DEN HAAG – Hoeveel kippen, varkens, runderen en andere landbouwdieren jaarlijks overlijden als gevolg van extreme hitte, is in Nederland nog altijd niet betrouwbaar vast te stellen. De overheid beschikt niet over voldoende gegevens om de sterfte tijdens hittegolven statistisch te vergelijken met normale perioden. Dat bleek eerder uit antwoorden van staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Donderdag 5 november heeft hij de Tweede Kamer opnieuw geïnformeerd over dit onderwerp, naar aanleiding van een brief van dierenrechtenorganisatie Animal Rights.

Animal Rights schreef op 24 juni 2026 aan het ministerie over de oversterfte onder landbouwdieren tijdens hitteperiodes. De vaste Kamercommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verzocht de staatssecretaris om een afschrift van zijn antwoord aan de organisatie. Erkens heeft dat antwoord nu als bijlage naar de Kamer gestuurd.

De begeleidende Kamerbrief bevat zelf geen nieuwe sterftecijfers of inhoudelijke maatregelen. De kwestie sluit wel aan bij eerdere Kamervragen over de gevolgen van extreme temperaturen voor dieren in de Nederlandse veehouderij.

Overheid kan sterfte door hitte niet betrouwbaar vaststellen

In september erkende Erkens naar aanleiding van vragen van Partij voor de Dieren-leider Esther Ouwehand dat landbouwdieren tijdens hitteperiodes extra risico lopen. In eerdere jaren waren volgens meldingen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en sectororganisaties dieren overleden tijdens perioden met hoge temperaturen. Daarbij speelden onder meer problemen met stalventilatie en uitgevallen koelsystemen een rol.

Toch kan het ministerie niet aangeven hoeveel dieren tijdens de hitteperioden van 2026 zijn overleden. Dat komt doordat de bestaande registratiesystemen onvoldoende informatie bevatten. Voor runderen, schapen en geiten worden sterfgevallen op dierniveau geregistreerd. Varkenshouders moeten aantallen gestorven dieren doorgeven, maar bij pluimvee worden individuele sterfgevallen niet op dezelfde manier vastgelegd.

Een ander probleem is dat de doodsoorzaak niet standaard wordt geregistreerd. Daardoor is niet vast te stellen of een dier is gestorven door hitte, ziekte, ouderdom of een andere oorzaak. Ook ontbreken voldoende gegevens om betrouwbare berekeningen van oversterfte uit te voeren.

De staatssecretaris wees er eerder op dat het aantal dieren dat daadwerkelijk door hittestress overlijdt daardoor onbekend blijft. Het ontbreken van aantoonbare oversterfte betekent dus niet dat tijdens warme perioden geen extra dieren sterven.

NVWA moet mogelijk meer sterftegegevens kunnen opvragen

Om beter zicht te krijgen op afwijkende sterftecijfers onderzoekt het ministerie of de NVWA aanvullende wettelijke bevoegdheden kan krijgen. De toezichthouder wil onder meer actuele gegevens kunnen gebruiken van Rendac, het bedrijf dat gestorven landbouwhuisdieren ophaalt en verwerkt.

Met dergelijke informatie zou de NVWA sneller kunnen signaleren wanneer op een veehouderijbedrijf opvallend veel dieren overlijden. Dat kan belangrijk zijn tijdens hittegolven, wanneer storingen in ventilatiesystemen in korte tijd ernstige gevolgen kunnen hebben.

Momenteel ontbreekt volgens het ministerie een duidelijke wettelijke grondslag om bepaalde gegevens van externe partijen op te vragen. Daarbij moeten ook regels voor de bescherming van persoonsgegevens worden meegewogen. Erkens heeft toegezegd de Tweede Kamer begin 2027 te informeren over de voortgang van dit onderzoek.

Klimaatplannen voor veehouders in voorbereiding

Het kabinet werkt daarnaast aan maatregelen om landbouwdieren beter te beschermen tegen extreme temperaturen. In de voorgenomen algemene maatregel van bestuur voor een dierwaardige veehouderij wil de staatssecretaris een verplicht klimaatplan voor veehouders opnemen.

In zo'n plan moeten ondernemers beschrijven welke maatregelen zij treffen om hitte- en koudestress bij hun dieren te beperken. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om voldoende ventilatie, koeling, drinkwater en aanpassingen aan de beschikbare ruimte in de stal.

De maatregelen moeten worden afgestemd op het soort dieren, het huisvestingssysteem en de omstandigheden op het bedrijf. Volgens de staatssecretaris kan ook het beschikbaar stellen van meer ruimte tijdens de zomermaanden helpen voorkomen dat dieren oververhit raken.

Voor mechanisch geventileerde stallen gelden al voorschriften voor onder meer noodvoorzieningen en alarmsystemen. Die moeten voorkomen dat dieren bij een technische storing zonder voldoende ventilatie komen te zitten.

De toenemende kans op langdurige en intensieve hitteperiodes maakt bescherming tegen hittestress volgens het ministerie steeds belangrijker. Het kabinet erkende eerder dat de stijgende temperaturen in Nederland aanvullende aandacht vragen voor het welzijn van landbouwdieren.

Met de toezending van de reactie aan Animal Rights staat het onderwerp opnieuw op de agenda van de Tweede Kamer. De belangrijkste vraag blijft hoe de overheid beter kan vaststellen hoeveel dieren tijdens hittegolven overlijden en of bestaande en voorgenomen maatregelen voldoende bescherming bieden.