dus niet automatisch werkloos en andersom hoeft een werkloze geen bijstandsuitkering te hebben.

Voor een zuivere onderlinge vergelijking zijn de percentages bruikbaarder dan losse absolute aantallen uit gemeentelijke registraties, omdat die registraties verschillende peildata en definities gebruiken.

Utrecht heeft hoogste arbeidsparticipatie

Het omgekeerde beeld is te zien bij de nettoarbeidsparticipatie: het percentage 15- tot 75-jarigen dat daadwerkelijk betaald werk heeft.

Utrecht stond in 2025 op 77,5 procent. Amsterdam kwam op 74,2 procent en Rotterdam op slechts 68,6 procent. Het Nederlandse gemiddelde bedroeg 73,2 procent.

Rotterdam combineert in deze vergelijking dus de hoogste werkloosheid met de laagste arbeidsparticipatie. Utrecht heeft precies het tegenovergestelde profiel: de laagste werkloosheid van deze drie steden en de hoogste deelname aan betaald werk.

Bijstand springt in Rotterdam eruit

Ook de vergelijkbare CBS-cijfers voor de bijstand wijzen sterk in dezelfde richting. Eind juni 2024 ontvingen in Rotterdam 59,7 personen per duizend inwoners van 15 jaar en ouder algemene bijstand. Amsterdam zat op 43,8 per duizend en Utrecht op 33,2.

Het CBS merkt expliciet op dat Rotterdam van alle gemeenten de hoogste bijstandsdichtheid had. Personen in een instelling, elders verzorgde personen en dak- en thuislozen vallen buiten deze specifieke berekening.

Dit betekent omgerekend dat de Rotterdamse bijstandsdichtheid ongeveer 36 procent hoger lag dan in Amsterdam en circa 80 procent hoger dan in Utrecht.

Absolute bijstandsaantallen lastig rechtstreeks vergelijkbaar

De gemeentelijke bronnen geven daarnaast absolute aantallen, maar met verschillende peildata. Amsterdam telde in 2023 30.790 huishoudens die gebruikmaakten van algemene bijstand voor thuiswonenden. Rotterdam rapporteerde op 31 januari 2025 een bijstandsvolume van 31.962. Utrecht telde op 1 januari 2026 10.046 huishoudens met een bijstandsuitkering, goed voor 5,1 procent van de huishoudens.

Deze aantallen zijn daarom vooral illustratief. Voor de rangorde tussen steden is de CBS-bijstandsdichtheid uit juni 2024 methodologisch betrouwbaarder omdat voor alle drie dezelfde definitie en hetzelfde moment worden gebruikt.

Grote inkomensverschillen binnen Amsterdam

De inkomensverdeling laat zien dat armoede alleen een deel van het verhaal vertelt. In Amsterdam behoort 46 procent van de huishoudens tot de landelijk laagste 40 procent van de inkomensverdeling. Tegelijk behoort 23 procent juist tot de hoogste landelijke 20 procent. Het CBS omschrijft Amsterdam daarom als een stad met grote contrasten tussen lage en hoge inkomens. Studentenhuishoudens zijn bij deze vergelijking buiten beschouwing gelaten.

Rotterdam heeft een duidelijk zwakker inkomensprofiel. Daar zit 50 procent van de huishoudens in de onderste 40 procent, terwijl slechts 16 procent tot de hoogste 20 procent behoort.

Utrecht heeft juist het gunstigste profiel: 38 procent zit in de onderste 40 procent en 26 procent in de hoogste 20 procent. Het CBS typeert Utrecht dan ook als relatief welvarend.

Problematische schulden veel vaker in Rotterdam

Een andere indicator voor financiรซle kwetsbaarheid is het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Begin 2025 gold dat voor 16,3 procent van de Rotterdamse huishoudens, 11,8 procent in Amsterdam en 7,3 procent in Utrecht. Het Nederlandse gemiddelde bedroeg 8,6 procent.

Utrecht zit daarmee onder het landelijke gemiddelde. Amsterdam zit daar duidelijk boven en Rotterdam bijna twee keer zo hoog.

Deze schuldenstatistiek ondersteunt het beeld uit de armoede-, inkomens-, bijstands- en arbeidsmarktcijfers: van de drie onderzochte steden is de financieel-economische kwetsbaarheid gemiddeld het sterkst in Rotterdam. Dat is een conclusie op basis van de gecombineerde indicatoren, niet een oordeel over individuele inwoners.

Utrecht duidelijk jongste stad

Ook demografisch zijn er duidelijke verschillen. Begin 2024 was 31 procent van de Utrechtse bevolking jonger dan 25 jaar. In Rotterdam was dat 29 procent en in Amsterdam 27 procent. Van de vier grote steden had Utrecht daarmee het hoogste aandeel jongeren.

Aan de andere kant van de leeftijdsverdeling staat Rotterdam. Op 1 januari 2026 was 16,2 procent van de Rotterdamse bevolking 65 jaar of ouder. In Amsterdam was dat 14,2 procent en in Utrecht slechts 11,3 procent. Ter vergelijking: landelijk was inmiddels 21,1 procent 65-plus.

De relatief jonge Utrechtse bevolking hangt samen met de sterke aanwezigheid van studenten en jonge volwassenen. De Utrecht Monitor telt in 2026 bovendien 193.000 vrouwen en 185.000 mannen en signaleert vooral onder twintigers een duidelijk vrouwenoverschot.

Drie steden, drie verschillende profielen

Amsterdam is van de drie veruit de grootste en internationaal meest samengestelde stad. Bijna zes op de tien inwoners hebben volgens de actuele CBS-indeling een buitenlandse herkomst. Tegelijk is de inkomensverdeling sterk gepolariseerd: zowel lage als hoge inkomens zijn ruim vertegenwoordigd. Het armoedepercentage van 6,7 procent is van de drie het hoogst.

Rotterdam toont op vrijwel alle onderzochte indicatoren de zwaarste sociaal-economische druk. De stad heeft de hoogste werkloosheid, de laagste arbeidsparticipatie, de hoogste bijstandsdichtheid, het grootste aandeel huishoudens in de onderste inkomensgroepen en het grootste aandeel huishoudens met problematische schulden.

Utrecht staat gemiddeld het sterkst. De stad heeft de hoogste arbeidsparticipatie, de laagste werkloosheid en bijstandsdichtheid, relatief veel hoge inkomens en minder problematische schulden. Tegelijk leeft volgens de landelijke armoededefinitie nog altijd 4,0 procent van de inwoners in armoede en zijn de verschillen tussen wijken groot. In Overvecht lag bijvoorbeeld het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden begin 2025 op 14,3 procent, bijna tweemaal het Utrechtse gemiddelde.

Conclusie: gemiddelden verbergen grote verschillen binnen steden

De uitkomsten laten zien dat omvang en bevolkingsdiversiteit op zichzelf weinig zeggen over sociale welvaart. Amsterdam combineert internationale aantrekkingskracht en hoge inkomens met aanzienlijke armoede. Rotterdam kent de grootste concentratie van sociaal-economische kwetsbaarheid. Utrecht heeft als geheel de gunstigste uitgangspositie, maar ook daar bestaan forse verschillen tussen buurten en huishoudens.

Voor beleid is daarom een tweede stap nodig: niet alleen steden onderling vergelijken, maar ook wijken binnen die steden. Een stedelijk gemiddelde kan immers tegelijkertijd zeer welvarende buurten en gebieden met langdurige armoede omvatten. De cijfers in dit onderzoek laten vooral zien waar de drie steden als geheel staan; ze geven geen verklaring voor individuele situaties en bewijzen geen causaal verband tussen herkomst, leeftijd en sociaal-economische positie.

Gebruikte bronnen:

  • CBS โ€“ bevolkingsopbouw en herkomst: de actuele CBS-indeling naar herkomst en de gemeentelijke percentages voor Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. CBS gebruikt sinds 2022 een nieuwe herkomstindeling in plaats van de oude hoofdindeling naar migratieachtergrond.
  • CBS โ€“ armoede: Leven in Armoede 2025, met gemeentelijke cijfers over 2024 volgens de gezamenlijke methode van CBS, SCP en Nibud. Amsterdam 6,7 procent, Rotterdam 6,3 procent en Utrecht 4,0 procent.
  • CBS โ€“ arbeidsmarkt: De regionale economie 2025, met werkloosheid en nettoarbeidsparticipatie per gemeente over 2025.
  • CBS โ€“ bijstand: Bijstandsuitkeringenstatistiek, bijstandsdichtheid per gemeente, juni 2024.
  • CBS โ€“ inkomensverdeling: gemeentelijke verdeling van huishoudens over de landelijke inkomensgroepen, voorlopige cijfers 2024; studentenhuishoudens niet meegerekend.
  • CBS โ€“ leeftijd: Landelijke Jeugdmonitor en Dashboard Bevolking voor jongeren en 65-plussers.
  • Onderzoek & Statistiek Amsterdam: kerncijfers bevolking 2026 en onderzoek naar Amsterdamse huishoudens met algemene bijstand.
  • Onderzoek010 Rotterdam: Bevolkingsmonitor januari 2026 en gemeentelijke gegevens over het bijstandsvolume.
  • Utrecht Monitor: bevolking 2026, armoede, bijstand, leeftijdsopbouw en geregistreerde problematische schulden; de schuldenpagina bevat tevens vergelijkbare cijfers voor Amsterdam en Rotterdam.


Ontdek meer van

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Meer nieuws

Fikse boete en intrekking derogatie voor veehouderij na stikstofoverschrijding

De maatschap overschreed in 2019 de stikstofgebruiksnormen aanzienlijk. Verweren over een telefonische toezegging en onjuiste diercategorieรซn werden door de hoogste bestuursrechter afgewezen.

Geen coulance Lbv-subsidie voor vergeten jongveestal

De minister van Landbouw mag de aanvraag na sluiting van de termijn niet meer wijzigen. Vanwege het Europese staatssteunkader is er juridisch geen ruimte voor coulance

Ctgb moet gewasbeschermingsmiddel Pitcher per direct uit de handel halen

De werkzame stof fludioxonil blijkt schadelijke en hormoonverstorende effecten te hebben voor zowel mensen als niet-doelwitorganismen.

Voronezj verandert in een Noord-Koreaans militair knooppunt

Naast de stationering van een Noord-Koreaans raketbataljon verrijst er een gloednieuw trainingscentrum voor Russische speciale eenheden.

Illegale ontbossing voor sojateelt en diervoeding stijgt

In dit artikel leest u hoe vleesconsumptie directe en verwoestende gevolgen heeft voor het behoud van onze meest kostbare natuurgebieden.

Drentse gemeenten stellen ultimatum voor omgekeerde vlaggen

In Drenthe duiken opnieuw massaal omgekeerde Nederlandse vlaggen op langs openbare wegen als uiting van aanhoudend boerenprotest. Drentse gemeenten gaan het gesprek aan met actievoerders, maar stellen een duidelijke grens.

Groep Markuszower stelt vragen over NOS-aanduiding van Hamas

Zij vrezen normalisering en willen weten hoe richtlijnen voor publieke omroepen worden bewaakt, welke maatregelen mogelijk zijn en of financiering ter discussie kan komen bij structurele afwijkingen in Nederland.

D66 wil festivals toegankelijker maken voor mensen met medisch dieet

Aanleiding is berichtgeving over bezoekers met coeliakie die nauwelijks veilig eten kunnen vinden en soms geen eigen voedsel mogen meenemen.

Gerelateerde artikelen

Populair