DEN HAAG – Consumenten moeten beter worden beschermd tegen verkopers die onaangekondigd aan de deur verschijnen en proberen direct een overeenkomst af te sluiten. Het kabinet wil daarom een wettelijke afkoelperiode invoeren, zodat mensen niet langer onder druk van een verkoper onmiddellijk hoeven te beslissen. Minister Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat kondigt in een Kamerbrief van 5 november aan dat zij het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan de Tweede Kamer wil voorleggen. Een volledig verbod op commerciële deurverkoop komt er voorlopig niet, omdat Europese regelgeving daarvoor onvoldoende ruimte biedt.
De maatregel volgt op aanhoudende klachten over verkoop aan de deur, ook wel colportage genoemd. Uit onderzoeken van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Consumentenbond blijkt dat veel Nederlanders deze verkoopmethode als onprettig, onbetrouwbaar, storend of nutteloos ervaren. Vooral de druk om tijdens het verkoopgesprek direct een beslissing te nemen, vormt volgens het kabinet een belangrijk probleem.
De Tweede Kamer dringt al langer aan op strengere bescherming. In januari 2026 werd een motie van CDA-Kamerlid Van Lanschot aangenomen waarin het kabinet werd gevraagd te onderzoeken hoe ongevraagde commerciële deurverkoop landelijk en lokaal zo veel mogelijk kan worden beperkt.
Consument hoeft niet meer direct te beslissen
Minister Herbert ziet de verplichte afkoelperiode als de meest effectieve oplossing. De bedoeling is dat consumenten na een verkoopgesprek de gelegenheid krijgen om een aanbieding rustig te bestuderen, de voorwaarden door te nemen en prijzen met andere aanbieders te vergelijken, zonder dat de verkoper meekijkt of aandringt op onmiddellijke ondertekening.
Volgens de minister legt een dergelijke regeling de beslissing nadrukkelijker bij de consument. Dat moet voorkomen dat mensen een overeenkomst sluiten waar zij later spijt van krijgen, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende begrijpen welke financiële verplichtingen zij aangaan.
Uit recent onderzoek van Ipsos I&O, uitgevoerd in opdracht van het ministerie, blijkt volgens Herbert dat een grote meerderheid van de Nederlanders negatief tegenover deurverkoop staat. Respondenten verwachten bovendien dat een afkoelperiode de ervaren verkoopdruk aanzienlijk zal verminderen.
Het kabinet verwijst ook naar België, waar een vergelijkbare regeling volgens de minister positieve resultaten heeft opgeleverd.
De precieze duur en praktische uitwerking van de Nederlandse afkoelperiode worden in de Kamerbrief nog niet vastgesteld. De regeling moet bovendien eerst het wetgevingstraject doorlopen. Er is dus nog geen sprake van een nieuwe wettelijke verplichting die al van kracht is.
Waarom geen volledig verbod op deurverkoop?
Een belangrijke vraag is waarom het kabinet niet kiest voor een algeheel verbod. De Consumentenbond en verschillende Kamerleden hebben de afgelopen jaren aangedrongen op verdergaande beperkingen, mede vanwege klachten over agressieve verkoopmethoden.
Volgens Herbert staat Europese wetgeving een volledig verbod op verkoop buiten reguliere verkoopruimten echter in de weg. De Europese Richtlijn consumentenrechten en de regels over oneerlijke handelspraktijken laten lidstaten wel ruimte om consumenten extra te beschermen tegen agressieve of misleidende verkooptechnieken, maar niet om deze verkoopmethode als geheel te verbieden.
Ook een afzonderlijk verbod voor bepaalde sectoren, zoals energiecontracten, stuit volgens de minister op juridische bezwaren.
Het kabinet heeft daarom verschillende alternatieven onderzocht, waaronder een landelijk register waarin mensen kunnen aangeven geen verkopers te willen ontvangen, wettelijke bescherming van bel-niet-aan-stickers en strengere regels voor verkoopgesprekken.
Geen van deze opties biedt volgens Herbert dezelfde combinatie van bescherming en juridische uitvoerbaarheid als een verplichte afkoelperiode.
Bel-niet-aan-sticker blijft belangrijk
Consumenten kunnen momenteel al met een bel-niet-aan-sticker aangeven dat zij geen commerciële verkopers willen ontvangen. Binnen de bestaande zelfregulering van de Dutch Direct Marketing Association (DDMA) is het niet toegestaan dergelijke adressen voor deurverkoop te bezoeken.
De minister heeft onderzocht of deze bescherming ook rechtstreeks in de wet moet worden vastgelegd. In landen als Frankrijk en Luxemburg bestaan al wettelijke regels die verkoopbezoeken verbieden wanneer bewoners vooraf ondubbelzinnig hebben aangegeven daarvan niet gediend te zijn.
Een wettelijke stickerregeling zou consumenten volgens Herbert een eenvoudige manier bieden om verkopers buiten de deur te houden. Het kabinet beschouwt dit echter niet als voldoende oplossing, omdat mensen zonder sticker nog altijd onder druk kunnen worden gezet.
Ook een landelijk bel-niet-aan-register wordt afgewezen. Zo'n register zou volgens de minister onvoldoende rekening houden met verschillende voorkeuren van huisgenoten en met verhuizingen. Een koppeling aan de Basisregistratie Personen vindt zij te ingrijpend.
Gemeenten behouden daarnaast hun bestaande mogelijkheden om aanvullende regels te stellen aan de tijden en plaatsen waarop verkoopactiviteiten mogen plaatsvinden.
Opnemen van verkoopgesprekken gaat te ver
Een andere onderzochte mogelijkheid is het verplicht opnemen van verkoopgesprekken. Daarmee zou achteraf kunnen worden vastgesteld of een verkoper zich correct heeft gedragen en of een consument onder druk is gezet.
De minister ziet daarin echter aanzienlijke privacyrisico's. Ook consumenten die helemaal geen overeenkomst willen aangaan, zouden dan mogelijk worden opgenomen. Bovendien gelden wettelijke beperkingen voor het bewaren van dergelijke gesprekken.
Het kabinet vindt een opnameplicht daarom niet evenredig. Een opname kan achteraf bewijs opleveren, maar voorkomt volgens Herbert niet dat iemand tijdens het gesprek druk ervaart.
Ook een verplichting om overeenkomsten pas na het gesprek schriftelijk af te sluiten, wordt juridisch onzeker geacht. Volgens eerder onderzoek zou zo'n schriftelijkheidsvereiste mogelijk in strijd komen met Europese consumentenregels.
Veertien dagen bedenktijd bestaat al
Bij verkoop aan de deur hebben consumenten momenteel in beginsel al recht op veertien dagen wettelijke bedenktijd. Binnen die termijn kunnen zij een overeenkomst doorgaans zonder opgave van redenen ontbinden.
Europese regels bieden zelfs de mogelijkheid om deze termijn bij ongevraagde verkoopbezoeken te verlengen naar dertig dagen. Polen en Slowakije hebben daarvan gebruikgemaakt.
Toch kiest het kabinet daar niet voor als belangrijkste aanvullende maatregel. Volgens Herbert blijft bij een langere bedenktijd de verantwoordelijkheid bij de consument liggen om achteraf zelf van een ongewenste overeenkomst af te komen.
Een afkoelperiode moet juist voorkomen dat die overeenkomst onder verkoopdruk tot stand komt.
Ook andere mogelijkheden, zoals een tijdelijk verbod op directe betaling of aanvullende rechten bij het terugsturen van goederen, zijn onderzocht. Dergelijke maatregelen kunnen financiële schade beperken, maar pakken volgens de minister de druk tijdens het verkoopgesprek onvoldoende aan.
Goede doelen en SRV-wagens blijven buiten schot
Het kabinet benadrukt dat de voorgenomen maatregelen niet bedoeld zijn om alle huis-aan-huisactiviteiten onmogelijk te maken.
Goede doelen, kerken en andere religieuze of levensbeschouwelijke instellingen vallen bij het vragen van giften zonder tegenprestatie buiten de betrokken regels voor commerciële dienstverlening. Ook een SRV-wagen wordt juridisch beschouwd als verkoop binnen een verkoopruimte en niet als verkoop buiten een verkoopruimte.
Daarnaast zijn overeenkomsten met een waarde van minder dan 50 euro op grond van de aangehaalde bepalingen uitgezonderd van het betreffende wettelijke regime.
De minister wil met deze uitzonderingen voorkomen dat de bescherming tegen opdringerige commerciële verkoop onbedoeld gevolgen krijgt voor kleinschalige verkoopactiviteiten en maatschappelijke organisaties.
Het wetsvoorstel voor de afkoelperiode moet nog langs de Raad van State voordat het naar de Tweede Kamer gaat. Een concrete invoeringsdatum is nog niet bekend.
Voor consumenten betekent dit dat de bestaande wettelijke bedenktijd voorlopig van kracht blijft. Als het voorstel wordt aangenomen, krijgen zij daarnaast extra ruimte om na een onverwacht verkoopbezoek zelf te bepalen of zij daadwerkelijk op een aanbieding willen ingaan.



