DEN HAAG – De sterk gestegen brandstofprijzen zetten het Nederlandse taxi- en zorgvervoer onder zware financiële druk. Vervoersbedrijven waarschuwen dat zij de hogere kosten nauwelijks kunnen doorberekenen aan hun opdrachtgevers, waardoor het vervoer van ouderen, zieken, mensen met een beperking en kwetsbare leerlingen in gevaar kan komen. Minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport heeft donderdag 5 november een reactie op de zorgen van de sector naar de Tweede Kamer gestuurd. Aanleiding is een gezamenlijke petitie van brancheorganisaties en vakbonden, waarin het kabinet wordt opgeroepen met gerichte steunmaatregelen te komen.

De petitie is afkomstig van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi, de vakbonden FNV Zorgvervoer en Taxi en CNV, het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) en de Vereniging voor Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN). De organisaties maken zich al sinds het voorjaar zorgen over de gevolgen van de stijgende diesel- en benzineprijzen. In april werd een brandbrief naar het kabinet gestuurd en op 23 juni overhandigden vertegenwoordigers van de sector een petitie aan de Tweede Kamer.

Volgens de brancheorganisaties is zonder aanvullende maatregelen de continuïteit van noodzakelijk personenvervoer niet vanzelfsprekend.

Meer dan een miljoen passagiers per week afhankelijk van zorgvervoer

Het zorgvervoer is een omvangrijke sector die wekelijks meer dan een miljoen passagiers vervoert. Het gaat onder meer om ouderen die naar een zorginstelling moeten, patiënten die behandelingen ondergaan, kinderen die afhankelijk zijn van leerlingenvervoer en mensen met een beperking die naar hun werk of dagbesteding reizen.

Volgens KNV valt ongeveer 75 tot 80 procent van alle taxiritten in Nederland onder het zorgvervoer. Daarmee is de sector veel meer dan een commerciële vervoersdienst. Voor een grote groep Nederlanders vormt het vervoer een noodzakelijke verbinding met de samenleving.

Wanneer vervoerders hun dienstverlening moeten beperken of zelfs failliet gaan, kunnen de gevolgen voor deze reizigers aanzienlijk zijn. Vooral mensen die niet zelfstandig kunnen reizen, lopen het risico dat zij afspraken missen of minder gemakkelijk kunnen deelnemen aan maatschappelijke activiteiten.

De vervoersorganisaties vrezen dat deze situatie dichterbij komt wanneer de brandstofprijzen langdurig hoog blijven.

Vervoerders kunnen prijsstijgingen niet doorberekenen

Een belangrijk probleem is dat veel vervoersbedrijven werken met langlopende contracten. Gemeenten, zorgverzekeraars en andere opdrachtgevers kopen het vervoer vaak via aanbestedingen in, waarbij tarieven voor langere tijd worden vastgelegd.

Wanneer diesel in korte tijd aanzienlijk duurder wordt, kunnen vervoerders hun tarieven niet zomaar verhogen. In veel contracten ontbreken automatische brandstofclausules die uitzonderlijke prijsstijgingen compenseren. Bovendien worden tarieven doorgaans slechts eenmaal per jaar geïndexeerd.

Daardoor moeten ondernemingen de extra brandstofkosten grotendeels zelf betalen. Voor kleinere vervoersbedrijven, die vaak met beperkte winstmarges werken, kan dat grote financiële gevolgen hebben.

KNV-voorzitter Fred Teeven waarschuwde eerder dat het dagelijkse vervoer van mensen naar ziekenhuizen, scholen en dagbestedingslocaties hierdoor onder druk komt te staan. Volgens de brancheorganisatie bieden de bestaande overheidsmaatregelen onvoldoende bescherming aan bedrijven die vanwege hun contractuele verplichtingen niet kunnen reageren op plotselinge kostenstijgingen.

Sector vraagt tijdelijke accijnsverlaging of noodfonds

De betrokken organisaties hebben het kabinet verschillende oplossingen voorgesteld. Hun voorkeur gaat uit naar een tijdelijke, specifiek op de sector gerichte verlaging van de brandstofaccijns. Daarmee zouden vervoerders direct minder betalen voor diesel en benzine.

Wanneer een dergelijke regeling niet mogelijk blijkt, pleiten de organisaties voor een noodfonds. Daaruit zouden opdrachtgevers financieel ondersteund kunnen worden om de gestegen brandstofkosten van vervoersbedrijven te compenseren.

Volgens de sector is snel handelen noodzakelijk omdat ondernemers anders in financiële problemen kunnen komen voordat bestaande contracten worden aangepast.

De hoge brandstofprijzen hangen voor een belangrijk deel samen met de internationale onrust op de energiemarkten en de oorlog in het Midden-Oosten. Daardoor zijn de kosten voor bedrijven die dagelijks grote aantallen kilometers afleggen sterk gestegen.

Minister sprak in augustus met Fred Teeven

Uit de Kamerbrief van 5 november blijkt dat minister Sterk in augustus een inhoudelijk gesprek heeft gevoerd met KNV-voorzitter Fred Teeven. Daarin kwamen de zorgen van de sector en de gevolgen van de brandstofprijzen voor taxi- en zorgvervoer aan de orde.

De minister heeft vervolgens een schriftelijke reactie aan KNV gestuurd. Een afschrift daarvan is nu aan de Tweede Kamer aangeboden, zodat de volksvertegenwoordiging kennis kan nemen van het overleg en het standpunt van het ministerie.

De begeleidende brief vermeldt niet of de minister bereid is de gevraagde accijnsverlaging of een noodfonds in te voeren. Ook worden daarin geen nieuwe financiële maatregelen aangekondigd. Die informatie moet blijken uit de afzonderlijke inhoudelijke reactie aan KNV.

Daarmee blijft de belangrijkste vraag voor de vervoersbedrijven of het kabinet aanvullende financiële ondersteuning beschikbaar stelt.

Voor de sector staat ondertussen veel op het spel. Wanneer de hoge brandstofkosten langdurig aanhouden en vervoerders deze niet kunnen doorberekenen, neemt de financiële druk op de ondernemingen verder toe. Dat kan uiteindelijk gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het zorgvervoer.

De zorgen gaan daardoor niet alleen over de bedrijfsvoering van taxibedrijven, maar vooral over de bereikbaarheid van noodzakelijke voorzieningen voor honderdduizenden Nederlanders die niet zonder aangepast vervoer kunnen.