AMSTERDAM/NEW YORK – De angst voor een uiteenspattende zeepbel rond kunstmatige intelligentie heeft donderdag 5 november geleid tot een massale verkoopgolf op de internationale aandelenmarkten. Vooral technologiebedrijven en chipproducenten krijgen zware klappen. De Amerikaanse Nasdaq Composite verloor donderdagmiddag ongeveer 5 procent, terwijl aandelen van Nvidia, AMD en verschillende grote datacenterbedrijven in vrije val raakten. Ook de Amsterdamse beurs ontkwam niet aan de verkoopdruk bij technologieaandelen. ASML, ASM International en Besi verloren opnieuw terrein, terwijl beleggers hun geld naar andere sectoren verplaatsten.

De omvang van de Amerikaanse koersdalingen is opmerkelijk. Rond 17.00 uur Nederlandse tijd stond de Nasdaq Composite ongeveer 5 procent lager op circa 24.450 punten. De breed samengestelde S&P 500 verloor ruim 3 procent, terwijl de Dow Jones meer dan 1.100 punten moest inleveren. Daarmee verdampte in enkele uren tijd een enorme hoeveelheid beurswaarde. De slotstand is 1129 punten een verlies van ruim 0.6%

Vooral het tempo waarmee beleggers hun technologieaandelen verkopen, veroorzaakt onrust. De dalingen volgen op weken waarin steeds meer twijfels ontstonden over de torenhoge investeringen in kunstmatige intelligentie, de explosieve groei van datacenters en de vraag wanneer al die miljarden daadwerkelijk winst gaan opleveren.

Nasdaq verliest in één maand meer dan 10 procent

De Amerikaanse technologiebeurs staat inmiddels voor een belangrijke mijlpaal, maar dan in negatieve zin. Op 6 oktober bereikte de Nasdaq Composite nog een recordslot van 27.599,89 punten. Inmiddels is de index meer dan 10 procent van dat niveau verwijderd.

Op de financiële markten wordt een daling van minimaal 10 procent ten opzichte van een recente piek doorgaans omschreven als een beurscorrectie. De Nasdaq staat daarmee op het punt zijn tweede correctie van 2026 te bevestigen, afhankelijk van het uiteindelijke slotniveau.

De omvang van de verliezen wordt duidelijk wanneer wordt gekeken naar oktober. Alleen al in die maand verdween volgens persbureau Reuters meer dan 2.500 miljard dollar aan beurswaarde bij bedrijven op de Nasdaq. De verkoopgolf van donderdag komt daar nog bovenop.

Een bijzonder zware klap krijgt Nvidia, de Amerikaanse chipgigant die de afgelopen jaren uitgroeide tot hét symbool van de AI-revolutie. Het aandeel verloor donderdagmiddag ruim 8 procent, nadat woensdag al een daling van 3,2 procent was geregistreerd. Sinds de beursrecordstand van begin oktober is volgens beursgegevens meer dan 1.000 miljard dollar aan marktwaarde van Nvidia verdwenen.

Nog harder werd concurrent Advanced Micro Devices getroffen. AMD verloor tijdens de Amerikaanse ochtendhandel bijna 16 procent. Ook bedrijven die datacenters bouwen en exploiteren kregen forse klappen. CoreWeave verloor bijna 15 procent en Nebius Group stond eveneens zwaar onder druk.

De Philadelphia Semiconductor Index, waarin belangrijke Amerikaanse chipbedrijven zijn opgenomen, verloor tijdens de eerste handelsuren ruim 7 procent. Dat onderstreept hoe breed de verkoopgolf binnen de halfgeleidersector inmiddels is.

Ook op de AEX krijgen chipbedrijven zware klappen

De onrust op Wall Street is ook op het Amsterdamse Damrak merkbaar. Vooral de Nederlandse chipbedrijven ASML, ASM International en Besi hebben de afgelopen handelsdagen veel beurswaarde verloren.

Woensdag verloor ASML al 3,42 procent en sloot het aandeel op 1.337,60 euro. ASM International daalde diezelfde dag met 5,06 procent naar 683,60 euro, terwijl Besi ongeveer 2,6 procent moest inleveren.

Donderdag zette de koersdruk door. ASML verloor gedurende de handelsdag opnieuw enkele procenten en ook andere Europese chipbedrijven moesten terrein prijsgeven. Volgens Reuters bedroegen de verliezen bij Europese halfgeleideraandelen op verschillende momenten 3 tot 8 procent.

Het beeld voor de AEX als geheel was minder eenduidig. De Amsterdamse hoofdindex begon donderdag met winst en stond in de ochtendhandel rond 1.140 punten. Later op de middag verslechterde het sentiment door de scherpe dalingen op Wall Street. Volgens een koersnotering van Het Financieele Dagblad stond de AEX om 16.24 uur ongeveer 0,6 procent lager op 1.129,61 punten.

De definitieve Amsterdamse slotstand was bij het samenstellen van dit artikel nog niet eenduidig bevestigd. Wel is duidelijk dat de technologiebedrijven aanzienlijk slechter presteren dan veel andere ondernemingen op de beurs.

Staalconcern ArcelorMittal profiteerde bijvoorbeeld van beter dan verwachte kwartaalresultaten en steeg gedurende de ochtend ongeveer 5 procent. Ook verschillende banken en bedrijven uit andere sectoren trokken beleggers aan. De beurs kent daarmee niet uitsluitend een algemene verkoopgolf, maar vooral een omvangrijke verschuiving van geld uit technologie naar andere bedrijfstakken.

Beleggers vrezen dat miljardeninvesteringen in AI zich niet terugverdienen

De belangrijkste oorzaak van de koersdalingen ligt bij de enorme bedragen die technologiebedrijven momenteel investeren in kunstmatige intelligentie.

Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta en andere grote technologieconcerns steken gezamenlijk honderden miljarden dollars in nieuwe datacenters, gespecialiseerde chips, stroomvoorzieningen en digitale infrastructuur.

Beleggers gingen er lange tijd vanuit dat de groei van kunstmatige intelligentie vrijwel automatisch tot hogere winsten zou leiden. Daardoor stegen de beurskoersen van chipfabrikanten en AI-bedrijven tot uitzonderlijke hoogten.

Inmiddels nemen de twijfels toe. De bouw van datacenters wordt steeds duurder, mede door hogere energieprijzen, stijgende bouwkosten en relatief hoge rentetarieven. Tegelijkertijd is nog onvoldoende duidelijk hoe snel de investeringen worden terugverdiend.

Vooral de financiering vormt een groeiend aandachtspunt. Verschillende technologiebedrijven lenen steeds grotere bedragen op de kapitaalmarkt om hun uitbreidingsplannen te bekostigen. Daardoor worden zij gevoeliger voor veranderingen in de rente en voor tegenvallende inkomsten.

Ook de kwartaalcijfers van Alphabet en Meta wisten de onzekerheid niet weg te nemen. Beide bedrijven blijven grote bedragen investeren in AI, maar beleggers vragen steeds nadrukkelijker wanneer daar voldoende extra winst tegenover staat.

Dat betekent niet automatisch dat kunstmatige intelligentie een mislukking is. De technologie wordt op steeds grotere schaal toegepast en verschillende bedrijven boeken daadwerkelijk hogere omzetten. De vraag op de beurs is echter of de huidige aandelenkoersen nog in verhouding staan tot de toekomstige verdiensten.

Amerikaanse verkiezingsuitslag zorgt voor extra onzekerheid

Naast de economische zorgen spelen de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van dinsdag 3 november een belangrijke rol. De Democraten veroverden de meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat, waardoor de politieke machtsverhoudingen in Washington ingrijpend veranderen.

Vooral bedrijven die betrokken zijn bij de uitbreiding van AI-datacenters vrezen strengere regels. In verschillende Amerikaanse staten wonnen Democratische kandidaten die zich tijdens hun campagne kritisch hadden uitgelaten over het enorme energieverbruik en de maatschappelijke gevolgen van nieuwe datacenterprojecten.

De mogelijkheid dat nieuwe datacenters worden vertraagd of dat strengere eisen worden gesteld aan stroomvoorziening, watergebruik en vergunningen, zorgt voor onzekerheid bij beleggers.

Dat raakt niet alleen chipproducenten. Ook energiebedrijven, bouwondernemingen en leveranciers van elektrische infrastructuur kunnen gevolgen ondervinden wanneer nieuwe datacenterprojecten worden uitgesteld.

President Donald Trump behoudt weliswaar zijn vetorecht, maar zal de komende twee jaar rekening moeten houden met een Congres waarin de Democraten de meerderheid hebben. De politieke onzekerheid komt daarmee bovenop de bestaande zorgen over de winstgevendheid van AI-investeringen.

Ook de oorlog met Iran en hoge rente drukken op aandelen

De verkoopgolf vindt plaats tegen een achtergrond van economische en geopolitieke onzekerheid. De oorlog met Iran heeft de internationale energiemarkten ontwricht en bijgedragen aan hogere olieprijzen en inflatie.

De hogere inflatie maakt het voor centrale banken moeilijker om de rente snel te verlagen. Vooral technologiebedrijven worden hierdoor geraakt, omdat hun beurswaardering voor een belangrijk deel gebaseerd is op winsten die zij pas over meerdere jaren verwachten te behalen.

Een hogere rente maakt toekomstige inkomsten relatief minder waard en verhoogt tegelijkertijd de kosten van nieuwe investeringen.

Donderdag daalde de rente op Amerikaanse staatsobligaties, wat erop kan wijzen dat beleggers tijdelijk veiligere beleggingen zoeken. Ook op de cryptomarkt namen de verliezen toe, waardoor de onzekerheid zich niet uitsluitend tot aandelen beperkte.

Is de AI-zeepbel daadwerkelijk aan het barsten?

De vraag die steeds nadrukkelijker op tafel komt, is of de technologiebeurzen aan het begin staan van een langdurige correctie of dat sprake is van een tijdelijke terugval na jaren van uitzonderlijke koersstijgingen.

De vergelijking met de internetzeepbel rond het jaar 2000 wordt steeds vaker gemaakt. Destijds stegen de koersen van technologiebedrijven tot extreme hoogten, voordat beleggers ontdekten dat veel ondernemingen hun verwachtingen niet konden waarmaken.

Er bestaat echter ook een belangrijk verschil. Grote technologiebedrijven zoals Microsoft, Alphabet en Nvidia beschikken tegenwoordig over omvangrijke bestaande activiteiten, aanzienlijke inkomsten en sterke marktposities. Dat maakt hun situatie anders dan die van veel verliesgevende internetbedrijven aan het begin van deze eeuw.

Toch kunnen ook winstgevende ondernemingen fors in beurswaarde dalen wanneer beleggers hun groeiverwachtingen bijstellen.

Voor de komende handelsdagen wordt vooral gekeken naar de Amerikaanse arbeidsmarktcijfers van vrijdag 6 november, de ontwikkeling van de obligatierentes en nieuwe signalen over AI-investeringen.

De verkoopgolf van donderdag laat zien dat het vertrouwen in technologieaandelen aanzienlijk is verzwakt. Na jaren waarin vrijwel iedere aankondiging over kunstmatige intelligentie voor hogere beurskoersen zorgde, kijken beleggers nu steeds kritischer naar de kosten, schulden en werkelijke opbrengsten.

Of deze correctie uitgroeit tot een langdurige beurscrisis, is nog onzeker. Duidelijk is wel dat de vanzelfsprekendheid waarmee AI-bedrijven de afgelopen jaren steeds hogere waarderingen kregen, voorlopig verdwenen lijkt.